geval raadzaam om het modelgeheugen van een naam te voorzien. Daarvoor biedt de zender de mogelijkheid, uit 4 letters,
getallen of tekens, een naam of afkorting samen te stellen.
Invoeren (afb.blz.46)
Functie MODL selecteren en CURSOR-toets ">" indrukken. Bij een nieuwe zender verschijnt4 keer het getal O. De eerste 0
knippert. Met de DATA-toetsen "+" of "-" kunnen nu de gewenste lettersltekens worden uitgekozen. Daarna m.b.v. de CURSOR-
toets ">"het volgende symbool selecteren, en opnieuw met de DATA-toetsen het proces herhalen, totdat de 4 posities de naam
van uw model weergeven. Een extra opslag is niet nodig.
Servoweg-instelling (Adjustable Travel Volume) ATV (afb.blz.46)
De ATV-functie maakt het mogelijk, om de uitslag van de se rvo voor beide zijden apart in te stellen. U kunt de servoweg voor
elke kant afzonderlijk instellen van 0 tot 100% van de totale weg (incl.trimming).
Bij een verkleinde servoweg m.b.v. deze functie worden ook de (sub-) trim-uitslagen, mixvolumen en dual rate-volumen kleiner.
Instellen (afb.blz.48)
Functie ATV selecteren. De %-aanduiding knippert. Met de CURSOR-toetsen het gewenste kanaal (1-8) uitkiezen, dat zichtbaar
wordt gemaakt met het kleine pijltje onder de aanduiding CH 1-8. Desbetreffende stuurknuppel, schuif- kanaal of schakelaar naar
de uiterste stand brengen. Nu kan m.b.v. de "+" of "-" toetsen de gewenste verkleining van de servoweg voor deze kant van de
stuurfunctie worden ingesteld. Stuurknuppel nu naar de andere kant duwen, en zo de andere richting van de servoweg instellen.
Hierbij ziet u de display-aanduiding veranderen van UD (=Ieftldown, linkslonder) naar AJU (=rightlup,rechts/boven).
Servo-ompoling (Reverse) REV (afb.blz.48)
Met deze functie kunnelJ de draai richtingen van alle 8 functies worden omgedraaid. Zodoende hoeft u bij de inbouw van de
servo's in een model geen rekening te houden met hun draairichting.
Instelling
Functie REV selecteren. CH 1 knippert. Als er boven de aanduidingen 1-8 pijltjes staan, betekent dit, dat de normale
draairichtingen (N) geselecteerd zijn; een pijltje onder een kanaalaanduiding betekent een omgekeerde draairichting (R) van zo'n
kanaal. Met de CURSOR-toetsen kunt u het gewenste kanaal uitkiezen (knippert) en met de "+" of "-" toetsen kunt u de draai
richting omkeren.
Alle stuurfuncties kunt u ook ompolen, door de stekker van de desbetreffende stuurfunctie, die zich op de hoofdprint binnen in de
zender bevindt, omgedraaid in de contrastekker te steken. Vanwege de programmeermogelijkheden van de FC-16 zult u deze
optie echter niet nodig hebben.
Omschakel bare uitslagverkleining (dual rate) DIR (afb.blz.48)
Deze functie maakt het mogelijk, om de uitslag van functie 1 (rolroeren), 2 (hoogteroer) en 4 (richtingsroer) tijdens het vliegen te
veranderen naar een van te voren vastgestelde waarde. Iedere functie kan onafhankelijk van de andere functies ingesteld en
tijdens het sturen apart of tegelijktijdig omgeschakeld worden. Voor het omschakelen heeft u minstens 1 mixer-schakelaar nodig.
Zonder schakelaar kunt u deze functie gebruiken om de uitslag naar beide kanten te reduceren.
Instelling
Functie DIR selecteren. De %-aanduiding knippert, de kleine pijl staat onder "1". Dat betekent dat nu met "+"of "-" de gewenste
uitslagverkleining voor functie 1 (rolroeren) ingesteld kan worden. CURSOR-toets ">" indrukken; nu staat de kleine pijl onder "2",
de uitslagverkleining voor functie 2 kan nu op dezelfde manier ingesteld worden. CURSOR-toets ">" indrukken om de
uitslagverkleining voor functie 4 (richtingsroer) te selecteren. De stuurknuppel voor het desbetreffende kanaal, moet u in de
uiterste positie brengen, om de uitslagverkleining te kunnen instellen.
Schakelaars voor uitslagverkleining (PARA, DIR-Switch) DRSW (afb.blz.50)
Om te bepalen, met welke schakelaars de DIR-functie omgeschakeld wordt, moet in de functie PARA (eerst met de CU RSOR-
toetsen bladeren, dan met de MODE-toetsen) de functie DRSW geselecteerd worden. Met deze functie wordt vastgelegd, hoe het
omschakelen van de DIR-functie tijdens het sturen verloopt. U kunt kiezen uit:
DRSW 1:
DRSW 2:
1 schakelaar per functie, deze schakelaars aansluiten aan de contrastekkers F3,4,5.
1 schakelaar voor alle 3 functies tegelijk. Schakelaar aansluiten aan contrastekker F3.
16