Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Aanwijzingen Bij De Elektrische Installatie; Aansluitgegevens; Overspanningsbeveiliging En Netbelasting; Draaistroomaggregaten - Rittal 3359. Series Montage- En Bedieningshandleiding

Verberg thumbnails Zie ook voor 3359. Series:
Inhoudsopgave

Advertenties

– dient met het juiste verval te zijn aangebracht (geen si-
fonvorming)
– dient knikvrij te zijn
– mag bij een verlenging niet in doorsnede zijn geredu-
ceerd
De condensslang is leverbaar als toebehoren (zie ook
toebehoren in het Rittal-handboek).
Afb. 9:
Condensafvoer aansluiten
Sluit een geschikte slang op een van de twee con-
densafvoersteunen aan en borg deze met een slang-
klem.
De niet-benodigde condensafvoersteun dient te wor-
den afgesloten.
Plaats de condensslang bijv. in een afvoer.
Afb. 10:
Condensafvoer plaatsen
4.5
Aanwijzingen bij de elektrische installa-
tie
Neem bij de elektrische installatie alle geldige nationale
en regionale voorschriften alsmede de voorschriften van
de betreffende energiebedrijven in acht. De elektrische
installatie mag alleen door een erkende elektrotechnicus
worden uitgevoerd, die verantwoordelijk is voor het aan-
houden van de bestaande normen en voorschriften.
Rittal Koelaggregaat
4 Montage en aansluiting
4.5.1

Aansluitgegevens

– De aansluitspanning en -frequentie dienen overeen te
komen met de nominale waarden op het typeplaatje.
– Het koelaggregaat dient via een meerpolige schei-
dingsinrichting op het net te worden aangesloten, die
in uitgeschakelde toestand een contactopening van
minstens 3 mm garandeert.
– Aan de voedingszijde van het apparaat mag geen ex-
tra temperatuurregeling worden voorgeschakeld.
– Installeer als kabel- en kortsluitbeveiliging voor het
koelaggregaat de op het typeplaatje vermelde beveili-
gingsinrichting.
– De netaansluiting dient een potentiaalvereffening te
garanderen die nagenoeg vrij is van externe spannin-
gen.
4.5.2

Overspanningsbeveiliging en netbelasting

– Het aggregaat beschikt niet over een eigen overspan-
ningsbeveiliging. De gebruiker dient aan de netzijde
maatregelen t.b.v. een effectieve bliksem- en over-
spanningsbeveiliging te treffen. De netspanning mag
de tolerantie van ±10 % niet overschrijden.
– Overeenkomstig IEC 61 000-3-11 mag het aggregaat
alleen worden gebruikt voor toepassingen, waarbij de
max. continustroom van het net (voedingskabel ener-
giebedrijf) groter is dan 100 A per fase en die met een
netspanning van 400/230 V worden gevoed. Indien
nodig dient in overleg met het energiebedrijf te worden
gegarandeerd dat de max. continustroom bij het aan-
sluitpunt op het openbare elektriciteitsnet voldoende
is voor de aansluiting van één aggregaat.
– De ventilator en compressor in één- en driefase-ag-
½"
gregaten zijn intrinsiekveilig (thermische wikkelingsbe-
veiliging). Dat geldt ook voor alle trafoversies alsmede
voor aggregaten met afwijkende spanningen, die
eveneens met een trafo zijn uitgerust.
– Installeer als kortsluitbeveiliging voor het aggregaat de
op het typeplaatje vermelde trage voorzekering (zeke-
ringsautomaat met toepasselijke karakteristiek, bijv.
K-karakteristiek, resp. smeltzekering van het gG-stan-
daardtype, vermogensschakelaars voor installatie-
resp. trafobeveiliging). Selecteer de betreffende ver-
mogensschakelaars overeenkomstig de gegevens op
het typeplaatje: stel de beveiligingsschakelaars op de
aangegeven waarde in. Op die manier wordt een opti-
male kortsluitbeveiliging voor kabels en aggregaat be-
reikt.
Voorbeeld: Aangegeven instelbereik 6,3 – 10 A;
op 6,3 A instellen.
4.5.3

Draaistroomaggregaten

– Bij de elektrische aansluiting van apparaten in de
draaistroomuitvoering dient het rechtse draaiveld altijd
in acht te worden genomen.
NL
9

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave