het hydraulische systeem. Gebruik deze stand alleen
kortstondig of wanneer er een motor is gemonteerd.
Belangrijk: Controleer het peil van de hydraulische
olie nadat u een werktuig heeft gemonteerd.
Controleer de werking van het werktuig door alle
standen meerdere keren te doorlopen om de lucht
uit het systeem te verwijderen en vervolgens het peil
van de hydraulische olie te controleren. De cilinder
van het werktuig zal het oliepeil van de transaxle
enigszins beïnvloeden. Als u de machine gebruikt
bij een te laag oliepeil, kan dat schade veroorzaken
aan de pomp, de hydraulische afstandsbediening, de
stuurbekrachtiging en de transaxle van de machine.
VOORZICHTIG
Hydraulische vloeistof die onder druk ontsnapt,
kan voldoende kracht hebben om door de huid
heen te dringen, en letsel veroorzaken. Ga
voorzichtig te werk als u de snelkoppelingen van
het hydraulische systeem aansluit of losmaakt.
Schakel de motor uit, stel de parkeerrem in
werking, laat het werktuig neer en zet de
op afstand bedienbare hydraulische klep in
de Float-vergrendelstand om de druk in het
hydraulische systeem op te heffen, voordat u de
snelkoppelingen aansluit of losmaakt.
De snelkoppelingen aansluiten
Belangrijk: Maak de snelkoppelingen schoon voordat
u deze aansluit. Vuile snelkoppelingen kunnen het
hydraulische systeem verontreinigen.
1. Trek de borgring op de koppeling naar achteren.
2. Steek de nippel van de slang in de snelkoppeling totdat
deze vastklikt.
Opmerking: Als u de op afstand bedienbare hydraulische
werktuigen aansluit op de snelkoppelingen, bepaal dan welke
kant onder druk moet komen te staan, en sluit die slang dan
aan op snelkoppeling B. Hierop komt druk te staan als de
schakelhendel naar voren wordt geduwd of wordt vergrendeld
in de stand Aan.
De snelkoppelingen loskoppelen
Opmerking: Zet de motoren van zowel de machine als
het werktuig uit en beweeg de hefhendel naar voren en naar
achteren om de druk in het systeem op te heffen en de
snelkoppelingen gemakkelijker los te maken.
1. Trek de borgring op de koppeling naar achteren.
2. Trek de slang krachtig uit de snelkoppeling.
Belangrijk: Reinig de stofplug en de stofkap
en plaats deze op de openingen van de
snelkoppelingen wanneer deze niet in gebruik zijn.
Tips voor bediening en gebruik
Gebruikseigenschappen
De machine is ontwikkeld met oog op veiligheid. De besturing
lijkt sterk op die van een auto, met een stuurwiel, rempedaal
en gaspedaal. Vergeet echter niet dat deze machine geen
personenvoertuig is. De Workman is een bedrijfsvoertuig, dat
niet is ontworpen voor gebruik op de openbare weg.
WAARSCHUWING
De machine is in de eerste plaats bedoeld als
offroad-voertuig en is niet geschikt voor intensief
gebruik op de openbare weg.
U mag enkel occasioneel met de machine
rijden op de openbare weg als u de plaatselijke
verkeersregels naleeft en bijkomende accessoires
gebruikt die lokale voorschriften kunnen vereisen
(inclusief, maar niet beperkt tot verlichting,
richtingaanwijzers, bord met aanduiding
'Langzaam rijdend voertuig', enz.).
De machine heeft speciale banden, lage overbrengingsver-
houdingen, een differentieelgrendel en andere voorzieningen
die het extra tractie geven. Deze kenmerken bevorderen de
wendbaarheid van het voertuig, maar kunnen ook leiden
tot gevaarlijke situaties. Denk erom dat het voertuig niet is
bedoeld voor recreatief gebruik, het is geen terreinwagen en
is beslist niet bedoeld om mee te spelen of te stunten. Het is
een werkvoertuig, geen speelgoed. Laat kinderen nooit de
machine bedienen. Iedereen die de machine bedient moet de
juiste training hebben ontvangen.
De bestuurder en de passagier moeten altijd de
veiligheidsgordels dragen.
Als u nog geen ervaring hebt met het besturen van de
machine, oefen dan eerst op een veilige plaats waar geen
andere mensen zijn. Zorg ervoor dat u bekend bent met de
bedieningsorganen van de machine, met name de remmen,
de besturing en het schakelmechanisme. Zorg ervoor dat u
weet hoe de machine zich gedraagt op verschillende soorten
ondergrond. Naarmate u meer ervaring heeft met het
besturen van het voertuig zal uw rijvaardigheid toenemen,
maar begin rustig aan, evenals als bij andere voertuigen.
Zorg dat u weet hoe u snel kunt stoppen in noodsituaties.
Als u hulp nodig heeft, dient u zich te wenden tot een
leidinggevende.
Tal van factoren kunnen leiden tot een ongeluk. De
belangrijkste daarvan heeft u vaak zelf in de hand. Uw
eigen rijgedrag, zoals harder rijden dan de omstandigheden
toelaten, te krachtig remmen, te scherpe bochten maken en
combinaties hiervan, zijn in veel gevallen de oorzaak van
een ongeluk.
Een van de belangrijkste oorzaken van ongelukken is
vermoeidheid. Neem af en toe pauze. Het is zeer belangrijk
dat u te allen tijde alert bent.
34