10 Diagnose en service
4 ... 20 mA-signaal con-
troleren
Fout
4 ... 20 mA-signaal niet
stabiel
4 ... 20 mA-signaal ont-
breekt
Stroomsignaal groter dan
22 mA, kleiner dan 3,6 mA.
Behandeling van meet-
fouten
68
Sluit conform het aansluitschema een multimeter met een passend
meetbereik aan. De volgende tabel beschrijft mogelijke fouten in het
stroomsignaal en helpt bij het oplossen daarvan:
Oorzaak
•
Meetgrootheid varieert
•
Elektrische aansluiting fout
•
Voedingsspanning ontbreekt
•
Voedingsspanning te laag, belastings-
weerstand te hoog
•
Sensorelektronica defect
De tabel hieronder geeft typische voorbeelden voor toepassings-
technische meetfouten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen
meetfouten bij:
•
Constant niveau
•
Vullen
•
Aftappen
De afbeeldingen in de kolom "Storingsbeeld" tonen telkens het wer-
kelijke niveau gestippeld en het door de sensor getoonde niveau als
doorgetrokken lijn.
Fig. 27: De gestippelde lijn 1 toont het werkelijke niveau. De doorgetrokken lijn 2
toont het door de sensor weergegeven niveau.
Opmerking:
•
Overal, waar de sensor een constante waarde aangeeft, kan de
oorzaak ook in de storingsinstelling van de stroomuitgang op
"Waarde houden" liggen.
•
Bij te lage niveau-indicatie kan de oorzaak ook een te hoge kabel-
weerstand zijn
Oplossen
•
Demping instellen
•
Aansluiting controleren, evt. corrigeren
•
Kabels controleren op breuk, eventueel
repareren
•
Controleren, evt. aanpassen
•
Instrument vervangen resp. voor repa-
ratie inzenden
0
VEGAFLEX 86 • Tweedraads 4 ... 20 mA/HART
1
2
time