De maat x bedraagt:
-
Handmatige activering, hechtmagneten
MH1/MH2, impulsmagneten MI1/MI2, veerterugs-
lagaandrijvingen S00/S01/S10/S11/S20/S21 ca. 85
mm
-
Veerterugslagaandrijvingen
B10/B11/B20/B21/B32/B33/ B42 ca. 90 mm
-
Explosieveilige veerterugslagaandrijving ExMax-
5.10-BF (X14 / X15) max. ca. 170 mm
-
Pneumatiek (zonder eindschakelaar) ca. 175 mm
Natte inbouw (uitmorteling)
Als de brandbeveiligingsklep door uitmorteling wordt in-
gebouwd, moet dit met mortel van categorie M 10 tot M
15 conform EN 998-2 of brandwerende mortel van overe-
enkomstige kwaliteit of geschikt voor een muur- of pla-
fondsoort met beton, met gipsmortel volledig worden op-
gevuld.
Als de brandklep tijdens de bouw van de muur/plafond
wordt geïnstalleerd, kunnen de aangegeven ringope-
ningsafmetingen worden onderschreden.
De mortelbeddiepte moet conform de minimale muur- of
plafonddikte zijn en mag deze niet onderschrijden.
De uitmorteling moet zodanig worden uitgevoerd dat die
duurzaam is. De uitmorteling moet zodanig worden uitge-
voerd, dat deze duurzaam is.
Constructiewijzigingen voorbehouden
Terugname niet mogelijk
Brandwerende klep BKA-EN
Technische documentatie
Inbouw in massieve muren
INBOUW IN MASSIEVE MUREN
Inbouw in massieve muren (schachtmuren, schachten, ka-
nalen en brandmuren) uit bijv. beton, metselwerk conform
EN 1996 of DIN 1053; massieve gipsblokken conform EN
12859; ruwe dichtheid ≥ 450 kg/m³ en muurdikte W ≥
100 mm.
Inbouwposities
Zijaanzicht
Boven
Afbeelding 5: inbouwposities in massieve muren
Staat: 2021-06-01 | Pagina 8
bij grote muurdikten
Ventilatieleiding of
verlengonderdeel
Onder