T. Kverneland & Sønner AS, Kvernelandsvegen 100 N-4355 Kverneland Norway verklaren hierbij dat het product: TKS - K2 FeedRobot conform de Machinerichtlijn 2006/42/EC is gebouwd en voldoet aan de van toepassing zijnde fundamentele gezondheids- en veiligheidsvereisten. Kverneland, 1 Desember 2010 Tønnes Helge Kverneland...
TKS behoudt zich het recht voor het ontwerp van het product te wijzigen zonder dat dit enige verplichting impliceert in verband met eerder geleverde machines.
Bedieningshandleiding 1.3 Inleiding Gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe TKS-product. U hebt gekozen voor een functioneel en hoogwaardig product. Er staat u een compleet netwerk van behulpzame dealers ter beschikking die u graag adviseren over het gebruik van uw product, de onderhoudswerkzaamheden voor u uitvoeren en u van reserveonderdelen voorzien.
Bedieningshandleiding 1.4 Technische gegevens K2 FeedRobot 1.4.1 Modelbeschrijving en toepassingsgebied Het K2 FeedRobot-systeem is ontworpen en gebouwd voor automatische uitvoer van kuilvoer, ronde balen, vierkante balen en de meeste vormen van ruwvoer, waaronder bevroren voer. De consistentie en de eigenschappen van het voer zullen invloed hebben op de werking van de machine.
Bedieningshandleiding 1.4.2 Machine-identifi catie Het serienummer van de machine en het adres van de fabrikant staan op het machineplaatje vermeld. Zie de afbeelding op deze pagina. Het serienummer van de machine en het jaar van levering dienen hieronder te worden vermeld. Zorg ervoor dat u deze gegevens bij de hand hebt als u informatie wilt ontvange over reserveonderdelen of onderhoudswerkzaamheden.
Bedieningshandleiding Let met name goed op dit symbool. Dit symbool Veiligheid geeft een veiligheidsrisico aan en beschrijft de voorzorgsmaatregelen die genomen moeten worden om ongevallen te voorkomen. Voordat de machine wordt bediend, afgesteld of gerepareerd, dient de gebruiker, technicus of eigenaar zichzelf eerst goed op de hoogte te stellen van de veiligheidsmaatregelen zoals omschreven in deze installatiehandleiding.
Bedieningshandleiding correct geïnstalleerd zijn. Start de machine niet voor- dat u dit gedaan hebt. Beschadigde schermen moeten worden gerepareerd of direct worden vervangen. Waarschuwingslichten De waarschuwingslichten die op de machine worden gemonteerd, moeten zichtbaar zijn in het toepass- ingsgebied van de machine. Alarm Controleer of het gemonteerde alarm 15 sec.
Bedieningshandleiding 1.5.2 Extra De machine is voorzien van een aantal waarschuwingstekens. Als deze tekens veiligheidsinstructies beschadigd zijn, moeten ze direct vervangen worden. Het ordernummer wordt weergegeven in de fi guren bij dit hoofdstuk. Zie fi g. 6 voor de locatie op de machine. Waarschuwingsteken UH220532 (Fig.
Installatiefouten, een onjuiste werking, enz. voorzorgsmaatregelen kunnen tot dure reparaties en inkomstenderving leiden. De TKS-product- garantie dekt geen schade die voortvloeit uit het niet opvolgen van de aanbevelingen in deze instructiehandleiding. Let met name op dit symbool.
Bedieningshandleiding Recycling - van afval tot grondstof - Voor het correct functioneren zijn alle TKS-producten afhankelijk van elektrische en elektronische componenten. Deze componenten vallen onder de noemer elektrisch en elektronisch materiaal. Bij TKS-producten gaat het meestal om componenten zoals kabels, schakelaars, motoren, bedieningseenheden, enz.
• De bouwconstructie moet de belasting van het betreffende railsysteem kunnen dragen. • Het railsysteem van TKS heeft volledige sterkte in de verbindingen (IPE120/160). Als TKS-rails in draagrails worden gebruikt, moeten de meeste bevestigingspunten aan de onderkant van de rail zitten.
Bedieningshandleiding 2.4 De voeding aanleggen De meest gebruikte en beste methode om stroom naar een CombiCutter te leiden is met behulp van rails die onder stroom staan. Deze rails bestaan uit een koperstrip aan de binnenkant en een transformator (schuif) die de eenheid tijdens bedrijf volgt. Zie fi g. 11 De smalle bevestiging moet om de 2 meter op de rail worden bevestigd.
Pagina 24
Bedieningshandleiding De brede bevestiging moet op de juiste afstand worden gemonteerd van de rail waaraan de loopkat is bevestigd. Zie fi g. 12 IK2_12 Fig. 12...
