5.10 Spanning en Frequentie Metingen
Voor stroommetingen door testsnoeren, ontkoppel het
te testen onderdeel en sluit de meetsnoeren in serie
aan op het onderdeel, zie afbeelding 5.7.
5.10.1 Testsnoer Stroommetingen (A, mA, en µA)
1. Voor meetsnoermetingen (A, mA en uA), zet u de functieschakelaar op
de
of
2. Plaats het zwarte meetsnoer in de negatieve COM terminal en het rode
meetsnoer in één van de volgende positieve terminals:
A voor het meten van hoge stroom.
mA voor het meten van lage stroom.
µA voor micro-amp metingen
3. Gebruik de
De
De
4. Sluit de testsnoeren in serie aan met het onderdeel in overeenstemming
met Fig. 5.7 en Fig. 5-8 voor 'A' metingen, Fig. 5-9 voor mA metingen of
Fig. 5-10 voor µA metingen.
5. Lees de stroom en frequentie waarden op het display (let op dat de
frequentiefunctie niet beschikbaar is voor de µA-functie). Om alleen de
frequentie te laten zien gaat u naar het Hz-icoon met behulp van de
pijltjestoetsen en schakelt de modus in (of uit) door te drukken op OK.
FLIR DM90 GEBRUIKERS HANDLEIDING
Fig 5-7 Ontkoppelde component
positie.
knop om AC of DC te selecteren.
indicator toont wisselspanningsmetingen.
indicator toont gelijkpanningsmetingen.
22
Document identificatie: DM91-nl-NL_AA