12
Alle draden moeten een gelijkmatige basisspanning hebben. Draai indien nodig afzonderlijke spandraden vast.
Zorg ervoor dat de basisspanning in het begin niet te hoog is. Idealiter bevindt de trekinrichting zich in de
startpositie/nulpositie na de eerste bevestiging van de spandraden (zie figuren 1 en 2). Tijdens de behandeling met
fasciotens®Pediatric kunt u indien nodig de spanning aanpassen en verhogen met behulp van de trekinrichting op
de tractiecontroller.
1.
Gebruiksaanwijzing
2.
Trekinrichting
Montage