5. Reinigen en dagelijks desinfecteren
5.1
Reiniging
Door na elk gebruik de aanwijzingen voor reiniging te volgen, voorkomt u dat er
eventueel overgebleven medicijn opdroogt in het reservoir, waardoor het apparaat
niet meer goed zou vernevelen. Bovendien voorkomt u hiermee infecties.
Let op:
Spoel na elk gebruik de vernevelaarset en het masker, neusstuk of mondstuk
goed schoon met heet schoon kraanwater en desinfecteer elke dag na de laat-
ste behandeling de onderdelen van de vernevelaarset en de gebruikte inhala-
tiehulpstukken.
Opmerking: Start het apparaat niet voordat de gereinigde onderdelen weer volle-
dig droog zijn.
1.
Zorg dat de aan-uitschakelaar uit (
2.
Koppel de netadapter los van het stopcontact en van de compressor.
3.
Verwijder de vernevelaarset van de luchtslang en haal de vernevelaarset
uit elkaar. Raadpleeg hoofdstuk 3 (pagina 161-163).
4.
Gooi eventueel overgebleven medicijn uit het
medicijnreservoir weg.
5.
Was alle vernevelende onderdelen in warm water met een milde zeep en
spoel na met heet schoon kraanwater.
Raadpleeg de volgende paragraaf voor aanwijzingen voor het desinfecte-
ren van de onderdelen.
6.
Spoel de onderdelen na het reinigen en desinfecteren goed na met schoon
water en laat ze op een schone plaats aan de lucht drogen.
) staat.
NL
167