8. Aanaardschijven volgens de stappen 7 tot 12
van het hoofdstuk "Aanaardschijven instellen"
instellen, zie pagina 113. Bij stap 10 de
geactiveerde aanaardschijven echter tot helemaal
naar boven in de passieve stand brengen.
9. Op dezelfde wijze de aanaardschijven van alle
parallellogrammen deactiveren.
6.4.11.2 Aanaardschijven instellen
De aanaardschijven kunnen per paar in de hoogte
ten opzichte van de akkerbodem en afzonderlijk op
een afstand en in horizontale hoek ten opzichte
van de plantenrij worden ingesteld. De verschillende
instellingen moeten op elkaar worden afgestemd.
Voor de instellingen geldt:
Hoe dieper een horizontale aanaardschijf verticaal
in de akker steekt, hoe meer aarde tegen de
planterij wordt aangeaard.
Bij een ten opzichte van de plantenrij grotere
horizontale afstand en tegelijkertijd steilere
horizontale hoek aardt de aanaardschijf meer
aarde aan. Bij een ten opzichte van de plantenrij
kleinere horizontale afstand en tegelijkertijd
vlakkere horizontale hoek aardt de aanaardschijf
minder aarde aan.
Hoe groter de rijsnelheid bij het schoffelen is,
hoe meer aarde aarden de aanaardschijven bij
de plantenrijen aan. Als bij een verhoging van
de rijsnelheid de hoeveelheid aangeaarde aarde
gelijk moet blijven, moet de hoogte van de
aanaardschijven vergroot en de afstand en de
horizontale hoek van de aanaardschijven ten
opzichte van de plantenrijen worden verkleind.
Als de schoffeldiepte wordt veranderd, zie
hoofdstuk "Schoffeldiepte instellen" en de
hoeveelheid aangeaarde aarde moet gelijk blijven,
dan moet ook de hoogte van de aanaardschijven
ten opzichte van de geschoffelde bodem worden
veranderd.
Om de hoogte van de aanaardschijven in te
1.
stellen die via een sterparallellogram op een
parallellogram zijn gemonteerd:
Stappen 2 tot 6 volgen.
2. Machine met de driepuntslift op het veld
neerlaten.
MG6960-NL-II | D.1 | 18.01.2024 | © SCHMOTZER
6 | Machine voorbereiden
Machine voorbereiden voor het gebruik
-
CMS-T-00009657-B.1
+
CMS-I-00004448
113