Kabelafscherming en
aarding
Aansluittechniek
Aansluitstappen
VEGADIS 82 • 4 ... 20 mA
NPT-schroefdraad
Bij instrumentbehuizingen met zelfafdichtende NPT-schroefdraad
kunnen de kabelwartels niet af fabriek worden ingeschroefd. De vrije
openingen van de kabeldoorvoeren zijn daarom met rode stofbe-
schermdoppen afgesloten als transportbeveiliging.
De beschermdoppen moeten voor de inbedrijfname door toegela-
ten kabelwartels worden vervangen of met geschikte blindpluggen
worden afgesloten.
Bij kunststofbehuizingen moet de NPT-kabelwartel resp. de cond-
uit-stalen buis zonder vet in het schroefdraadelement worden
geschroefd.
Maximale aandraaimoment voor alle behuizingen zie hoofdstuk
"Technische gegevens".
Wanneer afgeschermde kabel nodig is, adviseren wij, de kabelaf-
scherming aan beide zijden op de aardpotentiaal aan te sluiten. In
de VEGADIS 82 moet de afscherming direct op de interne aardklem
worden aangesloten.
Bij Ex-installaties moet worden gewaarborgd, dat de aarding voldoet
aan de installatievoorschriften.
Bij galvanische installaties en installaties voor kathodische cor-
rosiebescherming moet er rekening mee worden gehouden, dat
aanmerkelijke potentiaalverschillen bestaan. Dit kan bij tweezijdige
afschermingsaarde ontoelaatbare hoge stromen door de afscherming
tot gevolg hebben.
5.2
Aansluittechniek en -stappen
De aansluiting van de voedingsspanning en de signaaluitgang wordt
via veerkrachtklemmen in de behuizing uitgevoerd.
De verbinding met de display- en bedieningsmodule resp. de interfa-
ce-adapter wordt via contactpennen in de behuizing uitgevoerd.
Informatie:
Het klemmenblok is opsteekbaar en kan van de elektronica worden
afgenomen. Hiervoor klemmenblok met een kleine schroevendraai-
er optillen en uittrekken. Bij opnieuw plaatsen moet deze hoorbaar
vastklikken.
Ga als volgt tewerk:
1. Deksel behuizing afschroeven
2. Eventueel aanwezige display- en bedieningsmodule door iets
draaien naar links uitnemen
3. Wartelmoer van de kabelwartel losmaken en de afsluitplug uitne-
men
4. Aansluitkabel ca. 10 cm ontdoen van de mantel, aderuiteinde ca.
1 cm ontdoen van de isolatie.
5. Kabel door de kabelwartel in de sensor schuiven
5 Op de voedingsspanning aansluiten
15