Temperatuur- en deuralarm
Het toestel is voorzien van een waar-
schuwingssysteem, zodat de tempera-
tuur in het toestel niet ongemerkt kan
stijgen en om energieverlies te ver-
mijden als de deur open blijft staan.
Waarschuwingssysteem in-
schakelen
Het waarschuwingssysteem is altijd au-
tomatisch actief. Het moet niet afzon-
derlijk worden ingeschakeld.
Temperatuuralarm
Als de temperatuur te warm wordt,
knippert op het bedieningspaneel de
sensortoets voor het temperatuur-/deur-
alarm.
Er weerklinkt een waarschuwingssig-
naal.
Het temperatuurdisplay geeft de hoog-
ste temperatuur weer die werd bereikt.
Het geluidssignaal en het visuele sig-
naal worden bijvoorbeeld weergegeven
– als bij het herschikken en uitnemen
van ingevroren levensmiddelen te
veel warme kamerlucht binnen-
stroomt.
– als u een grote hoeveelheid levens-
middelen invriest.
– na een stroomonderbreking.
Zodra de alarmtoestand beëindigd is,
stopt het waarschuwingssignaal en
gaat de sensortoets voor het
temperatuur-/deuralarm uit.
26
Temperatuuralarm vroeger uit-
schakelen
Als het waarschuwingssignaal u stoort,
kunt u het vroeger uitschakelen.
^ Raak de sensortoets voor het
temperatuur-/deuralarm aan.
Het waarschuwingssignaal wordt uit-
geschakeld.
De sensortoets voor het temperatuur-
/deuralarm blijft branden tot de
alarmtoestand beëindigd is.
Als de temperatuur in de vrieszone
gedurende lange tijd warmer is dan
-18 °C, gaat u na of de ingevroren
levensmiddelen gedeeltelijk of volle-
dig ontdooid zijn. Als dat het geval
is, dient u deze levensmiddelen zo
snel mogelijk te verbruiken!