Bij gebruik in vochtige omgevingen of omgevingen met een wisselende temperatuur moet u verwarmingskabels gebruiken. Kijk verder in de handleiding voor de stroomgeleiderail. IK2_13 Fig. 13b LET OP! TKS raadt gebruik van verwarmingskabels aan i.v.m. een betere bedrijfszekerheid. 230V 3-polig IK2_13 Fig. 13c...
Bedieningshandleiding 2.6 Installeren van de stroomrail PVC-rail • De rail heeft 7 banen voor het leggen van 2 , 3, 4, 5, 6 of 7 koperen geleiders. • Het temperatuurbereik voor de rail: -30 tot +60 • De rail is gemaakt van vuurbestendig kunststof.
Bedieningshandleiding 2.6.1 Stroomrail met eindverbinding T50-isolatietape De verbindingen tussen twee raillengten moeten worden afgeplakt met T50-isolatietape. Zie Fig. 16 Fig. 16 Verbindingsklem De verbindingsklem is voorzien van punten waarmee de rail in positie wordt vastgezet als er twee delen in elkaar gedrukt worden. Hiermee kunt u de stroomrails snel en veilig samenvoegen.
Bedieningshandleiding Hoekijzer De rail wordt bevestigd aan een hoekijzer dat daarna met klemmen aan de bovenkant van het I-profi el of rechtstreeks aan het plafond bevestigd wordt. Zie Fig. 18 Fig. 18 Eindverbindingen Verplaats de bus naar het einde van de schakelkast aan het uiteinde van de rail.
Bedieningshandleiding Trolley Leg de koperdraad aan vanuit het einde van de baan met behulp van een trolley. De trolley wordt niet meegeleverd. Afbeelding 1 Bevestig de trolley aan een ø6-gat in de koperdraden. Afbeeldingen 2-3 Voer de trolley in de stroomrail en trek de trolley door de rail totdat deze aan de andere kant te voorschijn komt.
Bedieningshandleiding Verwarmingskabel De verwarmingskabels met isolatiestrips worden in de stroomrail gevoerd. De groene isolatiestrip (A) moet in de stroomgeleiderail lopen. Zie Fig. 24 Fig. 24 Aansluitingen verwarmingskabel De verwarmingskabel wordt aangesloten op een aansluitdoos met een 230V – 10/16A afzonderlijk circuit. Zie Fig.
Pagina 31
Plaats de beschermende membraanrail in de horizontale baan onder de stroomrail. Dat kan handmatig of, in geval van lange stukken membraan, met behulp van specialistische apparatuur (neem contact op met TKS). Monteer de rubberen afdichting aan beide zijden voor een betere beschermingsgraad (IP44).
Bedieningshandleiding Gelijkmatige trekkracht van de ketting Het is belangrijk dat de ketting (A) gelijkmatig (niet scheef) en iets naar beneden gericht (1-3 cm) trekt. Dat is vooral belangrijk als er bochten worden genomen. Zie Fig. 30 Fig. 30 Rubber afdichting Zorg ervoor dat het deel van de rubber afdichting dat ingevoerd wordt, bij de eindbehuizing in de baan gelegd wordt.
Bedieningshandleiding Koperen geleiders De uiteinden van de koperen geleiders 25mm moeten op een afstand van 25 mm van de rail gesneden worden. Zie Fig. 33 Fig. 33 Verbindingsstuk Monteer de eindplug. Plaats de verbindingsklem over de isolatietape en stel deze af om de benodigde ruimte te krijgen. Zie Fig.
Bedieningshandleiding 2.6.2 Stroomrail met centrale aansluiting Centrale schakeldoos Monteer de centrale schakeldoos met de bussen uit de doos die al aan beide 500mm 500mm uiteinden ingevoerd is. Plaats de centrale schakeldoos met twee vaste ophangklemmen aan iedere zijde. Bij een centrale schakeldoos is een vaste ophanging aan iedere zijde van de voedingskast nodig.
Pagina 35
Bedieningshandleiding Voeding De voedingskabel moet met de daarvoor bestemde schroeven worden aangesloten. Voor voeding moeten de verwarmingskabels op een aansluitdoos worden aangesloten. Zie Fig. 38 Fig. 38 Koperen geleiders Net als bij rails met eindverbindingen moeten de koperen geleiders die door de stroomrail 25mm 25mm geleid worden op een afstand van 25 mm van...
