Download Inhoudsopgave Inhoud Print deze pagina
Inhoudsopgave

Advertenties

TKS
Bedieningshandleiding
Bedieningshandleiding
K2
FeedRobot
Bedieningshandleiding K2 FeedRobot NL Uitgave 2, 2010-12
988792
1

Advertenties

Inhoudsopgave
loading

Samenvatting van Inhoud voor TKS AGRI K2 FeedRobot

  • Pagina 1 Bedieningshandleiding Bedieningshandleiding FeedRobot Bedieningshandleiding K2 FeedRobot NL Uitgave 2, 2010-12 988792...
  • Pagina 2: Inhoudsopgave

    Bedieningshandleiding Inhoud 1 ALGEMENE INFORMATIE EN VEILIGHEID........6 2 MONTAGEHANDLEIDING .
  • Pagina 3 Bedieningshandleiding 2 Montagehandleiding ..........21 2.1 Aanbevolen railgroottes/portaalafstand voor enkele draagrail .
  • Pagina 4 Bedieningshandleiding 3 Gebruiksaanwijzing..........58 3.1 Programmering .
  • Pagina 5 Bedieningshandleiding 5.12 Installatieschema voor digitale I/O, ingangen 5.xx ......113 5.13a Installatieschema voor digitale I/O, ingangen 5.xx ..... . 114 5.13b Installatieschema voor digitale I/O, ingangen 5.xx .
  • Pagina 6: Algemene Informatie En Veiligheid

    T. Kverneland & Sønner AS, Kvernelandsvegen 100 N-4355 Kverneland Norway verklaren hierbij dat het product: TKS - K2 FeedRobot conform de Machinerichtlijn 2006/42/EC is gebouwd en voldoet aan de van toepassing zijnde fundamentele gezondheids- en veiligheidsvereisten. Kverneland, 1 Desember 2010 Tønnes Helge Kverneland...
  • Pagina 7: Garantie

    TKS behoudt zich het recht voor het ontwerp van het product te wijzigen zonder dat dit enige verplichting impliceert in verband met eerder geleverde machines.
  • Pagina 8: Inleiding

    Bedieningshandleiding 1.3 Inleiding Gefeliciteerd met de aankoop van uw nieuwe TKS-product. U hebt gekozen voor een functioneel en hoogwaardig product. Er staat u een compleet netwerk van behulpzame dealers ter beschikking die u graag adviseren over het gebruik van uw product, de onderhoudswerkzaamheden voor u uitvoeren en u van reserveonderdelen voorzien.
  • Pagina 9: Technische Gegevens K2 Feedrobot

    Bedieningshandleiding 1.4 Technische gegevens K2 FeedRobot 1.4.1 Modelbeschrijving en toepassingsgebied Het K2 FeedRobot-systeem is ontworpen en gebouwd voor automatische uitvoer van kuilvoer, ronde balen, vierkante balen en de meeste vormen van ruwvoer, waaronder bevroren voer. De consistentie en de eigenschappen van het voer zullen invloed hebben op de werking van de machine.
  • Pagina 10: Machine-Identifi Catie

    Bedieningshandleiding 1.4.2 Machine-identifi catie Het serienummer van de machine en het adres van de fabrikant staan op het machineplaatje vermeld. Zie de afbeelding op deze pagina. Het serienummer van de machine en het jaar van levering dienen hieronder te worden vermeld. Zorg ervoor dat u deze gegevens bij de hand hebt als u informatie wilt ontvange over reserveonderdelen of onderhoudswerkzaamheden.
  • Pagina 11: Technische Gegevens

    Bedieningshandleiding 1.4.3 Technische gegevens K2 FeedRobot GEWICHT BASISMACHINE: 1650 kg AFMETING LENGTE (MAX.) ZIE PAGINA 12 EN 13 BREEDTE (MAX.) ZIE PAGINA 12 EN 13 LENGTE IN KAST (INWENDIG) 2180 (3180) MAX. DIAMETER RONDE BAAL 1400/1600 (STRO) MAX. BREEDTE RONDE BAAL 1300 MAX.
  • Pagina 12: Afmetingen - Voerwagen 1600

    Bedieningshandleiding 1.4.4 Afmetingen - voerwagen 1600 Alle afmetingen zijn in mm 3170 TROLLEY 1185 INTERN 1580 HOOGTE STD. 2250 INTERN 3422 EXTERN 1354 INTERN 1590 EXTERN 5167 UITWENDIG 1 M SECTIE + TANK 4624 EXTERN 1M-SECTIE 3448 INTERN M. 1M-SECTIE INTERN 1185 INTERN...
  • Pagina 13: Afmetingen - Voerwagen 1200

    Bedieningshandleiding 1.4.5 Afmetingen - voerwagen 1200 Alle afmetingen zijn in mm 2244 INTERN 1202 INTERN 1202 EXTERN INTERN ACHTER VOOR K2_14...
  • Pagina 14: Veiligheid

    Bedieningshandleiding Let met name goed op dit symbool. Dit symbool Veiligheid geeft een veiligheidsrisico aan en beschrijft de voorzorgsmaatregelen die genomen moeten worden om ongevallen te voorkomen. Voordat de machine wordt bediend, afgesteld of gerepareerd, dient de gebruiker, technicus of eigenaar zichzelf eerst goed op de hoogte te stellen van de veiligheidsmaatregelen zoals omschreven in deze installatiehandleiding.
  • Pagina 15: Draairichting

    Bedieningshandleiding correct geïnstalleerd zijn. Start de machine niet voor- dat u dit gedaan hebt. Beschadigde schermen moeten worden gerepareerd of direct worden vervangen. Waarschuwingslichten De waarschuwingslichten die op de machine worden gemonteerd, moeten zichtbaar zijn in het toepass- ingsgebied van de machine. Alarm Controleer of het gemonteerde alarm 15 sec.
  • Pagina 16: Extra Veiligheidsinstructies

    Bedieningshandleiding 1.5.2 Extra De machine is voorzien van een aantal waarschuwingstekens. Als deze tekens veiligheidsinstructies beschadigd zijn, moeten ze direct vervangen worden. Het ordernummer wordt weergegeven in de fi guren bij dit hoofdstuk. Zie fi g. 6 voor de locatie op de machine. Waarschuwingsteken UH220532 (Fig.
  • Pagina 17: Overzicht Van Waarschuwingstekens

