2.9
2.10
GEVAAR
!
2.10.1
Pomp
Askoppeling
Motor
2.10.2
12 / 64
Ontoelaatbare bedrijfssituaties
De pomp/het pompaggregaat nooit laten werken buiten de grenswaarden die op het
gegevensblad en in het bedrijfsvoorschrift zijn aangegeven.
De bedrijfsveiligheid van de geleverde pomp/het pompaggregaat is alleen gegarandeerd bij
gebruik conform de voorschriften. [ð Hoofdstuk 2.3, Pagina 10]
Aanwijzingen voor explosiebeveiliging
De in dit hoofdstuk vermelde aanwijzingen voor explosiebeveiliging moeten bij bedrijf in
explosiegevaarlijke omgevingen absoluut in acht worden genomen.
Alleen de pompen en pompaggregaten die van een dienovereenkomstige aanduiding zijn
voorzien en volgens het gegevensblad daarvoor geschikt zijn bevonden, mogen in
explosiegevaarlijke omgevingen worden ingezet.
Voor het gebruik van explosieveilige pompaggregaten volgens de EU-richtlijn 2014/34/EU
(ATEX) gelden bijzondere voorwaarden.
Hierbij vooral letten op de paragrafen in dit bedrijfsvoorschrift die met het hiernaast
afgebeelde symbool zijn aangeduid en de volgende hoofdstukken
[ð Hoofdstuk 2.10.1, Pagina 12] tot [ð Hoofdstuk 2.10.4, Pagina 13] .
De explosiebeveiliging is alleen gegarandeerd bij gebruik conform de voorschriften.
Nooit de op het gegevensblad en op het typeplaatje vermelde grenswaarden overschrijden of
onderschrijden.
Ontoelaatbare bedrijfssituaties absoluut vermijden.
Aanduiding
De aanduiding op de pomp heeft alleen betrekking op de pomp.
Voorbeeld van een aanduiding: II 2 G c TX
De toegestane temperaturen voor de verschillende uitvoeringen van de pomp zijn vermeld in
de tabel Temperatuurgrenzen. [ð Hoofdstuk 2.10.2, Pagina 12]
De askoppeling moet voorzien zijn van een overeenkomstige aanduiding en er moet een
verklaring van de fabrikant aanwezig zijn.
De motor heeft een eigen aanduiding. Voorwaarde voor de handhaving van de aanduiding is
dat de fabrikant van de motor de temperaturen toestaat die door de pomp bij de motorflens en
motoras ontstaan.
De motoren die door DP op pompen met ATEX-certificering zijn gemonteerd, voldoen aan
deze voorwaarde.
Temperatuurgrenzen
In normale bedrijfstoestand zijn de hoogste temperaturen aan de oppervlakte van het
pomphuis en aan de asafdichting te verwachten.
De aan het pomphuis optredende oppervlaktetemperatuur komt overeen met de temperatuur
van het te verpompen medium. Wanneer de pomp extra wordt verwarmd, is de gebruiker van
de installatie verantwoordelijk voor het aanhouden van de voorgeschreven temperatuurklasse
en de vastgelegde temperatuur (bedrijfstemperatuur) van het te verpompen medium.
De volgende tabel vermeldt de temperatuurklassen en de daaruit resulterende theoretische
grenswaarden voor de temperatuur van het verpompte medium (hierbij is rekening gehouden
met een mogelijke temperatuurverhoging ter plaatse van de asafdichting).
De temperatuurklasse geeft aan welke temperatuur de oppervlakte van het pompaggregaat
tijdens bedrijf maximaal mag bereiken. De toegestane bedrijfstemperatuur van de pomp kunt
u vinden op het gegevensblad.
Tab. 4: Temperatuurgrenzen
Temperatuurklasse volgens EN 13463-1
T1
maximaal toelaatbare temperatuur
van het verpompte medium
Temperatuurgrens van de pomp