Bovenlamp
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
12. PROBLEEMOPLOSSING
WAARSCHUWING!
Raadpleeg de hoofdstukken
Veiligheid.
12.1 Wat te doen in de
volgende gevallen...
Neem in alle gevallen die niet in deze
tabel zijn opgenomen contact op met een
erkend servicecentrum.
De oven gaat niet aan of warmt
niet op
Probleem
U kunt de oven niet
inschakelen of be‐
dienen.
De oven wordt niet
warm.
De oven wordt niet
warm.
De oven wordt niet
warm.
De oven wordt niet
warm.
Draai de glazen afdekking om
die te verwijderen.
Reinig het glazen deksel.
Vervang de lamp door een geschikte hittebestendige lamp van 300 °C.
Installeer het glazen deksel.
Controleer of de
volgende zaken
gelden...
De oven is juist op
een elektrische toe‐
voer aangesloten.
De automatische
uitschakeling is ge‐
deactiveerd.
De ovendeur is ge‐
sloten.
De zekering is door‐
geslagen.
Het kinderslot staat
uit.
Onderdelen
Probleem
De lamp is uit.
De lamp werkt niet.
Foutcodes
Op het display ver‐
schijnt...
C3
F102
F102
12:00
NEDERLANDS
35
Controleer of de
volgende zaken
gelden...
Warmelucht (voch‐
tig) - wordt inge‐
schakeld.
De lamp is opge‐
brand.
Controleer of de
volgende zaken
gelden...
De ovendeur is ge‐
sloten of het deur‐
slot is niet kapot.
De ovendeur is ge‐
sloten.
Het deurslot is niet
kapot.
Er is een stroomsto‐
ring geweest. Stel
de dagtijd in.