Systeeminformatie op een geheugenkaart
opslaan
U kunt de systeeminformatie op een geheugenkaart opslaan en
indien nodig gebruiken als hulp bij het oplossen van problemen.
Een medewerker van de productondersteuning kan u namelijk
vragen deze informatie te gebruiken om gegevens over het
netwerk op te halen.
1
Plaats een geheugenkaart in de kaartuitsparing.
2
Selecteer Instellingen > Systeem > Systeeminformatie >
Garmin toestellen > Opslaan op kaart.
3
Selecteer indien nodig de geheugenkaart waarop u de
systeeminformatie wilt opslaan.
4
Verwijder de geheugenkaart.
Opgeslagen gegevens wissen
U kunt de opgeslagen gebruikersgegevens van het
toestelgeheugen verwijderen. Gebruikersgegevens omvatten
waypoints, routes, Auto Guidance paden, tracks en grenzen.
1
Selecteer Navigatie-info > Beheer gegevens > Wis
gebruikergegevens.
2
Selecteer een optie.
Als u Alles selecteert, worden al uw opgeslagen gegevens
verwijderd, behalve Garmin Quickdraw Contours gegevens.
Alle gegevens worden van alle verbonden toestellen
verwijderd als uw toestel verbonden is met een ander toestel
en Gebruikersgegevens delen ingeschakeld is.
Appendix
Het scherm schoonmaken
Schoonmaakmiddelen met ammoniak beschadigen de
antispiegelende coating.
Het toestel is voorzien van een speciale antispiegelende coating
die gevoelig is voor was en schurende reinigingsmiddelen.
1
Breng lenzenvloeistof (die specifiek geschikt is voor
antispiegelende coatings) aan op de doek.
2
Veeg het scherm voorzichtig met een schone, pluisvrije doek
schoon.
Schermafbeeldingen
U kunt een opname maken van elk scherm dat op uw
kaartplotter wordt weergegeven en deze opslaan als een .png-
bestand. Vervolgens kunt u de schermafbeelding overzetten
naar uw computer. U kunt de opname ook weergeven in het
fotoalbum.
Schermafbeeldingen vastleggen
1
Plaats een geheugenkaart in de kaartuitsparing.
2
Selecteer Instellingen > Systeem > Scherm >
Schermafdruk opslaan > Aan.
3
Ga naar een scherm waarvan u een opname wilt maken.
4
Houd HOME minimaal zes seconden ingedrukt.
Schermafbeeldingen naar een computer kopiëren
1
Verwijder de geheugenkaart uit de kaartplotter en plaats
deze in een kaartlezer die is aangesloten op een computer.
2
Open in Windows
Verkenner de map Garmin\scrn op de
®
geheugenkaart.
3
Kopieer een .BMP-bestand op de kaart en plak dit bestand in
de gewenste map op de computer.
Appendix
LET OP
LET OP
Problemen oplossen
Mijn toestel ontvangt geen GPS-signalen
Als het toestel geen satellietsignalen ontvangt, kan dit
verschillende oorzaken hebben. Als het toestel over een grote
afstand is verplaatst sinds de laatste keer dat satellietsignalen
werden ontvangen of als het toestel langer dan een paar weken
of maanden uitgeschakeld is geweest, kan het voorkomen dat
het toestel satellietsignalen niet meer goed ontvangt.
• Controleer of de nieuwste softwareversie op het toestel is
geïnstalleerd. Als dat niet het geval is, werkt u de software
van het toestel bij
(De software van het toestel bijwerken,
pagina
45).
• Zorg dat het toestel zich in de open lucht bevindt, zodat de
antenne het GPS-signaal kan ontvangen. In een cabine moet
het toestel dichtbij een venster worden gemonteerd, zodat
het GPS-signaal kan worden ontvangen.
Ik kan mijn toestel niet inschakelen of mijn toestel
gaat steeds uit
Als uw toestel steeds uitgaat of niet kan worden ingeschakeld,
kan dit wijzen op een probleem met de voeding. Controleer het
volgende om te proberen de oorzaak van het voedingsprobleem
te vinden en het probleem te verhelpen.
• Controleer of de voedingsbron stroom geeft.
U kunt dit op verschillende manieren controleren. U kunt
bijvoorbeeld controleren of andere toestellen op dezelfde
voedingsbron wel goed functioneren.
• Controleer de zekering in de voedingskabel.
De zekering bevindt zich in een houder die deel uitmaakt van
de rode draad van de voedingskabel. Controleer of de
geïnstalleerde zekering de juiste capaciteit heeft. Op het
label op de kabel of in de installatiehandleiding staat
aangegeven welke capaciteit de zekering moet hebben.
Controleer of de zekeringsdraad in de zekering niet kapot is.
U kunt de zekering testen met een multimeter. Als de
zekering in orde is, geeft de multimeter 0 Ohm aan.
• Controleer of er ten minste 10 Volt spanning op het toestel
staat - 12 Volt wordt aangeraden.
U kunt het voltage controleren door de gelijkstroomspanning
te meten tussen het contrabusje en de aarde van de
voedingskabel. Als de spanning minder bedraagt dan 10 Volt,
gaat het toestel niet aan.
• Zorg ervoor dat u het toestel stevig in de houder plaatst. Als
u een model hebt met vergrendelingsbeugel, dient u de
beugel stevig dicht te klikken. U hoort een duidelijke klik
wanneer het toestel of de vergrendelingsbeugel correct is
geïnstalleerd. Als het toestel niet goed is geplaatst, gaat de
stroomtoevoer mogelijk verloren. Het toestel kan uit de
houder vallen en beschadigd raken als het niet goed is
geplaatst.
• Als het toestel voldoende stroom krijgt, maar niet kan worden
ingeschakeld, kunt u contact opnemen met Garmin Product
Support op support.garmin.com.
De zekering in de voedingskabel vervangen
1
Open het omhulsel van de zekering
2
Draai en trek aan de zekering om deze te verwijderen
3
Plaats een nieuwe snelle zekering van 3 A.
4
Sluit het omhulsel van de zekering.
Mijn echolood werkt niet
• Druk de transducerkabel helemaal in de achterzijde van het
toestel.
.
.
43