Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave

Advertenties

4.

BEDIENING

Vervoer
OPMERKING: Koppel altijd de aftakas los voordat u de maaier in de transportstand zet.
1.
Zorg ervoor dat de aandrijving geen contact maakt met de tractor of maaier als u de maaier in de
transportstand zet. Stel de hoogte van de 3-puntshefinrichting van de tractor zo in dat de aandrijflijn niet in
contact komt met de behuizing van de maaier als deze volledig omhoog is gebracht.
2.
Verlaag de snelheid van de tractor bij het maken van een bocht en houd genoeg afstand om te voorkomen dat
de maaier obstakels raakt zoals gebouwen, bomen of hekken.
3.
Kies een veilige rijsnelheid bij het vervoer van het ene gebied naar het andere. Bij het rijden over de weg moet
de machine op een dusdanige manier worden vervoerd dat sneller rijdende voertuigen veilig kunnen passeren.
4.
Schakel de tractor terug naar een lagere versnelling bij het rijden over oneffen of heuvelachtig terrein.
LET OP!
Gebruik zowel 's nachts als overdag bij het rijden op de openbare weg hulpverlichting en -apparatuur om
bestuurders van andere voertuigen voldoende te waarschuwen. Houd u aan alle nationale en lokale wetten en
regels.
Maai-instructies
1.
Zorg dat het te maaien gebied vrij is van objecten die door de klepels uit de maaier geslingerd kunnen worden.
2.
Gras kan het beste gemaaid worden als het droog is. Als gras wordt gemaaid als het nat is, kan het gaan
samenklonteren.
3.
Gras moet regelmatig worden gemaaid, omdat kortere stukken afgemaaid gras sneller vergaan.
4.
Als het gras extreem lang is, kunt u het beste de maaihoogte verhogen en het gebied bij die stand maaien.
Verlaag vervolgens de maaihoogte en maai het gebied voor een tweede keer tot de gewenste lengte.
Bedieningsinstructies
Goed onderhoud en de juiste instellingen zijn cruciaal voor een lange levensduur van elke machine. Door de maaier
met aandacht en systematisch
te controleren kunnen duur onderhoud en reparaties worden vermeden en kan tijd worden bespaard.
Voordat u begint met maaien, moeten de volgende controles worden uitgevoerd:
1.
Controleer het oliepeil van de tandwielkast.
2.
Controleer of alle pluggen in de tandwielkast zijn teruggeplaatst en goed zijn aangedraaid.
3.
Verzeker u ervan dat alle klepels, bouten en moeren goed vastzitten.
4.
Controleer of alle beschermkappen en -platen aanwezig en goed bevestigd zijn.
5.
Smeer de aandrijfas en andere smeerpunten.
6.
Zorg dat het te maaien gebied vrij is van stenen, takken en andere vreemde voorwerpen.
7.
Laat de maaier zakken. Zet het gaspedaal van de tractor op ongeveer 1/4 open. Schakel de aftakas in om de
messen te laten draaien.
8.
Laat de aftakas van de tractor draaien bij 540 tpm.
9.
Rijd eerst langzaam vooruit en verhoog daarna de snelheid tot de gewenste snelheid is bereikt - houd een
aftakassnelheid van 540 tpm aan.
10. De messen van de maaier snijden beter bij een hogere messnelheid dan bij een lagere snelheid.
11. Stop na de eerste 15 meter en controleer of de maaier correct is afgesteld.
12. Maak geen scherpe bochten en rijdt niet achteruit terwijl de maaier de grond raakt.
13. Schakel de aftakas niet in als de maaier omhoog staat. Schakel de aftakas niet in op volledige snelheid.
Pagina 10/23
KLEPELMAAIER WLF | Gebruikershandleiding
Februari 2021

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Deze handleiding is ook geschikt voor:

Wlf 1300

Inhoudsopgave