Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

NEC MultiSync X555UNS Gebruikershandleiding pagina 29

Inhoudsopgave

Advertenties

EXTERNAL CONTROL (Externe controle)
IP ADDRESS SETTING
OPMERKING: Wanneer u de LAN SETTING (LAN-instelling) wijzigt, moet u misschien een aantal
(IP-adresinstelling)
seconden wachten tot de LAN-instelling wordt toegepast.
IP SETTING
Door deze optie in te schakelen wordt automatisch een IP-adres van uw DHCP-server aan de monitor
(IP-instelling)
toegewezen. Als u de optie uitschakelt, kunt u het IP-adres of subnetmasker registreren dat u van uw
netwerkbeheerder hebt gekregen.
OPMERKING: Vraag het IP-adres aan uw netwerkbeheerder wanneer "AUTO" (Automatisch) is
geselecteerd voor [IP SETTING] (IP-instelling).
IP ADDRESS
Stel uw IP-adres in van het netwerk dat op de monitor is aangesloten wanneer "MANUAL" (Handmatig)
(IP-adres)
is geselecteerd voor [IP SETTING] (IP-instelling).
SUBNET MASK
Stel uw subnetmasker in van het netwerk dat op de monitor is aangesloten wanneer "MANUAL"
(Subnetmasker)
(Handmatig) is geselecteerd voor [IP SETTING] (IP-instelling).
DEFAULT GATEWAY
Stel uw standaardgateway in van het netwerk dat op de monitor is aangesloten wanneer "MANUAL"
(Standaardgateway)
(Handmatig) is geselecteerd voor [IP SETTING] (IP-instelling).
OPMERKING: Stel in als [0.0.0.0] om de instelling te verwijderen.
DNS
Hier stelt u de IP ADDRESS SETTING (IP-adresinstellingen) van de DNS-server in.
AUTO (Automatisch): Wijs automatisch een IP-adres toe van de DNS-server die aan de monitor is
verbonden.
MANUAL (Handmatig): Stel uw IP-adres in van de DNS-server die aan de monitor is verbonden.
DNS PRIMARY
Stel uw primaire DNS-instellingen in van het netwerk dat is aangesloten op het beeldscherm.
(DNS primair)
OPMERKING: Stel in als [0.0.0.0] om de instelling te verwijderen.
DNS SECONDARY
Stel uw secundaire DNS-instellingen in van het netwerk dat is aangesloten op het beeldscherm.
(DNS secundair)
OPMERKING: Stel in als [0.0.0.0] om de instelling te verwijderen.
MAC ADDRESS (MAC-adres) Het MAC-adres wordt weergegeven.
LAN POWER (LAN-stroom)
Hiermee selecteert u de LAN-bedrijfsmodus. Wanneer "ON" (Aan) is geselecteerd, wordt er voeding
aan het LAN geleverd tijdens de energiebesparende stand of stand-bymodus.
OPMERKING: Voor het inschakelen van "AUTO ID" (Automatische id) of "AUTO TILE MATRIX SETUP"
(Automatische instellingen tegelmatrix) moet deze functie de waarde ON (Aan) hebben.
DDC/CI
ENABLE/DISABLE (Inschakelen/Uitschakelen): Hiermee zet u de tweezijdige communicatie en
bediening van de monitor ON (Aan) of OFF (Uit).
PING
Bevestig de reactie door te communiceren met het vooraf ingestelde IP-adres.
IP ADDRESS RESET
Hiermee zet u IP ADDRESS SETTING (IP-adresinstelling) op de fabrieksinstellingen terug.
(Fabrieksinstellingen IP-adres)
RESET
Hiermee zet u voor de volgende instelling in het menu EXTERNAL CONTROL (Externe controle) de
(Fabrieksinstellingen)
fabrieksinstelling terug: DDC/CI.
ADVANCED OPTION1 (Geavanceerde optie1)
INPUT DETECT
Hiermee selecteert u de ingangsdetectiemethode die wordt gebruikt wanneer meer dan twee computers
(Ingangsdetectie)
op de monitor zijn aangesloten.
OPMERKING: Als in INPUT CHANGE (Ingangwijziging) de optie SUPER is geselecteerd, kan deze
functie niet worden gewijzigd.
NONE (Geen)
Er wordt niet naar de andere video-ingangspoorten gezocht.
FIRST DETECT
Wanneer het huidige ingangssignaal niet aanwezig is, zoekt de monitor een videosignaal op de andere
2
(Eerste detectie)*
ingangspoort. Als het videosignaal zich op de andere poort bevindt, schakelt de monitor automatisch de
nieuwe gedetecteerde signaalbron in.
De monitor zoekt geen andere videosignalen wanneer de huidige videobron aanwezig is.
LAST DETECT
Wanneer de monitor een signaal weergeeft dat afkomstig is van de huidige bron en er wordt een
(Laatste detectie)*
2
signaal geleverd door een nieuwe, secundaire bron, schakelt de monitor automatisch over op de
nieuwe videobron. Wanneer het huidige ingangssignaal niet aanwezig is, zoekt de monitor een
videosignaal op de andere ingangspoort. Als het videosignaal zich op de andere poort bevindt, schakelt
de monitor automatisch de nieuwe gedetecteerde signaalbron in.
VIDEO DETECT
VIDEO-ingangen, zoals HDMI, HDMI2*
(Signaaldetectie)
S-VIDEO*
ingangssignalen aanwezig is, schakelt de monitor hiernaar over en blijft de VIDEO-ingang actief.
CUSTOM DETECT
Stel de prioriteit van invoersignalen in.
(Aangepaste detectie)
Wanneer CUSTOM DETECT (Aangepaste detectie) is geselecteerd, worden alleen vermelde ingangen
doorzocht.
OPMERKING: prioriteitsinstelling van de optie signaalingang is alleen beschikbaar in PRIORITY 3
(Prioriteit 3), behalve voor optie pc type sleuf 2.
*1: Deze functie is afhankelijk van de optionele kaart die u gebruikt.
*2: Alleen voor de ingangen DVI, DPORT, VGA, RGB/HV*
1
, HDMI3*
1
, hebben voorrang op DVI, VGA, DPORT, RGB/HV*
1
, HDMI, HDMI2*
1
, HDMI3*
Nederlands-27
1
, Y/Pb/Pr, Y/Pb/Pr2*
1
, SCART*
1
, VIDEO*
1
. Wanneer een van de VIDEO-
1
.
AUTO
(Automatisch)
192.168.0.10
255.255.255.0
0.0.0.0
AUTO
(Automatisch)
0.0.0.0
0.0.0.0
-
OFF (Uit)
ENABLE
(Inschakelen)
192.168.0.10
NO
NO (Nee)
-
NONE (Geen)
1
en

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Multisync x555unvMultisync un551sMultisync un551vs

Inhoudsopgave