Pagina 36
Bedieningshandleiding Rubber afdichting Plaats de rubber afdichting met de hand of gebruik gespecialiseerde apparatuur bij lange stukken. Zie Fig. 41 Fig. 41 Centrale schakeldoos De centrale aansluiting moet op de stroomrail worden gemonteerd met de daarvoor bestemde schroeven. Zie Fig. 42 Fig.
Bedieningshandleiding 2.7 Loopkatten installeren De loopkatten voor de wagen worden apart geleverd. Deze worden aan het uiteinde van de rail bevestigd. De gemotoriseerde loopkatten moeten aan de voorkant van de wagen zitten. Zie Fig. 47 ACHTER VOOR ACHTER VOOR IK2_18 Fig.
Bedieningshandleiding 2.7.1 Montage van uitrusting op loopkatten De voor- en achterloopkatten worden met een steun aangesloten. De stang wordt eerst bevestigd aan de loopkat en vervolgens worden de kanalen aan de buitenkant van de stang vastgeschroefd. Dit geldt alleen voor systemen met 2 rails.
Pagina 39
Bedieningshandleiding Er moeten een aantal artikelen op de trolleys worden gemonteerd. Zie Fig. 51 De afstand tussen inductieve sensoren en de sterkoppeling (tastafstand) A = 1-3 mm. Let op dat geleiders niet bekneld raken. IK2_30 IK2_30 Fig. 51 De zender voor het externe signaal moet op de loopkat worden gemonteerd.
Bedieningshandleiding 2.7.2 Montage van sensorhaak met pulswiel Monteer de nulinsteller op de loopkat. De plaat voor de nulinsteller moet binnen in de voergang staan, waar de wagen in normaal bedrijf rijdt. Dat is van belang om de wagen in de juiste positie te krijgen.
Bedieningshandleiding 2.7.3 Montage van 24 V DC-ontvanger Monteer de ontvanger op de rail. Wanneer de uitlaat voor krachtvoer A direct boven de opening is, moet zender B midden op de ontvanger staan. Het is belangrijk dat de ontvanger heel correct wordt gemonteerd, zodat de borstels altijd de koperstrippen raken.
Bedieningshandleiding 2.7.4 Montage van uitrusting op loopkatten ACHTER VOOR ZENDER VOOR EXTERN SIGNAAL 24 V-SIGNAAL PULSWIEL MET NULINSTELLER BEUGEL VOOR STROOMAFNEMER SPANKABEL ACHTER SCHAKELAARRAIL VOOR IK2_22 Fig. 57a...
Bedieningshandleiding 2.7.5 Montage van uitrusting op loopkatten op dubbele rail De wagen kan als een automatische eenheid fungeren als er allerlei uitrusting op de loopkatten van de wagen wordt gemonteerd Zie Fig. 55 Het betreft: • zender voor extern 24 V-signaal (alleen voor wagens die krachtvoer en ruwvoer uit een andere bron krijgendan het reservoir) •...
Bedieningshandleiding 2.7.6 De wagen bevestigen Voordat u de wagen aan de loopkatten hangt, is het de plafondrails op de juiste hoogte af te stellen om te voorkomen dat u hier later een krik voor moet gebruiken. Zie Fig. 58 Kritieke factoren wat betreft de hoogte van de installatie: •...
Pagina 45
Bedieningshandleiding Afmeting voor enkele draagrail Hoogte vanaf de basis (zijkant) en omhoog naar de onderrand van de dwarsbalk. Dit is een absolute minimale vereiste. Zie Fig. 59 A = aanbevolen afmeting 350 mm B = aanbevolen afmeting 500 mm L = minimumafmeting 1650 mm, geldt voor een rondebaaldiameter 1250 mm. Deze afmeting wordt bij grotere rondebaaldiameters verhoogd.
Bedieningshandleiding 2.7.7 Het aanbrengen van de veiligheidsketting • De voederwagen wordt aan A bevestigd in oogmoer B. • NB! Zorg ervoor dat er ruimte overblijft tussen contramoer C en buis E. • Draai de contramoer C vast in oogmoer B. •...
Bedieningshandleiding 2.8 Het reservoir installeren Het reservoir voor 2 of 3 balen moet aan het uiteinde van de rail worden bevestigd achter de wagen op de plek waar deze moet worden gevuld. Wanneer de wagen moet worden gevuld, dient de transportband in het reservoir de kast in de wagen binnen te gaan, zodat de machines elkaar overlappen.
Pagina 49
Bedieningshandleiding Het reservoir moet op een dusdanige hoogte zijn dat de drager op het reservoir niet in botsing komt met de drager op de K2 CombiCutter. De hoogte van het reservoir kan worden afgesteld door de schroeven los te draaien en de voeten te laten zakken. Gebruik een hydraulische krik of vorkheftruck voor het hijsen van het reservoir.
