Koppeling van functieknoppen A1 en A2 aan de eerste ontvanger
1. Schakel uw zender in.
2. De ontvanger moet uitgeschakeld zijn.
3. Houd de rode punt van de zender tegen de rode punt van de ontvanger,
gedurende 5 seconden. Er gaat een rood indicatielampje branden, vervolgens ook
een groen indicatielampje.
4. Na verloop van 5 seconden knipperen de beide indicatielampjes 3 keer
tegelijkertijd. Vervolgens knipperen het groene en het rode indicatielampje
afwisselend.
5. Druk drukknop A1 of A2 in.
6. Wanneer de koppeling gelukt is, laat de ontvanger een lange pieptoon horen.
Koppeling van functieknoppen B1 en B2 aan de tweede ontvanger
Ga te werk op dezelfde manier als in het voorgaande hoofdstuk, druk alleen bij punt
5 van deze werkwijze op functieknop B1 of B2.
Als u de zender voor het trainen van slechts één hond wilt gebruiken, kunnen alle
functieknoppen (A1/A2/B1/B2) aan één ontvanger gekoppeld worden. Deze functie
kan ook gebruikt worden t.b.v. professionele trainingen, waarbij aan één ontvanger
twee verschillende zenders gekoppeld kunnen worden.
Koppeling van de functieknoppen B1/B2 (of van een tweede zender) aan een
ontvanger waar functieknoppen A1/A2 al aan gekoppeld zijn
1. Schakel uw zender in.
2. De ontvanger moet uitgeschakeld zijn.
3. Houd de rode punt van de zender tegen de rode punt van de ontvanger,
gedurende 5 seconden. Er gaat een groen indicatielampje branden, vervolgens
ook een rood indicatielampje.
4. Na verloop van 5 seconden knipperen de beide indicatielampjes 3 keer
tegelijkertijd. Vervolgens knipperen het groene en het rode indicatielampje
afwisselend.
5. Druk drukknop B1 of B2 in (of willekeurig welke functieknop van de tweede
zender).
6. Wanneer de koppeling gelukt is, laat de ontvanger een lange pieptoon horen.
Waarschuwing: Als u de ontvanger vanuit uitgeschakelde stand opnieuw
koppelt (zie hoofdstuk 7.4 Koppeling van functieknoppen A1 en A2 aan de
eerste ontvanger) leidt dit automatisch tot ontkoppeling van het apparaat dat
in ingeschakelde toestand gekoppeld werd (dit wordt meestal gebruikt voor het
van uw ontvanger loskoppelen van de zender van een trainer, na afloop van een
training).
7.5 Keuze van contactpunten
De RVS contactpunten zorgen voor de overdracht van de stimulerende impulsen
aan de huid van de hond. Iedere verpakking bevat twee soorten contactpunten. Als
uw hond een korte vacht heeft, maak dan gebruik van de korte contactpunten - 12
mm. Heeft uw hond een lange of dichte vacht, kies dan voor de langere punten -
17 mm. Schroef de contactpunten op de schroeven van de ontvanger (zie de
84