Begeleidend gas (concentratie 100 vol.%)
water
waterstof
Aangezien de nulpuntafwijkingen zich lineair gedragen, kan ook eenvoudig naar lagere
dwarsgasconcentraties worden omgerekend.
Bij dwarsgassen met vrijwel constante concentratie kan een dwarsgascorrectie met constante
nulpuntverschuiving worden uitgevoerd in het te meten gas. Als tijdens de zuurstofmeting de
concentratie aan begeleidende gassen verandert, moet een variabele dwarsgascorrectie
worden uitgevoerd. Voor elk dwarsgas met noemenswaardige nulpuntafwijking is dan een
externe concentratiebepaling noodzakelijk. Het resultaat hiervan wordt als
dwarsgasconcentratie in de analysemodule OXYMAT 7 gebracht en de correctiewaarde wordt
continu berekend.
Informatie over de dwarsgascorrectie vindt u in de volgende bedieningshandboeken:
• Bedienen met de Local User Interface →Tabel A-2 Literatuur 1 - bedieningshandboeken LUI
(Pagina 86)
• Bedienen met SIMATIC PDM →Tabel A-3 Literatuur 2 - bedieningshandboeken PDM
(Pagina 86)
8.3.3
Invoer referentiegas
Opmerking
Kwaliteit van het referentiegas
Het gebruik van verontreinigd referentiegas kan ertoe leiden, dat de referentiegassmoorspoel
(capillaire buis) zich afsluit. Het apparaat kan dan niet meer meten.
Gebruik daarom referentiegas met zo weinig mogelijk stof (partikelgrootte < 10 μm).
• Leid het referentiegas altijd voor begin van de metingen in het apparaat.
• Ook bij tijdelijke onderbreking van de metingen moet altijd referentiegas stromen. Zo wordt
voorkomen dat in de meetkamer achtergebleven meetgas doordringt tot de
microstromingsvoelers en deze vernietigt.
Veldapparaat
Bedieningshandleiding, 05/2022, A5E35640457-07
Nulpuntafwijking in
vol.% O
H
O
2
H
2
Inbedrijfstelling
8.3 OXYMAT 7
absoluut
2
-0,03
+0,26
63