Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave

Advertenties

Probleemoplossing

Volg de Drukontlastingsprocedure, pagina 21,
voordat u de apparatuur controleert of er onderhoud
aan uitvoert.
Probleem
De pomp werkt niet.
De pomp werkt, maar er is
weinig opbrengst bij beide
slagen.
De pomp werkt, maar de uitvoer
is laag bij de neerwaartse slag.
Toerental van de pomp
onregelmatig of snel oplopend.
Er bevindt zich vloeistof in de
overloopkamer.
* Om te bepalen of de vloeistofslang of het pistool verstopt is, haalt u de druk eraf. Koppel de materiaalslang los en
plaats een opvangbak bij de materiaaluitlaat van de pomp om het materiaal op te vangen. Schakel de luchttoevoer
zodat er net genoeg lucht aanwezig is dat de pomp kan worden gestart. Als de pomp wordt ingeschakeld wanneer
u de lucht inschakelt, is de slang of het pistool verstopt.
** Zie Bijbehorende handleidingen, pagina 3, voor handleidingnummers.
3A1641V
Oorzaak
Verstopte leiding of onvoldoende
luchttoevoer; de kleppen zitten
dicht of verstopt.
Verstopte vloeistofslang of verstopt
pistool; de binnendiameter van de
vloeistofslang is te klein.
Onderdelen van de luchtmotor zijn
vuil, versleten of beschadigd.
Alleen voor DataTrak-modellen:
Uitgeschoven solenoïdepin
voorkomt dat het luchtventiel
zijn cyclus kan maken.
Verstopte leiding of onvoldoende
luchttoevoer; de kleppen zitten
dicht of verstopt.
Verstopte vloeistofslang of verstopt
pistool; de binnendiameter van de
vloeistofslang is te klein.
Versleten pakkingen in
verdringerpomp.
Openstaande of versleten
veiligheidskogelkleppen of
zuigerpakkingen.
Geen vloeistoftoevoer meer.
Openstaande of versleten
veiligheidskogelkleppen of pakkingen.
Beschadigde balg.
OPMERKING: Controleer eerst alle mogelijke oorzaken
en problemen, voordat u de pomp demonteert.
Reinig de leiding of verhoog de
luchttoevoer. Controleer of de
kleppen zijn geopend.
Openen, ontstoppen*; gebruik een slang
met een grotere binnendiameter.
Reinig of repareer de luchtmotor. Zie de
handleiding voor NXT-luchtmotoren.**
Overtoerenbeveiliging inschakelen
(zie DataTrak-bediening, Instelmodus,
pagina 26). Ontlucht de motor.
Druk op
om de solenoïdepin in te trekken.
Reinig de leiding of verhoog de
luchttoevoer. Controleer of de
kleppen zijn geopend.
Openen, ontstoppen*; gebruik een
slang met een grotere binnendiameter.
Vervang de pakkingen. Zie de
handleiding Balg-verdringerpomp.**
Reinig de klep; vervang de pakkingen.
Zie de handleiding
Balg-verdringerpomp.**
Bijvullen en voorvullen.
Reinig de klep, vervang de pakkingen.
Zie de handleiding
Balg-verdringerpomp.**
Vervang. Zie de handleiding
Balg-verdringerpomp.**
Probleemoplossing
Oplossing
op het DataTrak-scherm
31

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Ti15428b

Inhoudsopgave