Installatie
7. Sluit bedrading (niet meegeleverd) aan op X1
en X2 en een aarddraad op de aardingsstang.
Deze bedrading is voor aansluiting op de pomp.
Aansluitingen naar pomp
H3 X3
Aansluitingen van voeding
A
. 9: Bedradingsaansluitingen transformator
FB
OPMERKING: De andere draden in Afbeelding 9
(H3, X3) zijn in de fabriek aangesloten en zijn niet
nodig om de transformator op de pomp aan te
sluiten.
8. Leid de bedrading naar de pomp door een van de
uitsparingen in de zijkant van het deksel van de
transformator. Een kabelwartel of
doorvoerverbinding (niet meegeleverd) moet
worden gebruikt waar de bedrading door de
uitsparing gaat.
9. Bevestig het deksel aan de voorzijde opnieuw
met de vier schroeven die in stap 3 werden
verwijderd.
10. Sluit de bedrading van de transformator aan op
klemmen 4T2 en 6T3 in de aansluitdoos en
bevestig de aarddraad aan een van de twee
aardklemmen in de aansluitdoos zoals
beschreven in Voeding aansluiten op pagina 10.
12
H2
X2
H1
X1
Aardingsstang
Oliedop met ontluchting
plaatsen voor gebruik van
de apparatuur
De tandwielkast van het aandrijfmechanisme is in
de fabriek al met olie gevuld. De tijdelijke dop heeft
geen ontluchting en voorkomt lekkage tijdens het
vervoer. Vervang de tijdelijke dop voor gebruik van
het apparaat door de dop met ontluchting, die met
de apparatuur is meegeleverd.
OPMERKING: Controleer het oliepeil voordat
u de apparatuur gebruikt. Het oliepeil moet
halverwege het kijkglas staan.
Dop met
ontluchting
Dop met ontluchting hier bevestigd waar verzonden.
A
. 10: Doppen met en zonder ontluchting
FB
Vloeistofslangaansluiting
Raadpleeg Afbeelding 1 op pagina 7.
Bevestig de vloeistofslang (niet meegeleverd) aan de
vloeistofslangaansluiting (L) van het terugslagventiel.
OPMERKING: Controleer of alle componenten het
juiste formaat en de juiste druk hebben om aan de
systeemvereisten te voldoen.
Dop
Niet-geven-
tileerd
3A9397H