Pagina 50
Bedieningshandleiding De “wagen tegen”-schakelaar wordt op de rail geschroefd. De schakelaar moet zo staan afgesteld dat als de K2 FeedRobot zich helemaal tegen het reservoir bevindt (achterkant van het frame grijpt in de voorkant van de poot) deze bijna helemaal vooraan op de schakelaarrail op de loopkat zit.
Bedieningshandleiding 2.8.1 Aansluiting van sensoren/schakelaars De kast voor het reservoir moet op een geschikte plek aan de muur worden gemaakt. In verband met het vullen van het reservoir moet deze goed toegankelijk zijn. Het reservoir kan samen met een wagen worden gebruikt als er fotocellen en een “wagen tegen”-schakelaar op de kast zijn aangesloten.
Pagina 52
Bedieningshandleiding Fotocel ontvanger (3-draads) Kabel Kleur Aansluitklem op kast Bruin Blauw Signaal Zwart Fotocel zender (3-draads) Kabel Kleur Aansluitklem op kast Bruin Blauw ‘Wagen tegen’-schakelaar Kabel Kleur Aansluitklem op kast Fig. 74 Aansluiting op kast In de tabel staat aangegeven hoe elke geleider van de afzonderlijke sensoren op de aansluitklemmen moeten worden aangesloten.
Bedieningshandleiding 2.8.2 FeedBrush • Stel de borstel eerst af, zodat deze iets op ondergrond A drukt. • Stel de borstel af met spankabel B • Maak de borstel een keer per week schoon. Verwijder voerresten van de motor, de transmissie en de assen. IK2_37 Fig.
Bedieningshandleiding 2.9 Montage van Feed Hopper Alle communicatie tussen de K2 FeedRobot en de Feed Hopper verloopt mechanisch en houdt in dat de K2 FeedRobot een ”wagen tegen”-schakelaar op de rail activeert. Aanbevolen montageafmetingen voor de Feed Hopper. Zie Fig. 76 Zie het instructieboek voor de Feed Hopper voor meer informatie.
Bedieningshandleiding 2.10 Montage van voermengwagen Alle communicatie tussen de K2 FeedRobot en de voermengwagen verloopt mechanisch via de ‘wagen tegen’-schakelaar of via een radiografi sche zender/ontvanger. Aanbevolen montageafmetingen voor de Feed Hopper. Zie Fig. 77 Zie het instructieboek voor de FeedMixer voor meer informatie. FeedMIX 17m IK2_62 Fig.
Bedieningshandleiding 2.11 Checklist voor het in bedrijf nemen K2 FeedRobot Voordat u de FeedRobot in gebruik neemt, is het verstandig om deze checklist door te nemen om eventuele fouten te ontdekken. Handmatige bediening van de motoren Zet de volgende motoren van de wagen via het menu voor handmatig rijden in werking om te controleren of ze de goede kant opgaan.
Pagina 57
Pagina De wagen moet nu gereed zijn om in werking te worden gesteld. Indien er zich andere complicaties voordoen, neem dan contact op met de dealer of TKS.
3 Gebruiksaanwijzing 3.1 Programmering • Bedenk hoeveel voergangen u wilt hebben en hoe vaak u wilt voeren. • TKS raadt een voergang voor melkkoeien aan en een voor elk hok. • Dat maakt het makkelijk en overzichtelijk. Starttijden: Melkkoeien: minimaal 10 keer per dag.
Pagina 59
Bedieningshandleiding Hoofdmenu U ziet dit scherm als de wagen niet in gebruik Door op de velden links (A) in het scherm te klikken, komt u in het programma. Onderaan (B) kunt u een keer voer verstrekken buiten de vaste tijden om door het gewenste veld te kiezen (bijv.
Pagina 60
Kies Instellingen en daarna hangslot (B). Code hoofdletter ”A” en druk op enter. Activeer de componenten van de machine. TKS raadt aan om de handleiding voor ingebruikname te gebruiken bij opstart van een nieuwe machine, zodat alles wordt opgeslagen. Handmatige kast moet altijd zijn gedeactiveerd.
Pagina 61
Bedieningshandleiding Service/test menu Dit staat onderaan de pagina van Handmatige bediening van motoren. Op deze pagina kunt u alle functies testen. Pagina Datum en tijd Stel de datum en tijd in. Het is belangrijk dat dit met de knop wordt opgeslagen.
Pagina 62
Bedieningshandleiding De resetposities van de robot Voordat u begint met programmeren, moet de plaat voor de schakelaar van de nulsteller (op telwiel, loopkat) op de rail worden gemonteerd. • Als de nulinsteller wordt gepasseerd, wordt deze automatisch op 10000 gezet volgens het gekozen programma.
