Bestuurdersstoel
ontgrendelen
1.
Beweeg de stoel zo ver mogelijk naar achteren.
Opmerking:
Dit voorkomt dat de stoel ergens
tegen aan komt wanneer u hem omhoog brengt.
2.
Duw de stoelvergrendeling naar achteren om de
stoel te ontgrendelen.
3.
Zet de stoel omhoog
Opmerking:
Hierdoor kunt u bij het deel van
de machine onder de stoel komen.
1. Stoelvergrendeling
2. Brandstoftankdop
De stoelophanging
verstellen
De stoel kan worden versteld zodat u prettig en
comfortabel kunt rijden. Zet de stoel in een stand die
voor u het meest comfortabel is.
Om de stoel te verstellen, draait u de knop in een van
beide richtingen om de meest comfortabele stand te
verkrijgen
(Figuur
15).
Figuur 13
(Figuur
14).
Figuur 14
3. Stoel
g019754
1. Knop voor stoelophanging
Tijdens gebruik
Veiligheid tijdens het werk
Algemene veiligheid
•
De eigenaar/gebruiker is verantwoordelijk voor
ongelukken die persoonlijk letsel of materiële
schade kunnen veroorzaken, en hij dient zulke
ongelukken te voorkomen.
•
Draag geschikte kleding, zoals een
veiligheidsbril, gripvaste, stevige schoenen
en gehoorbescherming. Draag lang haar niet los
en draag geen juwelen.
•
Gebruik de machine niet als u ziek, moe of onder
de invloed van alcohol of drugs bent.
•
Vervoer nooit passagiers op de machine en houd
omstanders en huisdieren weg van de machine
terwijl deze wordt gebruikt.
•
Gebruik de machine uitsluitend bij een goede
zichtbaarheid zodat u kuilen en verborgen gevaren
g000950
kunt vermijden.
•
Gebruik de machine niet op nat gras. Als de wielen
hun grip verliezen, kan de machine gaan glijden.
•
Controleer of alle aandrijvingen in de neutraalstand
zijn, de parkeerrem in werking is gesteld en u
zich in de bestuurderspositie bevindt voordat u de
motor start.
•
Houd uw handen en voeten uit de buurt van
de maaidekken. Blijf altijd uit de buurt van de
afvoeropening.
•
Kijk achterom en omlaag voordat u achteruitrijdt
om er zeker van te zijn dat de weg vrij is.
•
Wees voorzichtig bij het naderen van blinde
hoeken, struiken, bomen, en andere objecten die
uw zicht kunnen belemmeren.
21
Figuur 15
g019768