4 Grondbeginselen voor de planning van een PV-installatie met Speedwire
4.3 Controle van de Speedwire-bekabeling
Het is aan te bevelen de Speedwire-bekabeling te controleren op correcte installatie vóór
inbedrijfstelling van de installatie. Daarbij moet elke verbinding worden gecontroleerd, in het
bijzonder als netwerkkabels en netwerkstekkers zelf zijn geconfectioneerd.
Stap 1 - visuele controle
• Is er gebruikgemaakt van gekwalificeerde netwerkcomponenten (zie hoofdstuk 3.2,
pagina 10)?
• Is er gebruikgemaakt van de juiste kabels (zie hoofdstuk 3.4.1, pagina 13)?
• Is bij de afzonderlijke end-to-end links de desbetreffende maximale totale lengte aangehouden
(zie hoofdstuk 3.3.2, pagina 11)?
• Is het maximale aantal overgangspunten in de desbetreffende end-to-end link niet
overschreden?
• Zijn de kabels niet geknikt en is de buigradius aangehouden (zie datablad van de
kabelfabrikant)?
• Zijn scherpe randen bij de kabelinstallatie weggewerkt?
• Zijn de afstanden tot niet afgeschermde energiekabels aangehouden (zie hoofdstuk 4.2.2,
pagina 26)?
Stap 2 - eenvoudige controle van de bekabeling
• Controleer met een doorgangsmeter alle aders apart en de kabelafscherming op elektrische
verbinding. In plaats van een doorgangsmeter kan ook een ethernet-kabeltester worden
gebruikt.
• Zijn de uiteinden van alle aders correct aangesloten (bijv. controleren met een Wiremap
LAN-tester)?
• Controleer met een doorgangsmeter of er sprake is van kortsluiting tussen de aders en de
kabelafscherming. In plaats van een doorgangsmeter kan ook een ethernet-kabeltester worden
gebruikt.
• Zijn alle kabelafschermingen correct aangesloten op de stekkers (zie hoofdstuk 3.4.2.2,
pagina 19)?
• Is de topologie aangehouden (zie hoofdstuk 4.1, pagina 23)?
28
Speedwire-TI-nl-10
SMA Solar Technology AG
Technische informatie