Pagina 63
Bedieningshandleiding Posities voor ruwvoer bijvullen Voeren in groepen: Har man gruppefôring og bruker fl ere fôrslag, skal disse legges inn her. Als u in groepen voert en meerdere soorten voer gebruikt, moeten deze hier worden ingevoerd. Indien de wagen tijdens het pendelen moet worden gevuld, moeten start (Pos.1) en stop (Pos.2) worden ingevoerd.
Pagina 64
Bedieningshandleiding Motorstatus Ga naar deze pagina als de motor afslaat en schakel de motor weer in. Verwijder bij uitschakeling van de motor of de functie de oorzaak en reset. (zie apart hoofdstuk over storingzoeken) Pagina Maximumsnelheid kalibreren • Rijd de wagen ca. 20 m in de stal. •...
Pagina 65
Bedieningshandleiding Ruwvoer bijvullen Handmatig: De fotocellen zijn niet actief, het vullen moet handmatig worden uitgevoerd. Automatisch: De fotocellen zijn actief en de wagen registreert zelf wanneer het ruwvoer/krachtvoer op is. De wagen gaat dan naar de vulpositie. Sequentiestart: De fotocellen zijn niet actief. Pagina Iedere keer dat de wagen voer verstrekt, gaat Pagina...
Pagina 66
Bedieningshandleiding Bijvulbronnen • (A) Vul het type ruwvoer/krachtvoer in. • (B) De resterende hoeveelheid op de transportband na geleverd gewicht. Hoeveelheid op de band. Vul hier het aantal kilo dat nog op de transportband ligt. Dit gewicht wordt vervolgens van de vulhoeveelheid afgetrokken voor een correct vulgewicht Pagina Krachtvoertank 1 bijvullen...
Pagina 67
Bedieningshandleiding Naam patroon en type voer Benoem hier sequenties en voersoorten. Pagina Naam patroon Activeer het witte veld. Er verschijnen alternatieve voorstellen voor de benaming van de sequentie. Kies wat u het beste vindt. Pagina Naam type voer Activeer het witte veld. Vul hier de naam van de voersoort in.
Pagina 68
Bedieningshandleiding Hoeveelheid per dag voor zone 1 Hoeveelheden per dag voor voergang • Door op “Opgehaalde voergang” te klikken, verschijnt de actuele voergang. Dat kan op deze pagina voor alle sequenties worden gedaan. • Het totale dagrantsoen ruwvoer en krachtvoer staat in het onderste veld in het schermbeeld.
Pagina 69
Bedieningshandleiding Wilt u de voedingssessie annuleren? Om een actieve voerverstrekking af te breken. Pagina Robot legen Voeren in groepen: • Indien de wagen niet helemaal leeg is, kunt u op de knop ‘legen’ drukken. • De wagen gaat dan naar veld 4 en blijft pendelen tot deze leeg is.
Pagina 70
Bedieningshandleiding Baalgegevens Om zoveel mogelijk profi jt te hebben van de wagen moeten de baalgegevens zo goed mogelijk overeenkomen met het voer dat u verstrekt. Om dat te bereiken, moet u verschillende waarden uitproberen bij ‘druk tegen hakselaar’. Pas het steeds met 5% aan en kijk of dat genoeg is.
Pagina 71
Bedieningshandleiding Robotinstellingen NB! De instellingen mogen alleen door bevoegd personeel worden gewijzigd. Dit zijn de basisinstellingen voor bedrijf van de plafondrail als de wagen te weinig ruwvoer krijgt (staat deze niet meer stil, maar gaat deze gedwongen over naar rij- en stoptijd). Als de tarratijd wordt verwijderd, komt in de display hetzelfde gewicht te staan als in de weegcelversterker.
Pagina 72
Bedieningshandleiding Instellingen borstelen Bij gebruik van de borstelsequentie. Vul de start- en stoppositie en de snelheid tijdens het borstelen in. Stel de sequentie in. Pagina Berekeningen In dit schermbeeld kunt u het vermogensverbruik van de machine afl ezen. Dit is bestemd voor servicepersoneel. Pagina Diversen •...
Pagina 73
Bedieningshandleiding Bijvuloverzicht Pagina over het vullen. Alleen als Voeren in groepen is geselecteerd. Dit is bestemd voor servicepersoneel Pagina 3 Voederinformatie Informatie over wat er op elke gang wordt gevoerd. Pagina 4 Bijvullen Het vullen instellen. (Als Voeren in groepen niet is geselecteerd) Pagina...
