Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina

Schako BKA-EN Series Inbouw-, Montage- En Gebruikshandleiding pagina 7

Inhoudsopgave

Advertenties

Algemene instructies
Bij de montage resp. bij de inbouw bestaat gevaar op let-
sels. Om eventuele letsels te vermijden moet een per-
soonlijke beschermingsuitrusting (PSA) worden gedragen.
Brandkleppen moeten zo in de vorm worden geplaatst,
dat externe krachten de functionaliteit op termijn niet
beïnvloeden.
Ventilatieleidingen mogen door de thermische uitzettin-
gen (brandgeval) geen aanzienlijke krachten uitoefenen
op muren, aftakkingen, plafonds en dus ook brandwe-
rende kleppen.
Overeenkomstige compensatiemaatregelen zoals de
plaatsing van flexibele aftakkingen (SCHAKO type FS) of
een geschikte leidingsplaatsing (leidingshoek en -vervor-
mingen) moeten naargelang de behoefte worden voor-
zien. De nationale voorschriften moeten in acht worden
genomen en worden toegepast.
De aansluitmogelijkheid van de ventilatieleidingen moet
voor de inbouw van de brandbeveiligingsklep worden
gecontroleerd. Eventueel zijn verlengingsonderdelen (ter
plaatse of als toebehoren SCHAKO type VT) vereist, bijv.
bij grote muur- en plafonddikten. Bij de aansluiting van
leidingonderdelen moet het bevestigingstype in de vorm
zodanig worden gekozen dat geen beschadigingen aan de
brandbeveiligingsklep of de toebehoren ontstaan.
Bij de montage moeten indien nodig verstijvingselemen-
ten voor de behuizing of dergelijke worden voorzien.
Indien nodig moet de vereiste voor statisch dragende la-
teien in acht worden genomen.
In geval van een uitmorteling van een brandbeveiligings-
klep die niet aan vier zijden wordt uitgevoerd, moeten de
inbouw- en montagesteunen opnieuw worden gedemon-
teerd.
Verkeerd transport/omgang kan zorgen voor beschadigin-
gen/beïnvloeding van de functionaliteit. Bovendien moet
de folie van de transportverpakking worden verwijderd en
moet de levering worden gecontroleerd op volledigheid.
Brandkleppen moeten bij de opslag worden beschermd
tegen stof, verontreiniging, vocht en temperatuurinvlo-
eden (bijv. direct zonlicht, warmteafgevende lichtbron-
nen enz.). Ze mogen niet rechtstreeks aan weersinvlo-
eden worden bloogtesteld en mogen niet onder -20 °C of
boven 50 °C worden opgeslagen.
De brandklep moet worden beschermd tegen verontreini-
ging en beschadigingen. Na inbouw moeten eventuele ve-
rontreinigingen onmiddellijk worden verwijderd.
De plaatsverhoudingen bij het inbouwen, inmortelen enz.
moeten voldoende groot zijn.
Voer voor en na de montage een werkingscontrole van de
brandbeveilingsklep uit, hiervoor moet worden gelet op
een adequate toegankelijkheid.
Elektrische installaties of werkzaamheden aan elektrische
onderdelen mogen alleen door elektriciens worden uitge-
voerd. Hiervoor moet de voedingsspanning worden uitge-
schakeld en tegen herinschakeling worden beveiligd.
We wijzen erop dat voor de reiniging van brandkleppen in
roestvrij stalen uitvoering enkel geschikte onderhouds-
middelen mogen worden gebruikt!
Constructiewijzigingen voorbehouden
Terugname niet mogelijk
Brandwerende klep BKA-EN
Technische documentatie
Uitvoeringen en afmetingen
Minimale af- resp. oversteek
Aangegeven maten moeten worden bekeken als inbouwaan-
beveling van de BKA-EN en kunnen plaatselijk afwijken.
De brandklep moet ter garantie van de brandbeveiliging ove-
reenkomstig de technische documentatie, inbouw- montage-
en gebruikshandleiding worden ingebouwd.
Inspectieopeningen van de brandbeveiligingsklep moeten vrij
toegankelijk eijzn, anders moeten deze inspectieopeningen in
de aangesloten ventilatieleidingen in de onmiddellijke nabi-
jheid worden uitgevoerd. Er moet in het bijzonder op worden
gelet bij de inbouw van minstens 2 brandbeveiligingskleppen
naast of onder elkaar of bij de inbouw in de onmiddellijke
.
omgeving van bouwdelen
Inbouw met horizontale klepas:
Inbouw met verticale klepas:
Afbeelding 4: minimale afstanden tot muren, plafonds en
brandbeveiligingskleppen tot elkaar
1)
Door SCHAKO aanbevolen minimale afstand voor een
toereikende toegankelijkheid
2)
De afstand tussen de brandwerende klep en het nabu-
rige bouwdeel (muur/plafond) moet conform de des-
betreffende inbouwsituatie worden vastgelegd.
3)
Bij de inbouw in massieve muren en massieve plafonds
kunnen met verkleinde afstand "Flens aan flens" max.
2 BKA-EN worden ingebouwd. Daardoor kan het voor-
komen dat inspectieopeningen niet meer vrij toegan-
kelijk zijn. Bij andere inbouwsituaties kan er een ver-
groting van de afstand komen door de constructie. Er
moet worden gelet op voldoende afstand tussen aan-
bouwdelen.
De maat y bedraagt:
-
Explosieveilige veerterugslagaandrijving ExMax-
5.10-BF (X14 / X15) max. ca. 100 mm
Staat: 2021-06-01 | Pagina 7

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Inhoudsopgave