Problemen oplossen
Als u problemen ondervindt met uw printer, kijk dan
goed wat er op het display wordt aangegeven.
Foutmeldingen
Van de meeste problemen kunt u de oorzaak
achterhalen aan de hand van de foutmeldingen op het
display. Lukt dit niet, raadpleeg dan de volgende tabel
en probeer de aanbevolen oplossing.
Opmerking:
De oplossingen hebben betrekking op problemen die zich kunnen
voordoen bij het gebruik van dit apparaat.
Foutmeldingen
Geen geheugenkaart of schijf
geplaatst of kaart of schijf niet
herkend.
Geheugenkaart of schijf niet
herkend.
Apparaat niet herkend.
Er is een printerfout
opgetreden. Zie handleiding.
Onderhoud nodig. Zie
handleiding voor meer
informatie.
Printkop kan niet worden
gereinigd door een tekort aan
inkt.
32
Problemen oplossen
Oplossing
Controleer of de
geheugenkaart of schijf
goed is geplaatst. Als dat zo
is, controleer dan of er een
probleem is met de kaart of
schijf en probeer het
opnieuw. Zorg ervoor dat de
kaart of schijf afbeeldingen
bevat.
Controleer of de
geheugenkaart of schijf
goed is geplaatst. Als dat zo
is, controleer dan of er een
probleem is met de kaart of
schijf en probeer het
opnieuw.
Controleer of de
geheugenkaart goed is
geplaatst. Als u een
USB-apparaat hebt
aangesloten, controleer dan
of de schijf goed is
geplaatst.
Zet de printer uit en weer
aan. Neem contact op met
uw leverancier als de fout
zich blijft voordoen.
Neem contact op met uw
leverancier.
Voor een printkopreiniging
moet er genoeg inkt zijn.
Vervang de cartridge die
bijna leeg is.
Problemen met de
afdrukkwaliteit
U ziet strepen (lichte lijnen) in uw
afdrukken of kopieën.
■
Het papier moet met de afdrukzijde naar boven in
de papiertoevoer zijn geplaatst. Voer het
hulpprogramma Printkop reinigen uit om
eventueel verstopte spuitkanaaltjes schoon te
maken.
& Zie "De printkop reinigen" op pagina 29
■
Voer het hulpprogramma Printkop uitlijnen uit.
& Zie "De printkop uitlijnen" op pagina 29
■
Verbruik de cartridges binnen zes maanden na
opening van de verpakking.
■
Kijk op het display. Als wordt aangegeven dat de
inkt (bijna) op is, moet u de desbetreffende
cartridge vervangen.
& Zie "Cartridges vervangen" op pagina 27
■
Zorg ervoor dat uw keuze bij Papiersoort op het
display overeenkomt met het type papier dat zich
in de papiertoevoer van de printer bevindt.
Uw afdruk is vaag of er ontbreken
stukken.
■
Het papier moet met de afdrukzijde naar boven in
de papiertoevoer zijn geplaatst.
■
Wanneer u de optie Kwaliteit in het menu
Printerinstellingen op Hoog of Normaal zet,
moet u Bidirect. op Uit zetten. Wanneer u
bidirectioneel afdrukt, neemt de afdrukkwaliteit
af.
■
Voer het hulpprogramma Printkop reinigen uit
om eventueel verstopte spuitkanaaltjes schoon te
maken.
& Zie "De printkop reinigen" op pagina 29
■
Voer het hulpprogramma Printkop uitlijnen uit.
& Zie "De printkop uitlijnen" op pagina 29
■
Zorg ervoor dat uw keuze bij Papiersoort op het
display overeenkomt met het type papier dat zich
in de papiertoevoer van de printer bevindt.
■
De cartridges zijn oud of bijna leeg.
& Zie "Cartridges vervangen" op pagina 27