BESTE METHODES
De belangrijkste punten van de CAN-installatie worden hieronder samengevat:
OPMERKING:Het opvolgen van deze aanbevelingen zal resulteren in een zo robuust mogelijk systeem terwijl
CAN-communicatieproblemen sterk verminderd worden.
1. Gebruik altijd verzegelde connectoren met diëlektrisch vet. Vermijd niet-afgedichte, krimpverbindingen (d.w.z.
stootverbindingen).
Monteer alle CAN-afsluiters niet alleen met diëlektrisch vet, maar ook met de connector naar beneden om te
voorkomen dat er water en/of chemicaliën in terechtkomen. Vloeistoffen die zich binnenin de terminator
ophopen kunnen de pinnen aantasten en CAN-communicatieproblemen veroorzaken.
2. Sluit de voeding rechtstreeks aan op een geregelde schone stroombron.
3. Sluit de massa rechtstreeks aan op de accu van het voertuig.
4. Logische stroom voor knooppunten moet worden aangesloten op een schoon vermogensrelais van de bus.
OPMERKING:De draden van de sterkstroom en aarde hebben een grotere draaddiameter dan de draden van de
logische stroom en aarde.
5. Gebruik speciale busrails om de console en alle nodes op dezelfde bron aan te sluiten voor zowel voeding als
aarde.
6. Zorg voor relais om de stroom in en uit te schakelen om te voorkomen dat de batterij leegloopt. Raven raadt
aan om de console aan te sluiten op een schone stroombron (op het relais) en de 'oranje' draad van de console
te gebruiken om het relais te activeren. Hierdoor wordt de console de hoofdschakelaar en kan de motor
worden uitgeschakeld zonder de console uit te schakelen.
Installatie: ISOBUS en voedingsaansluitingen
INSTALLATIE
33