    Bedieningshandleiding 1.5.3 Overzicht van waarschuwingstekens UH220544 UH220539 UH220532 UH220527 UH220544 UH220526 UH220544 UH220539 UH220527 IK2_03 Fig. 6...
  • Pagina 18: De Machine Met Een Kraan Hijsen

    Installatiefouten, een onjuiste werking, enz. voorzorgsmaatregelen kunnen tot dure reparaties en inkomstenderving leiden. De TKS-product- garantie dekt geen schade die voortvloeit uit het niet opvolgen van de aanbevelingen in deze instructiehandleiding. Let met name op dit symbool.
  • Pagina 19: Hefpunt

    Bedieningshandleiding 1.5.6 Hefpunt IK2_04 Fig. 7 1.5.7 Deurvergrendeling TIL DE VERGRENDELING OP om de deur te openen! Fig. 8...
  • Pagina 20: Recycling - Van Afval Tot Grondstof

    Bedieningshandleiding Recycling - van afval tot grondstof - Voor het correct functioneren zijn alle TKS-producten afhankelijk van elektrische en elektronische componenten. Deze componenten vallen onder de noemer elektrisch en elektronisch materiaal. Bij TKS-producten gaat het meestal om componenten zoals kabels, schakelaars, motoren, bedieningseenheden, enz.
  • Pagina 21: Montagehandleiding

    • De bouwconstructie moet de belasting van het betreffende railsysteem kunnen dragen. • Het railsysteem van TKS heeft volledige sterkte in de verbindingen (IPE120/160). Als TKS-rails in draagrails worden gebruikt, moeten de meeste bevestigingspunten aan de onderkant van de rail zitten.
  • Pagina 22: Montage Van Draagrail

    Bedieningshandleiding 2.3 Montage van draagrail Wagen met dubbele draagrail Wagen met enkele draagrail 1440 IK2_10 Fig. 10a • Aanb. 3000 1 rail • Aanb. 2800 2 rails • Minimaal 2600 1 rail • Minimaal 2400 2 rails • Minimaal 2300 zonder zijdispenser 1 rail •...
  • Pagina 23: De Voeding Aanleggen

    Bedieningshandleiding 2.4 De voeding aanleggen De meest gebruikte en beste methode om stroom naar een CombiCutter te leiden is met behulp van rails die onder stroom staan. Deze rails bestaan uit een koperstrip aan de binnenkant en een transformator (schuif) die de eenheid tijdens bedrijf volgt. Zie fi g. 11 De smalle bevestiging moet om de 2 meter op de rail worden bevestigd.
  • Pagina 24 Bedieningshandleiding De brede bevestiging moet op de juiste afstand worden gemonteerd van de rail waaraan de loopkat is bevestigd. Zie fi g. 12 IK2_12 Fig. 12...
  • Pagina 25: Koperstrips 230V/400V

    Bij gebruik in vochtige omgevingen of omgevingen met een wisselende temperatuur moet u verwarmingskabels gebruiken. Kijk verder in de handleiding voor de stroomgeleiderail. IK2_13 Fig. 13b LET OP! TKS raadt gebruik van verwarmingskabels aan i.v.m. een betere bedrijfszekerheid. 230V 3-polig IK2_13 Fig. 13c...
  • Pagina 26: Installeren Van De Stroomrail

    Bedieningshandleiding 2.6 Installeren van de stroomrail PVC-rail • De rail heeft 7 banen voor het leggen van 2 , 3, 4, 5, 6 of 7 koperen geleiders. • Het temperatuurbereik voor de rail: -30 tot +60 • De rail is gemaakt van vuurbestendig kunststof.
  • Pagina 27: Stroomrail Met Eindverbinding

    Bedieningshandleiding 2.6.1 Stroomrail met eindverbinding T50-isolatietape De verbindingen tussen twee raillengten moeten worden afgeplakt met T50-isolatietape. Zie Fig. 16 Fig. 16 Verbindingsklem De verbindingsklem is voorzien van punten waarmee de rail in positie wordt vastgezet als er twee delen in elkaar gedrukt worden. Hiermee kunt u de stroomrails snel en veilig samenvoegen.
  • Pagina 28: Eindverbindingen

    Bedieningshandleiding Hoekijzer De rail wordt bevestigd aan een hoekijzer dat daarna met klemmen aan de bovenkant van het I-profi el of rechtstreeks aan het plafond bevestigd wordt. Zie Fig. 18 Fig. 18 Eindverbindingen Verplaats de bus naar het einde van de schakelkast aan het uiteinde van de rail.
  • Pagina 29: Koperdraadverbindingen

    Bedieningshandleiding Trolley Leg de koperdraad aan vanuit het einde van de baan met behulp van een trolley. De trolley wordt niet meegeleverd. Afbeelding 1 Bevestig de trolley aan een ø6-gat in de koperdraden. Afbeeldingen 2-3 Voer de trolley in de stroomrail en trek de trolley door de rail totdat deze aan de andere kant te voorschijn komt.
  • Pagina 30: Aansluitingen Verwarmingskabel

    Bedieningshandleiding Verwarmingskabel De verwarmingskabels met isolatiestrips worden in de stroomrail gevoerd. De groene isolatiestrip (A) moet in de stroomgeleiderail lopen. Zie Fig. 24 Fig. 24 Aansluitingen verwarmingskabel De verwarmingskabel wordt aangesloten op een aansluitdoos met een 230V – 10/16A afzonderlijk circuit. Zie Fig.
  • Pagina 31 Plaats de beschermende membraanrail in de horizontale baan onder de stroomrail. Dat kan handmatig of, in geval van lange stukken membraan, met behulp van specialistische apparatuur (neem contact op met TKS). Monteer de rubberen afdichting aan beide zijden voor een betere beschermingsgraad (IP44).
  • Pagina 32: Rubber Afdichting

