Het bedienings- en programmeersysteem van de FC-16 (afb.blz.38)
De bediening en programmering van de zender moet u natuurlijk Ieren. Als u hierbij systematisch te werk gaat en wat geduld opbrengt,
kan er eigenlijk niets misgaan.
De zender biedt heel veel mogelijkheden. De bediening is in principe echter zo eenvoudig, dat u na het begrijpen van de
bedieningssystematiek dit handboek eigenlijk niet eens meer nodig heeft, om de zender met succes te kunnen programmeren. De
volgende beschrijvingen dienen ertoe, om deze systematiek duidelijk te maken.
Na de uitleg van het systeem volgen de beschrijvingen van de diverse functies. Deze worden in de volgorde, zoals de zender ze aanbiedt,
beschreven.
I
Waarom programmeren
Bij het "programmeren" vertelt de gebruiker aan de zender, wat hij moet doen. De zender FC-16 biedt een optimale
samenstelling van functies, die u nodig zou kunnen hebben. Alle mogelijkheden en functies van de zender FC-16 zijn al "kant en
klaar", d.w.z. dat deze functies alleen nog maar uitgekozen, geactiveerd en eventueel wat hun waarden betreft veranderd
moeten worden. Meer hoeft u niet te "programmeren".
Het basisprincipe van de bediening is dus, om alleen die functies te activeren en in te stellen, die echt nodig zijn. Zo wordt de
programmering niet moeilijker dan nodig.
Wanneer de zender een bepaalde functie moet uitvoeren, dan moet de gebruiker hem dit meedelen. Dit vindt plaats via de
toetsen en de display (de gebruiker programmeert de zender). Het bedieningssysteem maakt het de gebruiker mogelijk, om zijn
wensen aan de zender mee te delen en en naar behoefte aan te passen.
De weg naar de gewenste functie (afb.blz.40)
Om de wensen van zijn eigenaar te kunnen begrijpen, gebruikt de zender een eigen "programmeer-taal". Deze taal kunt u in de
functietabellen en in de verklaring van de afkortingen naslaan. De taal bestaat voornamelijk uit afkortingen van de functies, die bij
het model ingesteld of veranderd moeten worden. Moet de zender een bepaalde opgave of functie uitvoeren, dan moet eerst
gedefinieerd worden, hoe deze functie in de "taal" van de zender heet. Daarom moet u telkens de volgende vragen stellen:
1 )Hoe heet de gewenste functie?
Weet u, welke functie u nodig heeft, dan moet u vervolgens deze functie opzoeken. Pas dan kan de gewenste functie ook ingesteld
en geactiveerd worden; daarom luidt de volgende vraag:
2)Hoe kom ik bij de gewenste functie?
Als u de gewenste instelfunctie hebt gevonden, treft u een aantal instelmogelijkheden aan; daarom is de laatste vraag:
3)Welke mogelijkheid moet er ingesteld of veranderd worden?
Wie in deze volgorde te werk gaat, heeft in principe de systematiek begrepen.
Functies oproepen
Om bij de gewenste functie te arriveren, worden bij de FC-16 zender de functies met de MODE-toetsen achter elkaar als het
ware "doorgebladerd", zoals men in een boek door de verschillende hoofdstukken kan bladeren. In de hierna volgende
beschrijvingen wordt dit niet meer apart vermeld.
Bepaling van de functie (afb.blz.42)
Om in de gewenste functie iets te kunnen instellen, moet eerst de cursor (zie boven) op de plaats gezet worden, die veranderd
of ingesteld moet worden. De plek, waar de cursor staat, knippert dan. In de volgende beschrijvingen noemen we dit: "CURSOR
op zetten". Daarmee wordt bedoeld, dat een van de CURSOR-toetsen zo lang wordt ingedrukt, tot de gewenste functie bereikt is
en knippert in de display.
Instelling van de functie (afb.blz.42)
Om
een verandering te bewerkstelligen, moeten de gewenste waarden of veranderingen met de DATA-toetsen worden ingesteld.
~
I n de volgende beschrijvingen noemen we dit: "waarden met de DATA-toetsen instellen
13