114
Externe apparaten
Externe apparaten
Algemene informatie .................. 114
Audio afspelen ........................... 116
Afbeeldingen weergeven ........... 118
Films afspelen ............................ 119
Smartphone-applicaties
gebruiken ................................... 120
Algemene informatie
De AUX- en USB-aansluiting voor ex‐
terne apparaten bevindt zich op de
middenconsole.
Aan de achterkant van de midden‐
console bevinden zich twee USB-
aansluitingen die speciaal zijn be‐
stemd voor oplaadapparaten.
Let op
Houd de aansluitingen altijd schoon
en droog.
AUX-ingang
U kunt bijvoorbeeld een iPod of een
ander randapparaat met een 3,5 mm
stekker op de AUX-ingang aanslui‐
ten.
Na het aansluiten op de AUX-ingang
wordt het audiosignaal van het rand‐
apparaat via de luidsprekers van het
infotainmentsysteem verzonden.
Het volume en de geluidsinstellingen
kunnen via het infotainmentsysteem
worden aangepast. Alle andere be‐
dieningsfuncties werken via het rand‐
apparaat zelf.
Een apparaat aansluiten
Gebruik een 3-polige connector voor
audio en een 4-polige connector voor
video om het randapparaat op de
AUX-ingang van het infotainmentsys‐
teem aan te sluiten.
Sluit het AUX-apparaat aan op de
AUX-poort.
USB-poort
Op de USB-poort kunt u een mp3-
speler, USB-drive, SD Card (via USB-
aansluiting/adapter), iPod of smart‐
phone aansluiten.
Er kunnen maximaal twee USB-ap‐
paraten tegelijk op het infotainment‐
systeem aangesloten zijn.
Het infotainmentsysteem kan audio‐
bestanden afspelen, afbeeldingsbe‐
standen weergegeven of filmbestan‐
den afspelen vanaf USB-opslagappa‐
raten.
Na het aansluiten op de USB-poort
werken diverse functies van het bo‐
venvermelde apparaat via de knop‐
pen en menu's van het infotainment‐
systeem.