ComputerZender
FC - 16
Door het activeren van de functie FLAPERON wordt
automatisch de functie DIFF uitgeschakeld, indien deze
geactiveerd was. Eventueel in de functie "differentiatie"
ingestelde uitslagen worden automatisch in de functie
FLAPERON overgenomen. De servo's moeten wel aan de
ontvangeruitgangen 1 en 5 aangesloten zijn.
De functie FLAPERON kan niet samen met de functies
DIFF of ELEVON gebruikt worden; bij het activeren van
FLAPERON worden deze functies uitgeschakeld.
Instelling:
Functie FLAPERON activeren (ON). Nu is automatisch
50% rolroer-differentiatie ingesteld. Voor het instellen van
de differentiatie in de functie FLAPERON de CURSOR op
"%" zetten, rolroer-knuppel geheel naar links of rechts
bewegen. De schuifregelaar voor de welfkleppen-functie
moet in de middenstand staan. Het rolroer dat nu naar
boven wijst moet de maximale uitslag hebben, het rolroer
dat naar beneden wijst echter een uitslag van ca. 50%. Is
de uitslag tegenovergesteld, dan de CURSOR op "+"
zetten, met de MODE-toetsen de "+" in "-" veranderen
(ompoling van de mixer-richting). Nu kan met de DATA-
toetsen de differentiatie worden ingevoerd.
Delta-mixer (Elevon) ELVN
Met deze functie kunnen modellen gestuurd worden
waarvan de rolroeren tegelijkertijd ook de hoogteroeren
zijn. Dit treft men aan bij bv. delta's en sommige
staartloze modellen en canards. Bij het bedienen van de
rolroer-knuppel slaan de rolroeren tegengesteld uit, en bij
het bedienen van de hoogteroerfunctie gaan de roeren in
dezelfde richting. Voor ieder rol- resp. hoogteroer moet
een aparte servo gebruikt worden, aansluiting aan de
ontvangeruitgangen 1 + 2. De uitslagen voor de rolroer-
en hoogteroer-functie kunnen apart ingesteld worden; de
mixrichting kan omgepoold worden.
De functie ELEVON kan niet tegelijk met de functies
DIFF, FLPR of VTAL gebruikt worden. Bij het activeren
van ELEVON worden deze functies uitgeschakeld.
Instelling:
Functie activeren. Voor de instelling van het rolroer-
aandeel de rolroer-knuppel geheel naar een hoek duwen.
De rolroeren moeten nu een tegengestelde beweging
uitvoeren, d.w.z. 1 rolroer naar boven en 1 naar beneden.
Is dit niet het geval, dan moet in de functie servo-
ompoling (REV) een servo omgepoold worden. Resulteert
een stuurknuppel-uitslag naar links in een rolroer-uitslag
naar rechts, dan moet de mixrichting worden omgepoold.
Hiervoor CURSOR op "+" zetten en met de DATA-toetsen
veranderen in "-". Nu lopen de rolroeren de juiste kant op.
Door de CURSOR op "%" te zetten, kunt u de uitslagen
voor de rolroer-functie instellen.
- 36 / 51 -
Samengesteld door: Model-Racing.nl