Nick-functie
Met behulp van de nick-functie kunt u de quadrocopter naar voren en achteren bewegen (zie afbeelding 11). De
bediening gebeurt eveneens met de rechter stuurknuppel (zie ook afbeelding 1, pos. 4).
Als de knuppel een klein beetje naar voor wordt gestuurd, worden de propellertoerentallen door de elektronica in de
quadrocopter zo veranderd dat het model lichtjes naar voor overhelt en zo ook voorwaarts vliegt.
Stuurt u de zender naar achter, dalen de toerentalwijzigingen van de propellers precies omgekeerd en vlieg het model
zijdelings achterwaarts.
f) Praktische vliegtips voor de eerste start
Ondanks het feit dat u de helikopter later op een kleine vlakte kunt laten vliegen, raden wij u toch aan om voor de
eerste vliegpogingen een vrije ruimte met ca. 3 x 3 m te kiezen.
De ondergrond moet glad zijn (tegels, parket e.d.) zodat u reeds kort voor het opstijgen kunt herkennen of het model
in een bepaalde richting wil afdrijven.
Wanneer u de eerste vlucht in open lucht uitvoert, moet er absolute windstilte zijn.
Sta direct achter uw quadrocopter. Want zolang het model met de rode LED's naar u toe wijst en u uw model zo van
achteraf ziet, reageert uw model op de stuurbevelen rechts, links, vooruit en achteruit, net zoals u het ziet. Als uw het
model echter met de blauwe LED's in uw richting wijst, reageert het precies tegengesteld als u het de zender bestuurt.
Belangrijk!
Trek de stuurknuppel voor de pitchfunctie niet plots naar beneden aangezien de quadrocopter ongestuwd
op de grond valt en daarbij schade kan oplopen. Trek de stuurknuppel langzaam terug en verminder zo
voorzichtig de vlieghoogte.
Als de propellers zich aan voorwerpen zouden stoten en geblokkeerd raken, dan schuift u de pitchknuppel onmiddel-
lijk in de onderste stand opdat de betrokken aandrijfmotoren niet verder van stroom worden voorzien.
Opgelet! Belangrijk!
Probeer nooit de vliegende quadrocopter met de hand vast te nemen. Er bestaat een verhoogde kans op
verwondingen!
Afbeelding 11
17