Installatie
Afb. 10:
1 OmniControl
2 Interfacekabel M12
OmniControl aansluiten
De OmniControl ontvangt voedingsspanning via de interface van de elektronische aandrijfeenheid. De
seriële interface RS-485 van de OmniControl wordt uitsluitend gebruikt om de elektronische aandrij-
feenheid van een vacuümpomp aan te sturen. Het interfaceprotocol wordt beschreven in de gebruiks-
aanwijzing van de betreffende elektronische aandrijfeenheid.
1. Sluit de OmniControl-aansluiting "RS-485" aan op de elektronische aandrijfeenheid van de vacu-
2. Gebruik een M12-interfacekabel.
Afb. 11:
1 OmniControl 200
2 RS-485-interfacekabel (M12)
3 Elektronische aandrijfeenheid TC 400
OmniControl met geïntegreerde voedingseenheid aansluiten
1. Zorg ervoor dat de hoofdschakelaar van de voedingseenheid voorafgaand aan het aansluiten is
2. Zorg altijd voor een veilige verbinding met de aardingsgeleider (PE), beschermingsklasse I of III.
3. Sluit de OmniControl-aansluiting "RS-485" aan op de elektronische aandrijfeenheid van de vacu-
4. Gebruik een M12-interfacekabel.
5. Sluit de "DC out"-aansluiting van de OmniControl aan op de elektronische aandrijfeenheid van de
24/50
3
1
2
Voorbeeld: een OmniControl aansluiten op een vacuümpomp
ümpomp.
Voorbeeld: OmniControl met geïntegreerde voedingseenheid aansluiten op een vacu-
ümpomp
uitgeschakeld.
ümpomp.
vacuümpomp, zoals aangegeven in het aansluitschema, of gebruik hiervoor een kabel uit de ac-
cessoires van Pfeiffer Vacuüm .
4
3
Elektronische aandrijfeenheid
4
HiLobe-rootspomp
1
2
4
Turbopomp HiPace 700
5
Voedingskabel voor gelijkstroom (DC)
4
3
5