    Bedieningshandleiding Gelijkmatige trekkracht van de ketting Het is belangrijk dat de ketting (A) gelijkmatig (niet scheef) en iets naar beneden gericht (1-3 cm) trekt. Dat is vooral belangrijk als er bochten worden genomen. Zie Fig. 30 Fig. 30 Rubber afdichting Zorg ervoor dat het deel van de rubber afdichting dat ingevoerd wordt, bij de eindbehuizing in de baan gelegd wordt.
  • Pagina 33: Koperen Geleiders

    Bedieningshandleiding Koperen geleiders De uiteinden van de koperen geleiders 25mm moeten op een afstand van 25 mm van de rail gesneden worden. Zie Fig. 33 Fig. 33 Verbindingsstuk Monteer de eindplug. Plaats de verbindingsklem over de isolatietape en stel deze af om de benodigde ruimte te krijgen. Zie Fig.
  • Pagina 34: Stroomrail Met Centrale Aansluiting

    Bedieningshandleiding 2.6.2 Stroomrail met centrale aansluiting Centrale schakeldoos Monteer de centrale schakeldoos met de bussen uit de doos die al aan beide 500mm 500mm uiteinden ingevoerd is. Plaats de centrale schakeldoos met twee vaste ophangklemmen aan iedere zijde. Bij een centrale schakeldoos is een vaste ophanging aan iedere zijde van de voedingskast nodig.
  • Pagina 35 Bedieningshandleiding Voeding De voedingskabel moet met de daarvoor bestemde schroeven worden aangesloten. Voor voeding moeten de verwarmingskabels op een aansluitdoos worden aangesloten. Zie Fig. 38 Fig. 38 Koperen geleiders Net als bij rails met eindverbindingen moeten de koperen geleiders die door de stroomrail 25mm 25mm geleid worden op een afstand van 25 mm van...
  • Pagina 36 Bedieningshandleiding Rubber afdichting Plaats de rubber afdichting met de hand of gebruik gespecialiseerde apparatuur bij lange stukken. Zie Fig. 41 Fig. 41 Centrale schakeldoos De centrale aansluiting moet op de stroomrail worden gemonteerd met de daarvoor bestemde schroeven. Zie Fig. 42 Fig.
  • Pagina 37: Loopkatten Installeren

    Bedieningshandleiding 2.7 Loopkatten installeren De loopkatten voor de wagen worden apart geleverd. Deze worden aan het uiteinde van de rail bevestigd. De gemotoriseerde loopkatten moeten aan de voorkant van de wagen zitten. Zie Fig. 47 ACHTER VOOR ACHTER VOOR IK2_18 Fig.
  • Pagina 38: Montage Van Uitrusting Op Loopkatten

    Bedieningshandleiding 2.7.1 Montage van uitrusting op loopkatten De voor- en achterloopkatten worden met een steun aangesloten. De stang wordt eerst bevestigd aan de loopkat en vervolgens worden de kanalen aan de buitenkant van de stang vastgeschroefd. Dit geldt alleen voor systemen met 2 rails.
  • Pagina 39 Bedieningshandleiding Er moeten een aantal artikelen op de trolleys worden gemonteerd. Zie Fig. 51 De afstand tussen inductieve sensoren en de sterkoppeling (tastafstand) A = 1-3 mm. Let op dat geleiders niet bekneld raken. IK2_30 IK2_30 Fig. 51 De zender voor het externe signaal moet op de loopkat worden gemonteerd.
  • Pagina 40: Montage Van Sensorhaak Met Pulswiel

    Bedieningshandleiding 2.7.2 Montage van sensorhaak met pulswiel Monteer de nulinsteller op de loopkat. De plaat voor de nulinsteller moet binnen in de voergang staan, waar de wagen in normaal bedrijf rijdt. Dat is van belang om de wagen in de juiste positie te krijgen.
  • Pagina 41: Montage Van 24 V Dc-Ontvanger

    Bedieningshandleiding 2.7.3 Montage van 24 V DC-ontvanger Monteer de ontvanger op de rail. Wanneer de uitlaat voor krachtvoer A direct boven de opening is, moet zender B midden op de ontvanger staan. Het is belangrijk dat de ontvanger heel correct wordt gemonteerd, zodat de borstels altijd de koperstrippen raken.
  • Pagina 42: Montage Van Uitrusting Op Loopkatten Op Enkele Rail

    Bedieningshandleiding 2.7.4 Montage van uitrusting op loopkatten ACHTER VOOR ZENDER VOOR EXTERN SIGNAAL 24 V-SIGNAAL PULSWIEL MET NULINSTELLER BEUGEL VOOR STROOMAFNEMER SPANKABEL ACHTER SCHAKELAARRAIL VOOR IK2_22 Fig. 57a...
  • Pagina 43: Montage Van Uitrusting Op Loopkatten Op Dubbele Rail

    Bedieningshandleiding 2.7.5 Montage van uitrusting op loopkatten op dubbele rail De wagen kan als een automatische eenheid fungeren als er allerlei uitrusting op de loopkatten van de wagen wordt gemonteerd Zie Fig. 55 Het betreft: • zender voor extern 24 V-signaal (alleen voor wagens die krachtvoer en ruwvoer uit een andere bron krijgendan het reservoir) •...
  • Pagina 44: De Wagen Bevestigen

    Bedieningshandleiding 2.7.6 De wagen bevestigen Voordat u de wagen aan de loopkatten hangt, is het de plafondrails op de juiste hoogte af te stellen om te voorkomen dat u hier later een krik voor moet gebruiken. Zie Fig. 58 Kritieke factoren wat betreft de hoogte van de installatie: •...
  • Pagina 45 Bedieningshandleiding Afmeting voor enkele draagrail Hoogte vanaf de basis (zijkant) en omhoog naar de onderrand van de dwarsbalk. Dit is een absolute minimale vereiste. Zie Fig. 59 A = aanbevolen afmeting 350 mm B = aanbevolen afmeting 500 mm L = minimumafmeting 1650 mm, geldt voor een rondebaaldiameter 1250 mm. Deze afmeting wordt bij grotere rondebaaldiameters verhoogd.
  • Pagina 46: Het Aanbrengen Van De Veiligheidsketting

