7.1
Controle vooraf
7.1.1
Watercircuit
Voordat u de unit installeert, voert u een voorafgaande controle uit en
controleert u voor het volgende:
• Het watercircuit in de unit maakt gebruik van koperen buizen: ge-
bruik geen gegalvaniseerde onderdelen in het systeem, aangezien
deze onderhevig kunnen zijn aan overmatige corrosie.
• De maximale waterdruk moet ≤ 3 bar zijn.
• De maximale watertemperatuur moet ≤ 75 °C zijn.
• Gebruik systeemonderdelen die compatibel zijn met het systeemwa-
ter en de materialen waaruit de eenheid is opgebouwd
• De aan te leggen leidingen en systeemonderdelen moeten bestand
zijn tegen de druk en temperatuur van het systeemwater.
• Er zijn afsluiters op de laagste punten van het systeem geïnstalleerd,
zodat het circuit tijdens onderhoud volledig kan worden geledigd.
• Er zijn ontluchters geïnstalleerd op de hoogste punten van het sys-
teem, op plaatsen die gemakkelijk toegankelijk zijn voor de service-
monteur. Binnenin de unit bevindt zich een automatische ontluchter
voor het watercircuit: controleer tijdens het vullen van het systeem of
deze niet te strak is aangedraaid, zodat het effectief kan werken.
• De unit mag alleen worden aangesloten op gesloten watercircuits.
Aansluiting op een open circuit kan corrosie van de waterleidingen
tot gevolg hebben.
7.1.2
Waterkenmerken
Circulatiepompen zijn ontworpen om alleen optimaal te werken met
schoon leidingwater van goede kwaliteit en kunnen worden beïnvloed
door de aanwezigheid van zuurstof, kalkaanslag, slib, abnormale zuur-
graad en andere stoffen (waaronder chloriden en mineralen). Hetzelfde
kan gezegd worden van de platenwarmtewisselaar.
Een te hoge waterhardheid kan afzettingen en kalkaanslag veroorzaken
die de unit kunnen beschadigen. De aanwezigheid van kritische concen-
traties van andere componenten in het circuit kan corrosieve processen
of andere kwaliteitsproblemen in de circulatiepomp en platenwarmte-
wisselaar veroorzaken.
▶ Controleer of het systeemwater voldoet aan de concentratielimieten
in de tabel.
Wanneer de waterhardheid te hoog is:
▶ Installeer een waterontharder om de waarde te verminderen.
7.1.3
Waterkwaliteit in de cv-installatie
Warmtepompen werken op lagere temperaturen dan andere warmtesy-
stemen hetgeen betekent dat de thermische ontluchting niet zo effectief
is en zuurstofniveaus nooit zo laag zijn als bij een systeem met een elek-
trisch/olie/gas cv-ketel. Daardoor is de cv-installatie bij agressief water
gevoeliger voor corrosie.
Preventieve maatregelen zijn nodig wanneer de cv-installatie regelmatig
moet worden bijgevuld of wanneer het cv-watermonster niet helder is.
Preventieve maatregelen kunnen bestaan uit het toevoegen van een vui-
lafscheider en een ontluchtingsventiel.
Wanneer de cv-installatie regelmatig moet worden bijgevuld:
▶ Controleer of het volume van het expansievat voldoende is voor het
volume van de cv-installatie.
▶ Vervang het expansievat.
▶ Controleer de cv-installatie op dichtheid.
Een systeemscheiding met behulp van een warmtewisselaar kan nodig
zijn wanneer de grenswaarden in tabel 17 niet kunnen worden aange-
houden.
Logatherm WLW156 – 6721874985 (2024/07)
Gebruik geen wateradditieven behalve een niet-giftige pH-verho-
ger en houdt het water schoon.
VOORZICHTIG
Corrosie!
▶ Verwarmingsinstallatie moet luchtdicht zijn.
▶ Materialen moeten zodanig worden gekozen dat deze niet gevoelig
zijn voor zuurstofdiffusie.
Karakteristieken
pH (25 °C)
--
SO
4
-
--
HCO
/ SO
3
4
Totale hardheid
-
Cl
3-
PO
4
NH
3
Vrij chloor
+
Fe
3
++
Mn
CO
2
H
S
2
Temperatuur
Zuurstofgehalte
Zand
IJzerhydroxide Fe
O
(zwart)
3
4
IJzerhydroxide Fe
O
(rood)
2
3
Tabel 17 Corrosie grenswaarden
Een slechte kwaliteit van het cv-water bevordert de vorming van slib en
kalk. Dit kan storingen en schade veroorzaken aan de warmtewisselaar
in de warmtepomp. Conform de actuele richtlijn VDI 2035 "Voorkomen
van schade in waterverwarmingsinstallaties" en afhankelijk van de hard-
heid van het vulwater, het volume van het systeem en het totale vermo-
gen van het systeem, kan waterbehandeling nodig zijn om schade door
kalkafzettingen te voorkomen.
Wanneer de grenswaarden voor de waterhardheid zoals genoemd in
tabel 17 worden overschreden, zullen de prestaties van de warmte-
pomp na verloop van tijd afnemen. Wanneer deze afname van de presta-
ties acceptabel zijn, zijn de grenswaarden zoals genoemd in
afbeelding 52 nodig om het bedrijf van de warmtepomp gedurende de
gehele levensduur te waarborgen.
7
Wateraansluitingen
Watercomponent voor corrosie-
limiet op koper
7,5 tot 9,0
< 100
> 1
8 tot 15 °F (4,5-8,5 dH)
< 50 ppm
< 2,0 ppm
< 0,5 ppm
< 0,5 ppm
< 0,5 ppm
< 0,05 ppm
< 50 ppm
< 50 ppm
< 65 °C
< 0,1 ppm
10 mg/L 0,1 tot 0,7 mm
max diameter
Dosis < 7,5 mg/L 50% massa met
diameter < 10 μm
Dosis < 7,5 mg/l - Diameter < 1 μm
47