Vegen met vier vingers (precisie-touchpad)
Door met vier vingers te vegen kunt u standaard schakelen tussen open bureaubladen.
Veeg vier vingers van u af om alle geopende vensters te zien.
●
Veeg vier vingers naar u toe om het bureaublad weer te geven.
●
Veeg vier vingers naar links of rechts om te schakelen tussen bureaubladen.
●
Om de functie van deze beweging te wijzigen, selecteert u Start, Instellingen, Apparaten en vervolgens
Touchpad. Onder Bewegingen met vier vingers in het vak Swipes selecteert u een bewegingsinstelling.
Schuiven met één vinger (aanraakscherm)
Schuif met één vinger om te pannen of te schuiven door lijsten en pagina's, of om een object te verplaatsen.
Als u over het scherm wilt schuiven, schuift u één vinger langzaam over het scherm in de richting waarin
●
u wilt bewegen.
Als u een object wilt verplaatsen, drukt u met uw vinger op een object en sleept u vervolgens om het
●
object te verplaatsen.
Een optioneel toetsenbord of een optionele muis gebruiken
Met een optioneel toetsenbord of een optionele muis kunt u typen, items selecteren, schuiven en dezelfde
functies uitvoeren als bij het gebruik van aanraakbewegingen. Met de actietoetsen en hotkeys op het
toetsenbord kunt u specifieke functies uitvoeren.
26
Hoofdstuk 4 Navigeren op het scherm