Verdeel de solarmodulestrings over de beide MPP-tracker-ingangen (DC+1 en
DC+2). De klemmen voor DC- kunnen willekeurig worden gebruikt, omdat ze in-
tern zijn verbonden. Een duidelijk genummerde aansluiting, maar ook op de DC-
klem, maakt het gemakkelijker om de juiste string te vinden, bijvoorbeeld bij een
inspectie. Bij het eerste gebruik moet MPP-tracker 2 in de stand 'On' worden ge-
zet. Natuurlijk kan dit ook later worden gedaan via het menu Basic van de omvor-
mer.
Single-MPP-tracker-bedrijf op beide MPP-tracker-ingangen
Als de solarmodulestrings met een stringverzamelbox (oftewel GAK, generato-
raansluitkast) verbonden zijn en de afstand tot de omvormer wordt overbrugd
met een DC-string, kan deze DC-string als volgt op de omvormer worden aange-
sloten.
Verbinding
DC+1(Pin2)
DC Con Kit 25
Als uw installatie een AFCI (AFPE) vereist volgens IEC63027, gebruik dan geen
DC Con Kit.
Met de Fronius DC Con Kit 25 (4,251,015) kan een solarmodulestring met een
diameter van maximaal 25 mm² op een omvormer worden aangesloten.
MPP-tracker 1 en MPP-tracker 2 kun-
nen met elkaar worden verbonden. Dat
gebeurt via aansluiting DC+1 (pen 2)
en DC+2 (pen 1), zoals in de afbeelding
getoond.
BELANGRIJK! MPP-tracker 2 moet in
de stand OFF worden gezet. Dit kan
worden gecontroleerd in het menu Ba-
sic van de omvormer.
DC+2(Pin1)
BELANGRIJK! De kabeldiameter van
de DC-aansluitkabel en de verbin-
dingskabel moet gelijk zijn. Het is niet
nodig de klemmen voor DC- op deze
wijze te verbinden, omdat ze al intern
zijn verbonden.
Bij het eerste gebruik moet MPP-trac-
ker 2 in de stand 'OFF' worden gezet.
Dit kan ook later worden gedaan via
het menu Basic van de omvormer. Door
het gebruik van de DC Con Kit 25 wor-
den de DC-strings van de aangesloten
DC-kabels gelijkmatig over beide in-
gangen verdeeld.
51