Algemeen overzicht
van de machine
1. Bedieningspaneel
2. Motor
3. Afvoerschroef
4. Ketting-beschermkap
5. Ketting
Bedieningsorganen
Zorg dat u vertrouwd bent met alle bedieningsorganen
(Figuur
5) voordat u de motor start en de machine
gebruikt.
Schakelbord
1. Tractiebediening
2. Hydraulische
hefinrichting (graafarm
omhoog/omlaag)
3. Graafhendel
4. Referentiebalk
Figuur 4
6. Graaftanden
7. Graafarm
8. Graafkop
9. Rupsband
10. Veiligheidsplaat voor
achteruit
Figuur 5
5. Gashendel
6. Chokehendel
7. Contactschakelaar
8. Urenteller
Contactschakelaar
Machines met starterkoord
De contactschakelaar heeft 2 standen: U
Zie
Motor starten (bladz.
Machines met elektrisch startsysteem
De contactschakelaar heeft 3 standen:
en
. Zie
STARTEN
Gashendel
Zet de hendel naar voren om het motortoerental te
verhogen en naar achteren om het motortoerental te
verlagen.
g015375
Chokehendel
Voordat u een koude motor start, moet u de
chokehendel naar voren bewegen. Nadat de motor
is gestart, kunt u met behulp van de choke de motor
regelmatig laten lopen. Zodra dit mogelijk, moet u de
chokehendel helemaal naar achteren bewegen.
Opmerking:
Als de motor warm is, hoeft de choke
niet of nauwelijks te worden gebruikt.
Urenteller
Als de motor is afgezet, verschijnt op de urenteller het
aantal uren dat de machine in bedrijf is geweest.
Referentiebalk
Tijdens het rijden dient u de referentiebalk als
handgreep en hefpunt te gebruiken om de machine
te besturen. Voor een soepele, gecontroleerde
bediening houdt u altijd beide handen op de
referentiebalk tijdens het bedienen van de machine.
g007801
14
19).
Motor starten (bladz.
19).
en L
.
IT
OPEN
,
UIT
DRAAIEN