Beelden weergeven
Geeft de vastgelegde beelden weer.
1. Druk op de
2. Selecteer het beeld met het besturingswiel.
Hint
U kunt het beeld roteren door op de Fn (functie)-knop te drukken. Druk op de Fn (functie)-
knop en vervolgens op de middenknop om het beeld linksom te roteren. Het beeld roteert
elke keer wanneer u op het midden drukt. Nadat u een beeld hebt geroteerd, blijft het
geroteerde zelfs nadat het apparaat is uitgeschakeld.
Dit apparaat maakt een beelddatabasebestand aan op een geheugenkaart voor het
opnemen en weergeven van beelden. Een beeld dat niet is geregistreerd in het
beelddatabasebestand wordt mogelijk niet goed weergegeven. Om beelden weer te
geven die zijn opgenomen op andere apparaten, registreert u die beelden in het
beelddatabasebestand via MENU → [Instellingen] → [Beeld-DB herstellen].
Opmerking
U kunt bewegende beelden niet draaien.
Beelden die met andere apparaten zijn opgenomen, kunnen mogelijk niet worden
gedraaid.
Wanneer gedraaide beelden op een computer worden weergegeven, worden ze mogelijk
weergegeven in hun oorspronkelijke richting, afhankelijk van de software.
[116] Hoe te gebruiken
Weergavezoom
U kunt het beeld dat wordt weergegeven vergroten.
1. Geef het beeld weer dat u wilt vergroten en duw daarna de W/T-(zoom)knop naar de T-
kant.
Duw de W/T-(zoom)knop naar de W-kant om de zoomvergroting in te stellen.
2. Selecteer het gedeelte dat u wilt vergroten door op de boven-/onder-/rechter-/linkerkant
van het besturingswiel te drukken.
3. Druk op de MENU-knop of op het midden van het besturingswiel om de weergavezoom
(Weergave)-knop als u naar de weergavestand wilt overschakelen.
Weergeven
Stilstaande beelden weergeven