Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Lokaliseren Van Leidingbreuken Met Twee Zenders; Fout Detectie Van Een Elektrische Vloerverwarming - Mastech MS6818 Gebruikershandleiding

Inhoudsopgave

Advertenties

DETAILS VAN DE TOEPASSING

3.1.4 Lokaliseren van leidingbreuken met twee zenders

Als voor het lokaliseren van een leidingbreuk met één zender één draadeinde wordt
gevoed, kunnen de onderbrekingen door slechte omstandigheden niet goed bepaald worden wegens
een veld verstoring. De hierboven beschreven nadelen kunnen gemakkelijk vermeden worden,
wanneer men gebruik maakt van twee zenders (een uit elk uiteinde) voor de detectie van
draadbreuk. In dit geval worden elk van de zenders op een andere leidingcode ingesteld, bijv.
zender een op code F en de tweede op code C. (Een tweede zender met een verschillende
leidingcode is niet in de levering opgenomen en dient daarom apart te worden besteld.)
Vereisten:
De stroomkring moet spanningsvrij zijn.
Alle ongebruikte draden moeten volgens figuur 3-1-4 op hulpaarde zijn aangesloten.
Beide zenders volgens figuur 3-1-4 aansluiten.
Ga te werk zoals in de voorbeeldtoepassing is beschreven.
Als de zenders volgens figuur 3-1-4 verbonden zijn, wordt aan de linkerkant van de draadbreuk op
de ontvanger C getoond. Als de ontvanger voorbij de draadbreuk naar rechts gaat, verschijnt een F.
Als u zich direct boven de breuk bevindt, zal er geen leidingcode verschijnen, wegens de overlapping
van beide zendersignalen.
HINTS
1. Pas het vermogen van het
zendniveau van de zender aan
deze af te stemmen voor
verschillende detectiestralen.
2. De doel positie kan exact
bepaald worden door uw
instelling met de handmatige
van de ontvanger en het
selecteren van de goede
gevoeligheid.
LET OP
1. Volledige aarding moet gewaarborgd zijn.
2. De overgangsweerstand van een leidingbreuk moet hoger zijn dan 100 kOhm.
3. De aarding verbonden met de zender kan een hulpaarde zijn, aarding van een geaard stopcontact
of van een goed geaarde waterleiding.
4. Bij detectie van leidingbreuken in meeraderige kabels, moeten alle niet resterende draden in de
beschermde kabel of geleider geaard worden overeenkomstig de regelgeving. Dit is vereist om
kruiskoppeling van het gevoede signaal te vermijden (door een capacitief effect op de klemmen). De
detectiediepte voor afgeschermde kabels en geleiders is verschillend omdat de individuele draden in
de afgeschermde kabel getwist zijn.
DETAILS VAN DE TOEPASSING

3.1.5 Fout detectie van een elektrische vloerverwarming

Vereisten:
De stroomkring moet spanningsvrij zijn.
Alle ongebruikte draden moeten volgens figuur 3-1-5a op hulpaarde zijn aangesloten.
Verbindt beide zenders ( als er twee zenders worden gebruikt) volgens figuur 3-1-5b.
Ga te werk zoals n de voorbeeldtoepassing is beschreven.
LET OP
1. Als zich boven de
verwarmingsdraden een
beschermmat bevindt, mag er
geen aardeverbinding zijn.
Verwijder desnoods de
afscherming van de
aardverbinding.
2. Volledige aarding moet
gewaarborgd zijn en er moet een
aanzienlijke afstand zijn tussen de
aardklem van de zender en de doel
leiding. Als de afstand te kort is,
kunnen het signaal en de leiding
niet exact bepaald worden.
om
HINTS
1. De positie, tijdens het traceren
modus
langs de leiding, waar de door de
ontvanger ontvangen signaal een
abrupte daling heeft is de positie van
de onderbreking. 2. Pas het
vermogen van de zendniveau van de
zender aan om deze af te stemmen
voor verschillende detectiestralen.
3. De doel positie kan exact bepaald
worden door uw instelling met de
handmatige modus van de
ontvanger en het selecteren van de
goede gevoeligheid.
4. Voor deze toepassing is een
tweede zender niet beslist nodig.
Voor toepassing met een enkele
zender, zie figuur 3-1-5a.

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave