3. Verwijder de vul-/controleplug en controleer het
oliepeil. Het oliepeil moet tot aan de opening staan.
Als het vloeistofpeil te laag is, moet u bijvullen met
Mobil 424 hydraulische olie.
4. Monteer de vul-/controleplug.
Torsie van wielmoeren
controleren
Onderhoudsinterval: Na de eerste 2 bedrijfsuren
Na de eerste 10 bedrijfsuren
Om de 200 bedrijfsuren
WAARSCHUWING
Indien de wielmoeren niet steeds zijn aangedraaid
met de correcte torsie, kan dit leiden tot defecten
of verlies van het wiel, waardoor lichamelijk letsel
kan worden veroorzaakt.
De torsie van de moeren van de voorwielen en
achterwielen moet 109 tot 122 Nm bedragen. Haal
de moeren aan na 1 tot 4 bedrijfsuren en nog eens
na 10 bedrijfsuren. Haal de moeren daarna om de
200 bedrijfsuur aan.
Bandenspanning controleren
Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dagelijks
De maximale luchtdruk in de voorbanden is 220 kPa en in de
achterbanden 124 kPa.
Controleer de bandenspanning regelmatig. Als de banden niet
op de juiste spanning zijn, zullen deze vroegtijdig slijten.
Figuur 19 toont een voorbeeld van slijtage aan een band
veroorzaakt door een te lage bandenspanning.
Figuur 19
1. Te lage bandenspanning
Figuur 20 toont een voorbeeld van slijtage aan een band
veroorzaakt door een te hoge bandenspanning.
1. Te hoge bandenspanning
Remvloeistofpeil controleren
Onderhoudsinterval: Bij elk gebruik of dage-
lijks—Remvloeistofpeil controleren.
Om de 1000 bedrijfsuren/Om de 2 jaar (houd hierbij
de kortste periode aan)—Remvloeistof verversen.
Het reservoir voor de remvloeistof is in de fabriek gevuld
met DOT 3 remvloeistof. U moet echter het peil controleren
voordat u de motor voor de eerste keer start en daarna om de
8 bedrijfsuren, of dagelijks.
Het remvloeistofreservoir bevindt zich onder het dashboard.
1. Parkeer de machine op een horizontaal oppervlak.
2. Het vloeistofpeil moet tot aan de Vol-streep op het
reservoir staan (Figuur 21).
1. Reservoir voor remvloeistof
3. Als het vloeistofpeil te laag is, moet u de omgeving van
de dop reinigen, de dop verwijderen en het reservoir
vullen tot het correcte niveau. Niet te vol vullen.
Opmerking: Het reservoir bevindt zich aan de voorzijde
van de machine, onder de motorkap (Figuur 22).
24
Figuur 20
Figuur 21