7 Ingebruikname
6.4
Gebruik van de diagnosecode
U kunt de als instelbaar gemarkeerde parameters in de tabel
van de diagnosecodes gebruiken om het product aan de
installatie en de wensen van de klant aan te passen.
Diagnosecodes - overzicht (→ Pagina 34)
6.4.1
Instelling van een diagnosecode
1.
Roep het installateurniveau op. (→ Pagina 17)
◁
d.-- wordt op het display weergegeven.
2.
Druk op de toets
of
lecteren.
3.
Druk op
om te bevestigen.
4.
Druk op de toets
of
gnosecode in te stellen.
5.
Druk op
om te bevestigen.
6.
Druk op
om terug te keren.
◁
Op het display worden opnieuw de diagnosecodes
weergegeven.
7.
Ga voor alle parameters die veranderd moeten worden
op deze manier te werk.
8.
Druk 2 keer op de toets
diagnosecodes te verlaten.
◁
Het display springt naar het startscherm.
6.5
Statuscodes weergeven
De statuscodes geven de actuele bedrijfstoestand van het
product weer.
Statuscodes - overzicht (→ Pagina 38)
6.5.1
Live monitor (statuscodes)
1.
Druk tegelijk op
en
◁
De tekst S.xx verschijnt op het display gevolgd door
informatie over het systeem (→ activering van de
toegang voor vaklui).
2.
Druk op
.
◁
Het display springt naar het startscherm.
6.6
Controleprogramma's gebruiken
Door verschillende controleprogramma's te activeren, kunt u
diverse speciale functies op het product activeren.
Testprogramma's – overzicht (→ Pagina 34)
6.6.1
Testprogramma's oproepen
1.
Roep het installateurniveau op. (→ Pagina 17)
◁
d.-- wordt op het display weergegeven.
2.
Druk op
.
◁
P.-- wordt op het display weergegeven.
3.
Druk op de toets
of
selecteren.
4.
Druk op
om te bevestigen.
◁
Het testprogramma start.
5.
Druk op
.
◁
De CV-watertemperatuur en de vuldruk van de CV-
installatie worden afwisselend op het display weer-
gegeven.
6.
Druk op
om terug te keren naar het testprogramma.
◁
Het display geeft het testprogramma weer.
18
om de diagnosecode te se-
om de waarde van de dia-
om de configuratie van de
("i").
om het testprogramma te
7.
Druk op
om het testprogramma te verlaten.
◁
Op het display wordt OFF weergegeven.
◁
Het display wisselt naar de weergave van de test-
programma's.
8.
Druk 2 keer op
om de testprogramma's te verlaten.
◁
De tekst End verschijnt op het display.
◁
Het display springt naar het startscherm.
7
Ingebruikname
7.1
Controle gassoort
Garandeer door het controleren van het gastype dat het pro-
duct correct is ingesteld. Zo zorgt u voor een optimale ver-
brandingskwaliteit.
▶
Controleer het gastype in het kader van regelmatig pro-
ductonderhoud als u componenten vervangt, aan de gas-
weg werkt of een gasomschakeling uitvoert.
7.2
Instelling af fabriek controleren
De productverbranding is in de fabriek gecontroleerd en in-
gesteld op de op het typeplaatje aangegeven gassoort.
▶
Controleer de gegevens over het gastype op het type-
plaatje en vergelijk deze met het aan de installatieplaats
beschikbare gastype.
Voorwaarde: De uitvoering van het product komt niet met het plaatselijke
gastype overeen
Voor de gasombouw hebt u de omschakelset nodig, die ook
de nodige omschakelhandleiding bevat.
▶
Volg de instructies in de handleiding van de omschakel-
set op om de gasombouw aan het product uit te voeren.
Voorwaarde: De uitvoering van het product komt overeen met de plaatse-
lijke gassoort
▶
Ga overeenkomstig de beschrijving in deze handleiding
te werk.
7.3
Verwarmingswater/vul- en bijvulwater
controleren en conditioneren
Opgelet!
Kans op materiële schade door minder-
waardige verwarmingswater
▶
Zorg voor verwarmingswater van vol-
doende kwaliteit.
▶
Voor u de installatie vult of bijvult, dient u de kwaliteit van
het verwarmingswater te controleren.
Kwaliteit van het cv-water controleren
▶
Neem een beetje water uit het CV-circuit.
▶
Controleer visueel het cv-water.
▶
Als u sedimenterende stoffen vaststelt, dan moet u de
installatie spuien.
▶
Controleer met een magneetstaaf of er magnetiet (ijzer-
oxide) voorhanden is.
▶
Als u magnetiet vaststelt, reinig de installatie dan en
neem de nodige maatregelen voor de corrosiebescher-
ming. Of monteer een magneetfilter.
Installatie- en onderhoudshandleiding ecoTEC pure 0020231688_02