13. Aansluiting van een microfoon
Aan de aansluiting „MIC" (20) kunt u een externe microfoon aansluiten.
Let op:
Bij een te hoog ingesteld volume van het keyboard (of een evt. aangesloten versterker) komt het
tot terugkoppeling/fluitgeluiden.
Verlaag dan het volume van het keyboard of de versterker of gebruik een microfoon met een
andere ontvangstkarakteristiek (richtmicrofoon).
14. Ingebruikname
a) In-/uitschakelen
Via de schuifschakelaar (1) kan het keyboard worden ingeschakeld (schakelaarpositie „ON") of uitgescha-
keld (schakelaarpositie „OFF"). Wanneer het keyboard ingeschakeld is, licht de rode power-LED op.
Bij het uitschakelen gaan alle instellingen verloren en worden de fabrieksinstellingen terugge-
zet.
b) Volume instellen
Met de toets „VOLUMEp" kan het volume worden verhoogd; met de toets „VOLUMEq" (3) kan het volume
worden verlaagd.
Bij elke druk op de toets weerklinkt een geluidssignaal; het volume van het geluidssignaal is
afhankelijk van de huidige volume-instelling.
c) Demomodus
Druk kort op de toets „DEMO" (17) om het afspelen van de eerste demosong te starten. Telkens u opnieuw
op de toets „DEMO" drukt, speelt het keybard de volgende demosong af. In totaal zijn er 6 verschillende
demosongs beschikbaar.
Via de toetsen „FAST" en „SLOW" (13) kan de snelheid worden ingesteld. De toets „FAST" dient om de
snelheid te verhogen, de toets „SLOW" om de snelheid te verlagen.
Wanneer u op de toets „STOP" (14) drukt, wordt het afspelen van de demosongs stopgezet.
d) Instrument selecteren
Met de toetsen „TIMBRE A" (9) kunnen instrumenten 1 - 8 worden geselecteerd, met de toets „TIMBRE B"
(11) instrumenten 9 - 16 (zie opdruk boven op het keyboard).
All manuals and user guides at all-guides.com
55