    Bedieningshandleiding 2.7.7 Het aanbrengen van de veiligheidsketting • De voederwagen wordt aan A bevestigd in oogmoer B. • NB! Zorg ervoor dat er ruimte overblijft tussen contramoer C en buis E. • Draai de contramoer C vast in oogmoer B. •...
  • Pagina 47 Bedieningshandleiding...
  • Pagina 48: Het Reservoir Installeren

    Bedieningshandleiding 2.8 Het reservoir installeren Het reservoir voor 2 of 3 balen moet aan het uiteinde van de rail worden bevestigd achter de wagen op de plek waar deze moet worden gevuld. Wanneer de wagen moet worden gevuld, dient de transportband in het reservoir de kast in de wagen binnen te gaan, zodat de machines elkaar overlappen.
  • Pagina 49 Bedieningshandleiding Het reservoir moet op een dusdanige hoogte zijn dat de drager op het reservoir niet in botsing komt met de drager op de K2 CombiCutter. De hoogte van het reservoir kan worden afgesteld door de schroeven los te draaien en de voeten te laten zakken. Gebruik een hydraulische krik of vorkheftruck voor het hijsen van het reservoir.
  • Pagina 50 Bedieningshandleiding De “wagen tegen”-schakelaar wordt op de rail geschroefd. De schakelaar moet zo staan afgesteld dat als de K2 FeedRobot zich helemaal tegen het reservoir bevindt (achterkant van het frame grijpt in de voorkant van de poot) deze bijna helemaal vooraan op de schakelaarrail op de loopkat zit.
  • Pagina 51: Aansluiting Van Sensoren/Schakelaars

    Bedieningshandleiding 2.8.1 Aansluiting van sensoren/schakelaars De kast voor het reservoir moet op een geschikte plek aan de muur worden gemaakt. In verband met het vullen van het reservoir moet deze goed toegankelijk zijn. Het reservoir kan samen met een wagen worden gebruikt als er fotocellen en een “wagen tegen”-schakelaar op de kast zijn aangesloten.
  • Pagina 52 Bedieningshandleiding Fotocel ontvanger (3-draads) Kabel Kleur Aansluitklem op kast Bruin Blauw Signaal Zwart Fotocel zender (3-draads) Kabel Kleur Aansluitklem op kast Bruin Blauw ‘Wagen tegen’-schakelaar Kabel Kleur Aansluitklem op kast Fig. 74 Aansluiting op kast In de tabel staat aangegeven hoe elke geleider van de afzonderlijke sensoren op de aansluitklemmen moeten worden aangesloten.
  • Pagina 53: Feedbrush

    Bedieningshandleiding 2.8.2 FeedBrush • Stel de borstel eerst af, zodat deze iets op ondergrond A drukt. • Stel de borstel af met spankabel B • Maak de borstel een keer per week schoon. Verwijder voerresten van de motor, de transmissie en de assen. IK2_37 Fig.
  • Pagina 54: Montage Van Feed Hopper

    Bedieningshandleiding 2.9 Montage van Feed Hopper Alle communicatie tussen de K2 FeedRobot en de Feed Hopper verloopt mechanisch en houdt in dat de K2 FeedRobot een ”wagen tegen”-schakelaar op de rail activeert. Aanbevolen montageafmetingen voor de Feed Hopper. Zie Fig. 76 Zie het instructieboek voor de Feed Hopper voor meer informatie.
  • Pagina 55: Montage Van Voermengwagen

    Bedieningshandleiding 2.10 Montage van voermengwagen Alle communicatie tussen de K2 FeedRobot en de voermengwagen verloopt mechanisch via de ‘wagen tegen’-schakelaar of via een radiografi sche zender/ontvanger. Aanbevolen montageafmetingen voor de Feed Hopper. Zie Fig. 77 Zie het instructieboek voor de FeedMixer voor meer informatie. FeedMIX 17m IK2_62 Fig.
  • Pagina 56: Checklist Voor Het In Bedrijf Nemen K2 Feedrobot

    Bedieningshandleiding 2.11 Checklist voor het in bedrijf nemen K2 FeedRobot Voordat u de FeedRobot in gebruik neemt, is het verstandig om deze checklist door te nemen om eventuele fouten te ontdekken. Handmatige bediening van de motoren Zet de volgende motoren van de wagen via het menu voor handmatig rijden in werking om te controleren of ze de goede kant opgaan.
  • Pagina 57 Pagina De wagen moet nu gereed zijn om in werking te worden gesteld. Indien er zich andere complicaties voordoen, neem dan contact op met de dealer of TKS.
  • Pagina 58: Gebruiksaanwijzing