Pagina 74
Bedieningshandleiding Bijvulbronnen (A) Vul het type ruwvoer en krachtvoer in. (B) De resterende hoeveelheid op de transportband na geleverd gewicht. Pagina Reservoirinstellingen Hier kunt u de vulgegevens preciseren. U kunt instellen hoe vaak de fotocel moet knipperen voor het vullen van de wagen. (De fotocel in de linkerdeur, van achteren gezien).
Pagina 75
Bedieningshandleiding Volgende type baal selecteren Als u dit wilt gebruiken, zal de wagen automatisch de parameter wijzigen. Volgens de positie van de balen. De parameter wordt bij de baalgegevens afgesteld. De wagen gaat altijd terug nadat 8 balen zijn uitgevoerd. Pagina Droge massa ruwvoer Vul hier het actuele drogestofgehalte van de...
De machine zoekt nu de router op. • Download Team Viewer op de pc. (Op de geheugenstick of internet.) Dan kan TKS of iemand anders toegang tot de machine krijgen. De K2 Feed Robot is nu klaar om vanaf de pc te worden geprogrammeerd.
Bedieningshandleiding 4 Onderhoud/inspectie en storingzoeken Haal de stekker altijd eerst uit het stopcontact voordat u inspectie-, onderhouds-, of reparatiewerkzaamheden aan de machine uitvoert. Algemene informatie: De apparatuur wordt in een veeleisende en agressieve omgeving gebruikt. Dat heeft invloed op de levensduur van de wagen en de apparatuur in het algemeen.
Bedieningshandleiding 4.1 Smering Component / plaats Aantal Werkzaamheden Bedrijfsuren Smering 10 h Smering van lager op bedrijfszijde transportband Smering 10 h Smering van lager op achterzijde transportband 3 Smering van trommellager Smering 10 h 4 Druppelsmering van trommelketting Smering 10 h 5 Druppelsmering van de ketting van de Smering 10 h...
Bedieningshandleiding 4.2 De transportband strak trekken Het is belangrijk dat de transportband strak blijft. Dit moet regelmatig worden gecontroleerd. U kunt de band strak trekken door de afstelschroef aan de achterkant van de machine te draaien. Zie Fig. 81 Let op! Het is belangrijk dat de afstelschroef al na slechts 1-2 balen/gesneden balen opnieuw wordt aangehaald, vanwege vernis, etc.
Bedieningshandleiding 4.3 Serviceschema voor K2 FeedRobot Voorafgaand aan een controle of bij aan de machine gerelateerde werkzaamheden, moet u de volgende voorzorgsmaatregelen in acht nemen. • Schakel de hoofdspanning uit met behulp van de hoofdschakelaar op de machine. • Let op de richting. •...
Pagina 81
Bedieningshandleiding **2 Span de transportband aan. Aandrijfkant transportband Controleer de uitlijning van de K2 – kettingslot ¾” • G50004 transportband. Span beide kanten gelijk aan. De band is goed K2 – ketting ¾” • 921483 aangespannen als u de hele ketting onder de machine kunt zien.
Pagina 82
Bedieningshandleiding NB! Bij ophanging aan 1 rail moet u K2 – ketting • 921501 Plafondrail: controleren of de veiligheidskettingen K2 – kettingslot • 921502 (loopkatten) op hun plek zitten om ongelukken te voorkomen bij afbreken van de draagbout. **1 Span en smeer de ketting. Bij slijtage vervangen.
Pagina 83
**3 Controleer de koperstrips van de Stroom- stroomgeleiderail. Als deze zijn geleiderail: gecorrodeerd, kunt u bij TKS een schoonmaaktrolley huren. **4 Controleer eventueel of de warmtekabel door de schoonmaaktrolley wordt beïnvloed. Controleer of de warmtekabel werkt.
Bedieningshandleiding Het gewicht mag geen minimale waarden aangeven. Dan wordt het voerresultaat beïnvloed. Indien nodig moet het gewicht opnieuw worden gekalibreerd. Zie het hoofdstuk in het instructieboek over het kalibreren van gewichten. **1 Maak plexiglas vrij van stof en vuil, Fotocellen: test de werking en stel indien nodig af.
Pagina 85
Bedieningshandleiding • Ingangsignaal voor bedrijf • Het overbelastingsrelais In de display hakselaaraggregaat ontbreekt. (beveiliging) van de softstarter verschijnt Ingangsmodule –A1.1 lichtdiode of het op de magneetschakelaar ‘Motorstoring’, aangesloten overbelastingsrelais • Zie apart hoofdstuk over (beveiliging) is geactiveerd door hakselaar- • ”Storingzoeken softstarter” overbelasting of doordat de aggregaat pagina 96 of start...
