Installatie mag uitsluitend plaatsvinden op een vaste, niet-brandbare onder-
grond
Max. omgevingstemperaturen: -25 °C / +60 °C
Relatieve luchtvochtigheid: 0 - 100%
De richting van de luchtstroom binnen de omvormer verloopt van rechts naar
boven (toevoer van koude lucht rechts, afvoer van warme lucht boven).
De afgevoerde lucht kan een temperatuur van 70 °C bereiken.
Bij het inbouwen van de omvormer in een schakelkast of soortgelijke afgeslo-
ten ruimte door geforceerde ventilatie voor voldoende warmteafvoer zorgen.
Als de omvormer op de buitenmuur van een veestal wordt gemonteerd, moet
er tussen de omvormer en de ventilatie- en gebouwopeningen een minimale af-
stand van 2 m in alle richtingen worden aangehouden.
Op de montageplaats mogen ammoniak, bijtende dampen, zouten of zuren
geen extra overlast bezorgen.
40