    3 Gebruiksaanwijzing 3.1 Programmering • Bedenk hoeveel voergangen u wilt hebben en hoe vaak u wilt voeren. • TKS raadt een voergang voor melkkoeien aan en een voor elk hok. • Dat maakt het makkelijk en overzichtelijk. Starttijden: Melkkoeien: minimaal 10 keer per dag.
  • Pagina 59 Bedieningshandleiding Hoofdmenu U ziet dit scherm als de wagen niet in gebruik Door op de velden links (A) in het scherm te klikken, komt u in het programma. Onderaan (B) kunt u een keer voer verstrekken buiten de vaste tijden om door het gewenste veld te kiezen (bijv.
  • Pagina 60 Kies Instellingen en daarna hangslot (B). Code hoofdletter ”A” en druk op enter. Activeer de componenten van de machine. TKS raadt aan om de handleiding voor ingebruikname te gebruiken bij opstart van een nieuwe machine, zodat alles wordt opgeslagen. Handmatige kast moet altijd zijn gedeactiveerd.
  • Pagina 61 Bedieningshandleiding Service/test menu Dit staat onderaan de pagina van Handmatige bediening van motoren. Op deze pagina kunt u alle functies testen. Pagina Datum en tijd Stel de datum en tijd in. Het is belangrijk dat dit met de knop wordt opgeslagen.
  • Pagina 62 Bedieningshandleiding De resetposities van de robot Voordat u begint met programmeren, moet de plaat voor de schakelaar van de nulsteller (op telwiel, loopkat) op de rail worden gemonteerd. • Als de nulinsteller wordt gepasseerd, wordt deze automatisch op 10000 gezet volgens het gekozen programma.
  • Pagina 63 Bedieningshandleiding Posities voor ruwvoer bijvullen Voeren in groepen: Har man gruppefôring og bruker fl ere fôrslag, skal disse legges inn her. Als u in groepen voert en meerdere soorten voer gebruikt, moeten deze hier worden ingevoerd. Indien de wagen tijdens het pendelen moet worden gevuld, moeten start (Pos.1) en stop (Pos.2) worden ingevoerd.
  • Pagina 64 Bedieningshandleiding Motorstatus Ga naar deze pagina als de motor afslaat en schakel de motor weer in. Verwijder bij uitschakeling van de motor of de functie de oorzaak en reset. (zie apart hoofdstuk over storingzoeken) Pagina Maximumsnelheid kalibreren • Rijd de wagen ca. 20 m in de stal. •...
  • Pagina 65 Bedieningshandleiding Ruwvoer bijvullen Handmatig: De fotocellen zijn niet actief, het vullen moet handmatig worden uitgevoerd. Automatisch: De fotocellen zijn actief en de wagen registreert zelf wanneer het ruwvoer/krachtvoer op is. De wagen gaat dan naar de vulpositie. Sequentiestart: De fotocellen zijn niet actief. Pagina Iedere keer dat de wagen voer verstrekt, gaat Pagina...
  • Pagina 66 Bedieningshandleiding Bijvulbronnen • (A) Vul het type ruwvoer/krachtvoer in. • (B) De resterende hoeveelheid op de transportband na geleverd gewicht. Hoeveelheid op de band. Vul hier het aantal kilo dat nog op de transportband ligt. Dit gewicht wordt vervolgens van de vulhoeveelheid afgetrokken voor een correct vulgewicht Pagina Krachtvoertank 1 bijvullen...
  • Pagina 67 Bedieningshandleiding Naam patroon en type voer Benoem hier sequenties en voersoorten. Pagina Naam patroon Activeer het witte veld. Er verschijnen alternatieve voorstellen voor de benaming van de sequentie. Kies wat u het beste vindt. Pagina Naam type voer Activeer het witte veld. Vul hier de naam van de voersoort in.
  • Pagina 68 Bedieningshandleiding Hoeveelheid per dag voor zone 1 Hoeveelheden per dag voor voergang • Door op “Opgehaalde voergang” te klikken, verschijnt de actuele voergang. Dat kan op deze pagina voor alle sequenties worden gedaan. • Het totale dagrantsoen ruwvoer en krachtvoer staat in het onderste veld in het schermbeeld.
  • Pagina 69 Bedieningshandleiding Wilt u de voedingssessie annuleren? Om een actieve voerverstrekking af te breken. Pagina Robot legen Voeren in groepen: • Indien de wagen niet helemaal leeg is, kunt u op de knop ‘legen’ drukken. • De wagen gaat dan naar veld 4 en blijft pendelen tot deze leeg is.
  • Pagina 70 Bedieningshandleiding Baalgegevens Om zoveel mogelijk profi jt te hebben van de wagen moeten de baalgegevens zo goed mogelijk overeenkomen met het voer dat u verstrekt. Om dat te bereiken, moet u verschillende waarden uitproberen bij ‘druk tegen hakselaar’. Pas het steeds met 5% aan en kijk of dat genoeg is.
  • Pagina 71 Bedieningshandleiding Robotinstellingen NB! De instellingen mogen alleen door bevoegd personeel worden gewijzigd. Dit zijn de basisinstellingen voor bedrijf van de plafondrail als de wagen te weinig ruwvoer krijgt (staat deze niet meer stil, maar gaat deze gedwongen over naar rij- en stoptijd). Als de tarratijd wordt verwijderd, komt in de display hetzelfde gewicht te staan als in de weegcelversterker.
  • Pagina 72 Bedieningshandleiding Instellingen borstelen Bij gebruik van de borstelsequentie. Vul de start- en stoppositie en de snelheid tijdens het borstelen in. Stel de sequentie in. Pagina Berekeningen In dit schermbeeld kunt u het vermogensverbruik van de machine afl ezen. Dit is bestemd voor servicepersoneel. Pagina Diversen •...
  • Pagina 73 Bedieningshandleiding Bijvuloverzicht Pagina over het vullen. Alleen als Voeren in groepen is geselecteerd. Dit is bestemd voor servicepersoneel Pagina 3 Voederinformatie Informatie over wat er op elke gang wordt gevoerd. Pagina 4 Bijvullen Het vullen instellen. (Als Voeren in groepen niet is geselecteerd) Pagina...
  • Pagina 74 Bedieningshandleiding Bijvulbronnen (A) Vul het type ruwvoer en krachtvoer in. (B) De resterende hoeveelheid op de transportband na geleverd gewicht. Pagina Reservoirinstellingen Hier kunt u de vulgegevens preciseren. U kunt instellen hoe vaak de fotocel moet knipperen voor het vullen van de wagen. (De fotocel in de linkerdeur, van achteren gezien).
  • Pagina 75 Bedieningshandleiding Volgende type baal selecteren Als u dit wilt gebruiken, zal de wagen automatisch de parameter wijzigen. Volgens de positie van de balen. De parameter wordt bij de baalgegevens afgesteld. De wagen gaat altijd terug nadat 8 balen zijn uitgevoerd. Pagina Droge massa ruwvoer Vul hier het actuele drogestofgehalte van de...
  • Pagina 76: Draadloze Regeling Gebruiken (Router)

    De machine zoekt nu de router op. • Download Team Viewer op de pc. (Op de geheugenstick of internet.) Dan kan TKS of iemand anders toegang tot de machine krijgen. De K2 Feed Robot is nu klaar om vanaf de pc te worden geprogrammeerd.
  • Pagina 77: Onderhoud/Inspectie En Storingzoeken

    Bedieningshandleiding 4 Onderhoud/inspectie en storingzoeken Haal de stekker altijd eerst uit het stopcontact voordat u inspectie-, onderhouds-, of reparatiewerkzaamheden aan de machine uitvoert. Algemene informatie: De apparatuur wordt in een veeleisende en agressieve omgeving gebruikt. Dat heeft invloed op de levensduur van de wagen en de apparatuur in het algemeen.
  • Pagina 78: Olieverversing Wormen