Pagina 86
Bedieningshandleiding • Ingangsignaal voor • Overbelastingsrelais –Q3 is door In de display ”Bedrijf zijdispenser” en/of overbelasting geactiveerd. verschijnt ”Storing zijdispenser” ontbreekt. Corrigeer de oorzaak van de ‘Motorstoring’, Ingangsmodule –A1.1 lichtdiode overbelasting.Controleer de rotatie storing bij 4 en 5 van de band van de zijdispenser zijdispenser.
Pagina 87
Bedieningshandleiding • Storing van aangevoerde • Controleer de voeding. Controleer De wagen spanning/fasestoring bij gebruik van een stopt en ”hangt” stroomgeleiderail de onder contactverbindingen tussen de voersequentie stroomafnemer en stroomgeleiderail. • Druk de stopknop in, schakel de voeding uit en weer in en reset de stopknop.
Pagina 88
Bedieningshandleiding • Overbrenging van externe 24 V • Controleer de overbrenging van De wagen stopt DC-signalen ontbreekt. zender (borstels) naar ontvanger in de positie (koperrails). Reinig eventueel de voor vullen met contactoppervlakken met een ge- krachtvoer, maar schikt reinigingsmiddel. NB! Rein- het vullen begint iging moet altijd gebeuren met de niet.
Pagina 89
Bedieningshandleiding • Storing bij instellingen. Afstelling • Controleer de instellingen van Afstelling van uitgeschakeld. afstelling transportband. snelheid • Storing bij analoog signaal • Controleer analoog signaal van –P1 transportband (0-10 V) (Power transduser) uitgang 1 en 2 werkt niet: (0-10 VDC). Uit te voeren door bevoegd personeel •...
Bedieningshandleiding 4.5 Storingzoeken frequentieomvormer De frequentieomvormer start niet, er verschijnt geen foutmelding • Controleer de netspanning naar de frequentieomvormer als de display niet brandt. • Als de functie Snelstop of Vrije uitloop aan een van de logische ingangen is toebedeeld en niet weer is geactiveerd, kan dat de reden zijn dat de frequentieomvormer niet start.
Pagina 91
Bedieningshandleiding Storingtype Mogelijke storingsoorzaken Procedure voor storingoplossing • Het stroomniveau voor vrijgave • Controleer de aansluiting op de van de rem is niet gehaald frequentieomvormer/motor. Storing in • Het frequentieniveau voor • Controleer de motorwikkelingen rembesturing • vrijgave van de rem is niet •...
Pagina 92
Bedieningshandleiding • Speciale motor of motor met een • Gebruik spannings-/frequentie- Storing in vermogen dat niet bij de relatie L of P automatische frequentieomvormer past. • Controleer of de motor werkt tijdens • Motor niet aangesloten op de de automatische tuning. tuning omvormer.
Pagina 93
Bedieningshandleiding • Onderbreking in een van de • Controleer de aansluitingen van Onderbreking in motorfasen frequentieomvormer naar motor. een of meer • De motormagneetschakelaar ligt • Als u een magneetschakelaar open gebruikt tussen de omvormer en motorfasen • Motor niet aangesloten of de motor, moet u OPL naar OAC motorvermogen te laag (Flt-menu) zetten...
Pagina 94
Bedieningshandleiding Storingen die worden gereset direct nadat de storingsoorzaak is verholpen Mogelijke storingsoorzaken Storingtype Procedure voor storingoplossing • De actuele confi guratie is • Ga terug naar de tegenstrijdig fabrieksinstellingen of haal de Confi guratiefout back-upconfi guratie • op als deze geldig is. Zie parameter in FCS in het l-O-, CtL- of FUn- menu.
Bedieningshandleiding 4.6 Storingzoeken softstarter Storingtype Mogelijke storingsoorzaken Procedure voor storingoplossing Starten van • De lichtdiode is uit. • Controleer of er stuurspanning softstarter naar de softstarter is. mislukt nadat het • Controleer of de startvoorwaarde startcommando voor de softstarter is geactiveerd. is gegeven •...
Bedieningshandleiding 4.7 Instelling/kalibratie van de weegcelversterker (Geldig tot serienummer -360) Het volgende moet worden gemeten om juiste aansluiting te controleren: Input naar versterker Tussen klem 12 en 11 moet 24 V zitten Excitatiespanning De weegcellen moeten worden voorzien van 4 V. Tussen klem 1 en 5 moet 4 V zitten Signaal van weegcel De weegcellen geven een signaal af van ca.
