Applicatierichtlijnen
6.7 Maximale
persgastemperatuur
6.8 Hogedruk bewaking
6.9 Lagedruk bewaking
6.10 Pump down limiet
6.11 Datacommunicatie
Koelgroep regelaar
De temperatuur wordt vastgelegd door sensor
Td. Wanneer variabele toerenregeling wordt
gekozen voor de compressor, dan zal dit initieel
de compressorcapaciteit reduceren wanneer de
Td temperatuur
de maximum waarde nadert. Wanneer een
hogere temperatuur wordt gedetecteerd dan
de ingestelde max. temperatuur, dan zal het
toerental van de ventilator worden ingesteld op
100%. Wanneer hierdoor de temperatuur niet
daalt, en wanneer de temperatuur hoog blijft
Tijdens regeling kan de interne hogedruk
bewakingsfunctie een condensatiedruk
constateren die hoger is dan de limiet, zodat de
regeling verder kan gaan.
Echter, wanneer de C73 instelling wordt
overschreden, dan wordt de compressor gestopt.
Tijdens regeling zal de interne lagedruk
bewakingsfunctie de compressor uitschakelen
bij detectie van een zuigdruk die onder de
onderlimiet daalt, maar alleen nadat de
De compressor wordt gestopt wanneer een
zuigdruk die onder de ingestelde waarde daalt
De regelaar wordt geleverd met een ingebouwde
MODBUS datacommunicatie en kan worden
aangesloten op een ADAP KOOL® netwerk.
Wanneer een andere vorm van datacommuncatie
is gewenst, kan een LON RS-485 module worden
geplaatst in de regelaar.
De verbinding wordt dan gemaakt op klem RS-485.
Belangrijk:
Alle verbindingen met de datacommunicatie
moeten voldoen aan de vereisten voor
datacommunicatiekabels.
na de ingestelde vertragingstijd, dan wordt de
compressor gestopt. De compressor wordt alleen
herstart wanneer de temperatuur 10 K lager is
dan de ingestelde waarde. Aan de hierboven
genoemde startrestricties moeten eveneens
worden voldaan voordat de compressor weer
kan starten. Wanneer de vertragingstijd wordt
ingesteld op '0' , dan zal de functie de compressor
niet stoppen. De Td sensor kan worden
gedeactiveerd (o63).
Wanneer aan de andere kant het signaal afkomstig
is van het onderbroken veiligheidscircuit dat is
aangesloten op DI3, dan wordt de compressor direct
gestopt en wordt de ventilator ingesteld op 100%.
Wanneer het signaal weer "OK" is op de DI3
ingang, dan wordt de regeling hervat.
minimale UIT tijd is verstreken. Er wordt een
alarm afgegeven. Deze functie is tijdvertraagd,
wanneer de compressor start bij een lage
omgevingstemperatuur.
wordt geregistreerd, maar alleen wanneer de
minimale AAN tijd is verstreken.
Alle koelgroepen worden geleverd met regelaars
die af fabriek zijn vooringesteld.
Zie onderstaande tabel met fabrieksinstellingen
van regelaars geïntegreerd in koelgroepen en
regelaars die afzonderlijk zijn geleverd voor
service vervanging (wanneer regelaar wordt
geleverd als wisselstuk voor servicevervanging
dan zijn haar fabrieksinstellingen iets anders
en moeten worden aangepast naar de
regelaarspeci eke instellingen in paragraaf 6.12
en toepassingsspeci eke vereisten).
31
FRCC.PC.044.A4.10