Grenswaardefunctie (Limit)
Grenswaarden kunnen via de Limit-functie worden ingevoerd.
Ze kunnen voor, tijdens en na een meetreeks worden ingevoerd.
1. Open het menu Limit.
2. Open het submenu Limit setting.
ð Kies met de toetsen
grenswaarde bij High limit en de onderste grenswaarde
bij Low limit.
3. Voor het wissen van de grenswaarde, het submenu Delete
limit openen en de instelling bevestigen.
Elke meetwaarde die buiten de vastgelegde tolerantiegrenzen
ligt, wordt als volgt gesignaleerd op het display:
• H: Meetwaarde ligt boven de bovenste grenswaarde.
• L: Meetwaarde ligt onder de onderste grenswaarde.
Meetwaarden wissen
U kunt bepaalde meetwaarden of de gehele meetreeks wissen:
• Current Data
Wist de laatste meetwaarde.
• All Data
Alle gegevens kunnen in de betreffende bedrijfsmodus
worden gewist.
• Group Data
Omvat de optie voor het wissen van alle gegevens.
Bovendien worden de grenswaarden, evenals de
eenpunts- en tweepunts-kalibratiewaarden gewist.
1. Open het menu Delete.
2. Kies de meetwaarden die u wilt wissen.
Menuwaarde-overzicht
Voor het bekijken van alle meetwaarden van de betreffende
groepen, het menu Measure view openen.
10
(3) en
(8) de bovenste
laagdiktemeetapparaat BB20
Kalibratiemodus
Vóór elke meting een kalibratie uitvoeren.
U kunt de kalibratie bijv. op een onbehandelde, resp. een plaats
zonder afwerklaag op het te controleren object uitvoeren of
hiervoor de meegeleverde set gebruiken.
Info
Houd er graag rekening mee dat het gaat om een
nauwkeurig meetapparaat, waarmee al laagdikten
binnen een bereik van enkele micrometers kunnen
worden gemeten (1 µm komt overeen met één
duizendste millimeter).
De oppervlaktegesteldheid van de meeste
meetobjecten is nooit absoluut vlak en gelijkmatig, ook
al ziet het er voor het menselijk oog zo uit. Bekeken
onder de microscoop lijkt zelfs het gladste oppervlak
op een berglandschap. Al de kleinste krassen,
gietgallen of zelfs verontreinigingen kunnen daarom
een negatief effect hebben op het te verwachten
meetresultaat, omdat ze door het meetapparaat meer
of minder duidelijk worden "meegemeten". Dit
beïnvloed de nauwkeurigheid van het apparaat zelf
niet. Niet verwachte meetafwijkingen van enkele
micrometers, zelfs na een kalibratie, moeten echter in
samenhang hiermee worden gezien.
Behandel daarom de meegeleverde kalibratie-
accessoires zo voorzichtig mogelijk, om krassen en
verontreinigingen op de oppervlakken hiervan zoveel
mogelijk te voorkomen.
1. Open het menu Kalibratie.
2. Kies Enable.
ð U komt automatisch weer bij het menu Calibration.
3. Druk op de toets Blauw (2), om weer bij het startscherm te
komen. Daar wordt de kalibratie uitgevoerd.
ð Op het display verschijnt de volgende indicatie:
cal zero: Er zijn geen eenpunts- of tweepunts-
kalibraties aanwezig.
cal 1 of cal 2: Er is een eenpunts-, resp. tweepunts-
kalibratie aanwezig.
zero y: Er is een nulpuntkalibratie aanwezig.
NL