Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Lokaliseren En Volgen Van Leidingen En Stopcontacten; Lokaliseren Van Breuken In De Leiding - Mastech MS6818 Gebruikershandleiding

Inhoudsopgave

Advertenties

DETAILS VAN DE TOEPASSING
3.1.2

Lokaliseren en volgen van leidingen en stopcontacten

Vereisten:
Het circuit moet spanningsvrij zijn.
Nulgeleider en aardingsdraad moeten verbonden zijn en volledig operationeel.
Verbind de zender met de fase en aardingsdraad volgens figuur 3-1-2.
HINTS
1. Volledige aarding moet gewaarborgd zijn.
2. Met de éénpolige indicatie kunnen ook laterale circuit takken worden opgespoord (De zekering
moet in dit voorbeeld verwijderd worden).
3. Als de voedingskabel, gevoed met het signaal van de zender gelokaliseerd is, bijv. direct parallel
is aan andere geleiders (bijv. kabelsleuf of –kanaal), of als deze geleiders gekruist zijn, worden de
signalen eveneens ingevoerd in de andere geleiders.
4. Hoe sterker de weergave van het signaal tijdens het lokaliseren en traceren, hoe dichter de
zoeker bij de leidingen is om te traceren.
5. Pas het vermogen van het zendniveau van de zender aan om deze af te stemmen voor
verschillende detectiestralen.
6. De doel positie kan exact bepaald worden door uw instelling met de handmatige modus van de
ontvanger en het selecteren van de goede gevoeligheid.
DETAILS VAN DE TOEPASSING
3.1.3

Lokaliseren van breuken in de leiding

Vereisten:
Het circuit moet volledig spanningsvrij zijn.
Alle niet-vereiste lijnen moeten verbonden worden met de hulpaarding volgens figuur 3-1-
3.
Verbind de zender met één meetsnoer en met een hulpaarding volgens figuur 3-1-3.
OPGELET
1. Volledige aarding moet gewaarborgd zijn.
2. De overgangsweerstand van een leidingbreuk moet hoger zijn dan 100 kOhm.
3. Bij detectie van leidingbreuken in meeraderige kabels, moeten alle niet resterende draden in de
beschermde kabel of geleider geaard worden overeenkomstig de regelgeving. Dit is vereist om
kruiskoppeling van het
gevoede signaal te vermijden (door een capacitief effect op de klemmen). De detectiediepte voor
afgeschermde kabels en
geleiders is verschillend omdat de individuele draden in de afgeschermde kabel getwist zijn.
HINTS
1. De aarding verbonden met de zender kan een hulpaarde zijn, aarding van een geaard stopcontact
of van een goed geaarde
waterleiding.
2. De positie, tijdens het traceren langs de leiding, waar de door de ontvanger ontvangen signaal
een abrupte daling heeft is de positie van de onderbreking.
3. Pas het vermogen van de zendniveau van de zender aan om deze af te stemmen voor
verschillende detectiestralen.
4. De doel positie kan exact bepaald worden door uw instelling met de handmatige modus van de
ontvanger en het selecteren van de goede gevoeligheid.

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave