• In het installatieschema zijn de totale afmetingen van het apparaat en de plaatsen van
de aansluitingen (gas, elektriciteit, water) aangegeven. Controleer ter plaatse of de
noodzakelijke verbindingen voor de aansluitingen beschikbaar en klaar zijn.
• Controleer nadat het apparaat op zijn plaats is gezet of het waterpas staat en pas de
stand, indien nodig, aan. Als het apparaat niet waterpas staat kan dit leiden tot een
slechte werking.
• In het geval van "Marine"-modellen moeten de apparaten aan de vloer bevestigd
worden.
• Voorkom dat ruimtes waarin het apparaat wordt geïnstalleerd vervuild raken met
corrosieve stoffen (chloor, etc.). De fabrikant wijst elke aansprakelijkheid voor
corrosieve effecten als gevolg van externe oorzaken af.
A.11
Ruimtebeperkingen apparaat
• De apparaten zijn niet geschikt voor inbouw. Laat minstens 50 mm ruimte tussen het
apparaat en de rechterkant en achterwanden en 500 mm van de linkerwand, of in elk
geval voldoende ruimte om latere service- of onderhoudswerkzaamheden mogelijk te
maken.
• Laat een afstand van ten minste 100 mm tussen het apparaat en eventuele brandbare
wanden.
A.12
Afvoeren van het apparaat
• Maak het apparaat volledig onbruikbaar door het elektrische snoer te verwijderen en
door bovendien alle mogelijke sluitingen te verwijderen om te voorkomen dat er iemand
in opgesloten kan raken.
B
IDENTIFICATIEGEGEVENS VAN HET APPARAAT EN VAN DE FABRIKANT
B.1
Positie typeplaatje
Deze handleiding bevat informatie over verschillende apparaten.
Kijk op het typeplaatje aan de linkerkant om het apparaat te identificeren (zie onderstaande afbeelding).
BELANGRIJK
Wanneer de apparatuur geïnstalleerd wordt, controleren of hetgeen is voorbereid voor de elektrische aansluiting
overeenkomt met hetgeen op het typeplaatje staat.
Control Number:
Conforms to:
3050436
NSF/ANSI 4
17