    Bedieningshandleiding 4.1 Smering Component / plaats Aantal Werkzaamheden Bedrijfsuren Smering 10 h Smering van lager op bedrijfszijde transportband Smering 10 h Smering van lager op achterzijde transportband 3 Smering van trommellager Smering 10 h 4 Druppelsmering van trommelketting Smering 10 h 5 Druppelsmering van de ketting van de Smering 10 h...
  • Pagina 79: De Transportband Strak Trekken

    Bedieningshandleiding 4.2 De transportband strak trekken Het is belangrijk dat de transportband strak blijft. Dit moet regelmatig worden gecontroleerd. U kunt de band strak trekken door de afstelschroef aan de achterkant van de machine te draaien. Zie Fig. 81 Let op! Het is belangrijk dat de afstelschroef al na slechts 1-2 balen/gesneden balen opnieuw wordt aangehaald, vanwege vernis, etc.
  • Pagina 80: Serviceschema Voor K2 Feedrobot

    Bedieningshandleiding 4.3 Serviceschema voor K2 FeedRobot Voorafgaand aan een controle of bij aan de machine gerelateerde werkzaamheden, moet u de volgende voorzorgsmaatregelen in acht nemen. • Schakel de hoofdspanning uit met behulp van de hoofdschakelaar op de machine. • Let op de richting. •...
  • Pagina 81 Bedieningshandleiding **2 Span de transportband aan. Aandrijfkant transportband Controleer de uitlijning van de K2 – kettingslot ¾” • G50004 transportband. Span beide kanten gelijk aan. De band is goed K2 – ketting ¾” • 921483 aangespannen als u de hele ketting onder de machine kunt zien.
  • Pagina 82 Bedieningshandleiding NB! Bij ophanging aan 1 rail moet u K2 – ketting • 921501 Plafondrail: controleren of de veiligheidskettingen K2 – kettingslot • 921502 (loopkatten) op hun plek zitten om ongelukken te voorkomen bij afbreken van de draagbout. **1 Span en smeer de ketting. Bij slijtage vervangen.
  • Pagina 83 **3 Controleer de koperstrips van de Stroom- stroomgeleiderail. Als deze zijn geleiderail: gecorrodeerd, kunt u bij TKS een schoonmaaktrolley huren. **4 Controleer eventueel of de warmtekabel door de schoonmaaktrolley wordt beïnvloed. Controleer of de warmtekabel werkt.
  • Pagina 84: Storingzoeken K2 Feedrobot

    Bedieningshandleiding Het gewicht mag geen minimale waarden aangeven. Dan wordt het voerresultaat beïnvloed. Indien nodig moet het gewicht opnieuw worden gekalibreerd. Zie het hoofdstuk in het instructieboek over het kalibreren van gewichten. **1 Maak plexiglas vrij van stof en vuil, Fotocellen: test de werking en stel indien nodig af.
  • Pagina 85 Bedieningshandleiding • Ingangsignaal voor bedrijf • Het overbelastingsrelais In de display hakselaaraggregaat ontbreekt. (beveiliging) van de softstarter verschijnt Ingangsmodule –A1.1 lichtdiode of het op de magneetschakelaar ‘Motorstoring’, aangesloten overbelastingsrelais • Zie apart hoofdstuk over (beveiliging) is geactiveerd door hakselaar- • ”Storingzoeken softstarter” overbelasting of doordat de aggregaat pagina 96 of start...
  • Pagina 86 Bedieningshandleiding • Ingangsignaal voor • Overbelastingsrelais –Q3 is door In de display ”Bedrijf zijdispenser” en/of overbelasting geactiveerd. verschijnt ”Storing zijdispenser” ontbreekt. Corrigeer de oorzaak van de ‘Motorstoring’, Ingangsmodule –A1.1 lichtdiode overbelasting.Controleer de rotatie storing bij 4 en 5 van de band van de zijdispenser zijdispenser.
  • Pagina 87 Bedieningshandleiding • Storing van aangevoerde • Controleer de voeding. Controleer De wagen spanning/fasestoring bij gebruik van een stopt en ”hangt” stroomgeleiderail de onder contactverbindingen tussen de voersequentie stroomafnemer en stroomgeleiderail. • Druk de stopknop in, schakel de voeding uit en weer in en reset de stopknop.
  • Pagina 88 Bedieningshandleiding • Overbrenging van externe 24 V • Controleer de overbrenging van De wagen stopt DC-signalen ontbreekt. zender (borstels) naar ontvanger in de positie (koperrails). Reinig eventueel de voor vullen met contactoppervlakken met een ge- krachtvoer, maar schikt reinigingsmiddel. NB! Rein- het vullen begint iging moet altijd gebeuren met de niet.
  • Pagina 89 Bedieningshandleiding • Storing bij instellingen. Afstelling • Controleer de instellingen van Afstelling van uitgeschakeld. afstelling transportband. snelheid • Storing bij analoog signaal • Controleer analoog signaal van –P1 transportband (0-10 V) (Power transduser) uitgang 1 en 2 werkt niet: (0-10 VDC). Uit te voeren door bevoegd personeel •...
  • Pagina 90: Storingzoeken Frequentieomvormer

