Transmissielog: hiermee drukt u de transmissielog of de transmissiefoutenlog af.
Scanvoorbeeld: hiermee wordt een afbeelding weergegeven voordat deze wordt gefaxt.
Als u een pagina hebt gescand, volgt er een korte pauze en wordt vervolgens het voorbeeld
weergegeven.
Opmerking: Scanvoorbeeld wordt niet door alle modellen ondersteund.
Rand wissen: met deze functie verwijdert u vlekken of informatie rondom de randen van het
document. U kunt een heel gebied langs alle zijden van het papier weghalen, of een
bepaalde rand aangeven. Met Rand wissen wist u alles wat in het geselecteerde gebied ligt,
zodat er niets wordt afgedrukt op dat gedeelte van het papier.
De faxresolutie wijzigen
1
Plaats het origineel met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de
automatische documentinvoer.
2
Pas de papiergeleiders aan.
3
Raak Faxen aan.
4
Geef het faxnummer op.
5
Raak Opties aan.
6
Raak de knop aan die overeenkomt met de door u gewenste resolutie.
7
Raak Faxen aan.
De instelling voor intensiteit aanpassen
1
Plaats het origineel met de bedrukte zijde naar boven en de korte zijde als eerste in de
automatische documentinvoer.
2
Pas de papiergeleiders aan.
3
Raak Faxen aan.
4
Geef het faxnummer op.
5
Raak Opties aan.
6
Raak de pijl naar links aan om de Intensiteit voor de fax te verlagen of raak de pijl naar
rechts aan om de Intensiteit voor de fax te verhogen.
7
Raak Faxen aan.
55