Pagina 97
Bedieningshandleiding Parameter Wat te doen? Instellen op Bepaal hoeveel metingen er in het fi lter gebruikt moeten worden. Een overstuurfunctie waarmee het fi lter kan springen als de waarde een bepaalde grens overschrijdt. Hoeveel weegcellen heeft de wagen? Capaciteit in elke cel. Lees de weegcel af. 1000/2500 Welk type analoog signaal is gewenst? Deze PLB gebruikt 0-10 V...
Bedieningshandleiding 4.8 Weegcelversterker instellen (Geldig vanaf serienummer 361-) Bevestig alle instellingen door beide knoppen tegelijk in te drukken. Op nul instellen door alle dipswitches omhoog te zetten en beide knoppen tegelijk in te drukken. Zet ze allemaal naar beneden, behalve nr. 8 Voor namontage moeten de gaten in de boom worden uitgeboord tot 30 mm Geleider vanuit verdeeldoos naar weegcelversterker wordt Geleider vanuit verdeeldoos en weegcelversterker wordt...
Pagina 99
Bedieningshandleiding Parameter Wat te doen? Instellen op Bepaal hoeveel metingen er in het fi lter gebruikt moeten worden. Een overstuurfunctie waarmee het fi lter kan springen als de waarde een bepaalde grens overschrijdt. Hoeveel weegcellen heeft de wagen? Capaciteit in elke cel. Lees de weegcel af. 2500 Welk type analoog signaal is gewenst? Deze PLB gebruikt 0-10 V...
Bedieningshandleiding 5.16 Installatieschema - weegschaal met weegcelversterker Geleiders worden als volgt op de weegcelversterker aangesloten Kleuren van de geleiders van aansluitklem naar weegcelversterker. 1 op 12, = 24V 1 is geel 2 op 11, = 0V 2 is wit 3 op 10, = Meet de uitgaansspanning 3 is groen 4 op 8, = 0v 4 niet in gebruik...
Bedieningshandleiding 5.17 Installatieschema - bedieningspaneel radiografi sche zender Het installatieschema wordt gebruikt voor externe start van vulstations. • Feed Hopper, krachtvoer, voermengwagen etc. Instructies voor radiografi sche aansluiting: • Loops 13 en 1 van de radiografi sche zender, gele doos. •...
Bedieningshandleiding 5.18 Aansluiten van P10SV2-24: Uitgebreid Radiografi sch, tot 13 voersoorten Nr.: Functie: Verklaring: +24 VDC Aarde COM (0 V)* Gemeenschappelijk voor alle ingangen Bit 1 (MSB) Bit 2 Bit 3 Bit 4 Bit 5 (LSB) Niveau-ingang Activering van radio Connect (alleen voor aanmelding) Signaalsterkte bit 0 (geeft 24 V af) Signaalsterkte bit 1 (geeft 24 V af)
Hierbij wordt bevestigd dat de gebruiksaanwijzing is gevolgd en doorgenomen De training wordt door de gebruikers en eigenaren goedgekeurd Handtekening eigenaren en gebruikers: Vertegenwoordiger leverancier: ____________________________________ _____________________________________ ____________________________________ _____________________________________ De garantiebepalingen van TKS gelden alleen als de kwaliteitscontrole aantoonbaar is uitgevoerd. Stuur een kopie naar TKS en de verkoper.
Pagina 125
Hierbij wordt bevestigd dat de gebruiksaanwijzing is gevolgd en doorgenomen De training wordt door de gebruikers en eigenaren goedgekeurd Handtekening eigenaren en gebruikers: Vertegenwoordiger leverancier: ____________________________________ _____________________________________ ____________________________________ _____________________________________ De garantiebepalingen van TKS gelden alleen als de kwaliteitscontrole aantoonbaar is uitgevoerd. Stuur een kopie naar TKS en de verkoper.
Pagina 127
Hierbij wordt bevestigd dat de gebruiksaanwijzing is gevolgd en doorgenomen De training wordt door de gebruikers en eigenaren goedgekeurd Handtekening eigenaren en gebruikers: Vertegenwoordiger leverancier: ____________________________________ _____________________________________ ____________________________________ _____________________________________ De garantiebepalingen van TKS gelden alleen als de kwaliteitscontrole aantoonbaar is uitgevoerd. Stuur een kopie naar TKS en de verkoper.
Pagina 130
Bedieningshandleiding TKS is a family owned company with a strong brand name. We are providing our customers with a unique and complete range of high quality products. www.tks-as.no T. Kverneland & Sønner AS, Kvernelandsvegen 100 N-4355 Kvernaland Norway e-post : post@tks-as.no...