    Bedieningshandleiding 4.5 Storingzoeken frequentieomvormer De frequentieomvormer start niet, er verschijnt geen foutmelding • Controleer de netspanning naar de frequentieomvormer als de display niet brandt. • Als de functie Snelstop of Vrije uitloop aan een van de logische ingangen is toebedeeld en niet weer is geactiveerd, kan dat de reden zijn dat de frequentieomvormer niet start.
  • Pagina 91 Bedieningshandleiding Storingtype Mogelijke storingsoorzaken Procedure voor storingoplossing • Het stroomniveau voor vrijgave • Controleer de aansluiting op de van de rem is niet gehaald frequentieomvormer/motor. Storing in • Het frequentieniveau voor • Controleer de motorwikkelingen rembesturing • vrijgave van de rem is niet •...
  • Pagina 92 Bedieningshandleiding • Speciale motor of motor met een • Gebruik spannings-/frequentie- Storing in vermogen dat niet bij de relatie L of P automatische frequentieomvormer past. • Controleer of de motor werkt tijdens • Motor niet aangesloten op de de automatische tuning. tuning omvormer.
  • Pagina 93 Bedieningshandleiding • Onderbreking in een van de • Controleer de aansluitingen van Onderbreking in motorfasen frequentieomvormer naar motor. een of meer • De motormagneetschakelaar ligt • Als u een magneetschakelaar open gebruikt tussen de omvormer en motorfasen • Motor niet aangesloten of de motor, moet u OPL naar OAC motorvermogen te laag (Flt-menu) zetten...
  • Pagina 94 Bedieningshandleiding Storingen die worden gereset direct nadat de storingsoorzaak is verholpen Mogelijke storingsoorzaken Storingtype Procedure voor storingoplossing • De actuele confi guratie is • Ga terug naar de tegenstrijdig fabrieksinstellingen of haal de Confi guratiefout back-upconfi guratie • op als deze geldig is. Zie parameter in FCS in het l-O-, CtL- of FUn- menu.
  • Pagina 95: Storingzoeken Softstarter

    Bedieningshandleiding 4.6 Storingzoeken softstarter Storingtype Mogelijke storingsoorzaken Procedure voor storingoplossing Starten van • De lichtdiode is uit. • Controleer of er stuurspanning softstarter naar de softstarter is. mislukt nadat het • Controleer of de startvoorwaarde startcommando voor de softstarter is geactiveerd. is gegeven •...
  • Pagina 96: Instelling/Kalibratie Van De Weegcelversterker (Geldig Tot Serienummer -360)

    Bedieningshandleiding 4.7 Instelling/kalibratie van de weegcelversterker (Geldig tot serienummer -360) Het volgende moet worden gemeten om juiste aansluiting te controleren: Input naar versterker Tussen klem 12 en 11 moet 24 V zitten Excitatiespanning De weegcellen moeten worden voorzien van 4 V. Tussen klem 1 en 5 moet 4 V zitten Signaal van weegcel De weegcellen geven een signaal af van ca.
  • Pagina 97 Bedieningshandleiding Parameter Wat te doen? Instellen op Bepaal hoeveel metingen er in het fi lter gebruikt moeten worden. Een overstuurfunctie waarmee het fi lter kan springen als de waarde een bepaalde grens overschrijdt. Hoeveel weegcellen heeft de wagen? Capaciteit in elke cel. Lees de weegcel af. 1000/2500 Welk type analoog signaal is gewenst? Deze PLB gebruikt 0-10 V...
  • Pagina 98: Weegcelversterker Instellen (Geldig Vanaf Serienummer 361-)

    Bedieningshandleiding 4.8 Weegcelversterker instellen (Geldig vanaf serienummer 361-) Bevestig alle instellingen door beide knoppen tegelijk in te drukken. Op nul instellen door alle dipswitches omhoog te zetten en beide knoppen tegelijk in te drukken. Zet ze allemaal naar beneden, behalve nr. 8 Voor namontage moeten de gaten in de boom worden uitgeboord tot 30 mm Geleider vanuit verdeeldoos naar weegcelversterker wordt Geleider vanuit verdeeldoos en weegcelversterker wordt...
  • Pagina 99 Bedieningshandleiding Parameter Wat te doen? Instellen op Bepaal hoeveel metingen er in het fi lter gebruikt moeten worden. Een overstuurfunctie waarmee het fi lter kan springen als de waarde een bepaalde grens overschrijdt. Hoeveel weegcellen heeft de wagen? Capaciteit in elke cel. Lees de weegcel af. 2500 Welk type analoog signaal is gewenst? Deze PLB gebruikt 0-10 V...
  • Pagina 100: Storingzoeken Met Behulp Van Codelichten En Pls. Prog. 5.Xx

    Bedieningshandleiding 4.9 Storingzoeken met behulp van codelichten en PLS. Prog. 5.xx Als de diodes branden is alles OK Ingangsmodule Ingangsmodule Uitgangsmodule Analoge module in/uit Analoge in-/uitgang A1.1 A1.2 A1.3 A1.4 A1.5 Fig. 85 Lamp Lamp Lamp Lamp Lamp A1.1 A1.2 A1.3 A1.4 A1.5...
  • Pagina 101 Bedieningshandleiding A1.1 A1.2 A1.3 A1.4 A1.5 Start krachtvoerschroef 2 Start krachtvoerschroef 3 Puls krachtvoerschroef 1 Puls krachtvoerschroef 2 Puls krachtvoerschroef 3 Krachtvoertank 1 vol Krachtvoertank 1 leeg Krachtvoertank 2 vol Krachtvoertank 2 leeg Krachtvoertank 3 vol Krachtvoertank 3 leeg Nul positiesensor 2 Signaalsterkte 1 radio Signaalsterkte 2 radio Uitgangkiezer 1...
  • Pagina 102: Installatieschema

    Bedieningshandleiding 5 Installatieschema 5.1 Installatieschema voor stroomvoorziening en regelstroom 5.xx /10.02 / 24VDC_Kraftforskrue /10.02 / 0VDC_Kraftforskrue /7.02 / KN1_L1 /7.02 / KN1_L2 /5.02 / +24Vdc /5.02 / 0Vdc /5.02 / L1 /5.02 / L2 /5.02 / L3...
  • Pagina 103: Installatieschema Voor Hakselaaraggregaat 5.Xx

    Bedieningshandleiding 5.2 Installatieschema voor hakselaaraggregaat 5.xx...
  • Pagina 104: Installatieschema Voor Zijdispenser 5.Xx

    Bedieningshandleiding 5.3 Installatieschema voor zijdispenser 5.xx...
  • Pagina 105: Installatieschema Voor Transportband 5.Xx

    Bedieningshandleiding 5.4 Installatieschema voor transportband 5.xx...
  • Pagina 106: Installatieschema Voor Bedrijf Vooruit/Achteruit 5.Xx

    Bedieningshandleiding 5.5 Installatieschema voor bedrijf vooruit/achteruit 5.xx...
  • Pagina 107: Installatieschema Voor Plafondrail 5.Xx

