Montage en installatie
NL
6.1.2 Omgevingsafhankelijke inbouwvoorwaarden
NL
Bij blootstelling aan weersinvloeden kan het explosieveilige apparaat worden voorzien van
NL
een beschermingsdak of -wand.
Explosiebeveiligde, elektrische bedrijfsmiddelen met een klimaat- en ontwateringsplug
NL
uitrusten om het vacuümeffect te vermijden. Let daarbij op de juiste inbouwpositie,
NL
zie ook hoofdstuk 6.1.1.
Vermijd koudebruggen (gevaar voor condensaatvorming). Plaats de behuizing eventueel
NL
op afstand, om het vormen van condenswater in de behuizing tot een minimum te
NL
beperken.
NL
6.2
Installatie
NL
Apparaat zorgvuldig en uitsluitend met inachtneming van de veiligheidsinstructies
NL
(zie hoofdstuk "Veiligheid") installeren.
NL
De hierna genoemde installatiestappen met grote nauwkeurigheid uitvoeren.
NL
Bij bedrijf onder moeilijkere omstandigheden, zoals bijvoorbeeld op schepen of bij
sterke blootstelling aan zonlicht, moeten aanvullende maatregelen worden genomen
NL
voor een correcte installatie, al naar gelang de gebruikslocatie. Overige informatie en
NL
aanwijzingen hierover kunt u op aanvraag verkrijgen van uw verantwoordelijke
NL
verkoopcontact.
NL
GEVAAR! Explosie door sterke opwarming binnenin de behuizing!
NL
Niet-inachtneming leidt tot ernstig of dodelijk letsel.
NL
Afstanden volgens de normen van Ex e stroomcircuits tot Ex i stroomcircuits
NL
Geschikte geleiders selecteren, die een toelaatbare opwarming binnenin de
NL
Let op de voorgeschreven diameters.
NL
Adereindhulzen deskundig aanbrengen.
NL
NL
De noodzakelijke technische details/gegevens van de elektrische installatie vindt u in de
volgende documenten:
NL
Hoofdstuk "Technische gegevens" in deze bedieningshandleiding
NL
Documentatie en databladen van de klemmenfabrikant
Documentatie en databladen van de ingebouwde apparaten (bijv. voor informatie
over potentiaalvereffening, potentiaal-aarde en intrinsiekveilige stroomcircuits)
6.2.1 Geleideraansluiting
Geschikte geleiders selecteren, die een toelaatbare opwarming binnenin de behuizing niet
overschrijden.
Let op de voorgeschreven diameters van de geleiders.
Aderisolatie tot aan de klemmen laten doorlopen
(striplengte zie "Technische gegevens").
Bij het strippen de ader niet beschadigen (bijv. door inkerving).
Adereindhulzen met geschikt gereedschap aanbrengen.
In geval van een maximale uitrusting met klemmen en stroomvoerende geleiders en
maximale stroombelasting: Zorg ervoor dat de lengte van een geleider van de koppeling
tot de klempositie de lengte van de behuizingsdiagonaal niet overschrijdt.
18
Klemmenkast
Serie 8150/1, Serie 8150/2
waarborgen (EN IEC 60079-11).
behuizing niet overschrijden.
260616 / 815060300380
2020-05-08·BA00·III·nl·07