4. Installatie
4.9
Elektrische aansluitingen
B
C
D
E
30
4.9.1.
De ketel is geheel voorbedraad. Het apparaat wordt van stroom
voorzien via de aansluitkabel C op het spanningsnet. Alle andere
uitwendige aansluitingen kunnen uitgevoerd worden met behulp van
de aansluitstekkers (laagspanning). In de tabel zijn de belangrijkste
eigenschappen van de besturingsautomaat opgesomd.
Voedingsspanning
Hoofdzekeringwaarde F1 (230 VAC) 6.3 AT
Zekeringwaarde F2 (230 VAC)
Ventilator
A
B
C
D
E
A
C
X2
T002039-A
GMR 5045 Condens GMR 5065 Condens GMR 5090 Condens
Besturingsautomaat
OPGELET
Neem de polen die op het klemmenbord zijn aangegeven
in acht: fasegeleider (L), nulgeleider (N) en aardgeleider
*.
Kabeldoorvoer 230 V
Voedingskabel
Kabel van de behuizing voor besturingsprints
Zekering 6,3 AT
Zekering 2 AT
OPGELET
De volgende componenten van dit apparaat staan onder
een spanning van 230 V:
Elektrische aansluiting circulatiepomp (CV).
4
Elektrische aansluiting gascombinatieblok.
4
Elektrische aansluiting ventilator.
4
Meeste delen op de besturingsautomaat.
4
Meeste delen van de behuizing voor
4
besturingsprints.
Ontstekingstrafo.
4
Voedingskabelaansluiting.
4
GMR 5115 Condens
230 VAC/50Hz
2 AT
230 VAC
270810 - 123905-AA