    Bedieningshandleiding 5.6 Installatieschema voor plafondrail 5.xx...
  • Pagina 108: Installatieschema Voor Krachtvoerschroef

    Bedieningshandleiding 5.7 Installatieschema voor krachtvoerschroef 5.xx...
  • Pagina 109 Bedieningshandleiding 5.8 Installatieschema voor krachtvoerschroef 5.xx...
  • Pagina 110: Installatieschema Plb-Module 5.Xx

    Bedieningshandleiding 5.9 Installatieschema PLB-module 5.xx Åpen når tablå er tilkoblet Lasket i "dummy" plugg...
  • Pagina 111: Installatieschema Voor Digitale I/O-Ingangen 5.Xx

    Bedieningshandleiding 5.10 Installatieschema voor digitale I/O-ingangen 5.xx...
  • Pagina 112: Installatieschema Voor Digitale I/O, Ingangen 5.Xx

    Bedieningshandleiding 5.11 Installatieschema voor digitale I/O, ingangen 5.xx...
  • Pagina 113 Bedieningshandleiding 5.12 Installatieschema voor digitale I/O, ingangen 5.xx...
  • Pagina 114: Installatieschema Voor Digitale I/O, Ingangen 5.Xx

    Bedieningshandleiding 5.13 Installatieschema voor digitale I/O, ingangen 5.xx...
  • Pagina 115: Installatieschema Voor Digitale I/O, Ingangen 5.Xx

    Bedieningshandleiding 5.13 Installatieschema voor digitale I/O, ingangen 5.xx...
  • Pagina 116: Installatieschema Voor Weegcel 5.Xx

    Bedieningshandleiding 5.14 Installatieschema voor weegcel 5.xx...
  • Pagina 117: Installatieschema Voor Analoge I/O, Leeg 5.Xx

    Bedieningshandleiding 5.15 Installatieschema voor analoge I/O, leeg 5.xx...
  • Pagina 118: Installatieschema - Weegschaal Met Weegcelversterker

    Bedieningshandleiding 5.16 Installatieschema - weegschaal met weegcelversterker Geleiders worden als volgt op de weegcelversterker aangesloten Kleuren van de geleiders van aansluitklem naar weegcelversterker. 1 op 12, = 24V 1 is geel 2 op 11, = 0V 2 is wit 3 op 10, = Meet de uitgaansspanning 3 is groen 4 op 8, = 0v 4 niet in gebruik...
  • Pagina 119: Installatieschema - Bedieningspaneel Radiografi Sche Zender

    Bedieningshandleiding 5.17 Installatieschema - bedieningspaneel radiografi sche zender Het installatieschema wordt gebruikt voor externe start van vulstations. • Feed Hopper, krachtvoer, voermengwagen etc. Instructies voor radiografi sche aansluiting: • Loops 13 en 1 van de radiografi sche zender, gele doos. •...
  • Pagina 120 Bedieningshandleiding Installatieschema radiografi sche zender P10SV1-24 (geel) Aansluitklem radiografi sche zender Functie Verklaring plug 25/geleider +24 VDC Aarde 3, loops met 2 COM (0 V) Gemeenschappelijk Ruwvoer 1 Ruwvoer 2 Ruwvoer 3 Ruwvoer 4 Ruwvoer 5 Ruwvoer 6 Ruwvoer 7 Ruwvoer 8 12, loops met 1 Activering radio...
  • Pagina 121: Aansluiten Van P10Sv2-24: Uitgebreid

    Bedieningshandleiding 5.18 Aansluiten van P10SV2-24: Uitgebreid Radiografi sch, tot 13 voersoorten Nr.: Functie: Verklaring: +24 VDC Aarde COM (0 V)* Gemeenschappelijk voor alle ingangen Bit 1 (MSB) Bit 2 Bit 3 Bit 4 Bit 5 (LSB) Niveau-ingang Activering van radio Connect (alleen voor aanmelding) Signaalsterkte bit 0 (geeft 24 V af) Signaalsterkte bit 1 (geeft 24 V af)
  • Pagina 122 Bedieningshandleiding...
  • Pagina 123: Kwaliteitscontrole

    Hierbij wordt bevestigd dat de gebruiksaanwijzing is gevolgd en doorgenomen De training wordt door de gebruikers en eigenaren goedgekeurd Handtekening eigenaren en gebruikers: Vertegenwoordiger leverancier: ____________________________________ _____________________________________ ____________________________________ _____________________________________ De garantiebepalingen van TKS gelden alleen als de kwaliteitscontrole aantoonbaar is uitgevoerd. Stuur een kopie naar TKS en de verkoper.
  • Pagina 124 Bedieningshandleiding...
  • Pagina 125 Hierbij wordt bevestigd dat de gebruiksaanwijzing is gevolgd en doorgenomen De training wordt door de gebruikers en eigenaren goedgekeurd Handtekening eigenaren en gebruikers: Vertegenwoordiger leverancier: ____________________________________ _____________________________________ ____________________________________ _____________________________________ De garantiebepalingen van TKS gelden alleen als de kwaliteitscontrole aantoonbaar is uitgevoerd. Stuur een kopie naar TKS en de verkoper.
  • Pagina 126 Bedieningshandleiding...
  • Pagina 127 Hierbij wordt bevestigd dat de gebruiksaanwijzing is gevolgd en doorgenomen De training wordt door de gebruikers en eigenaren goedgekeurd Handtekening eigenaren en gebruikers: Vertegenwoordiger leverancier: ____________________________________ _____________________________________ ____________________________________ _____________________________________ De garantiebepalingen van TKS gelden alleen als de kwaliteitscontrole aantoonbaar is uitgevoerd. Stuur een kopie naar TKS en de verkoper.
  • Pagina 128 Bedieningshandleiding...
  • Pagina 129: Aantekeningen

    Bedieningshandleiding Aantekeningen...
  • Pagina 130 Bedieningshandleiding TKS is a family owned company with a strong brand name. We are providing our customers with a unique and complete range of high quality products. www.tks-as.no T. Kverneland & Sønner AS, Kvernelandsvegen 100 N-4355 Kvernaland Norway e-post : post@tks-as.no...

Inhoudsopgave