REMKO Serie GPS
Elektrische aansluiting
De elektrische apparaataansluiting moet door
geautoriseerd, vakkundig personeel (door EVU
toegestaan) conform de desbetreffende bepalingen
worden uitgevoerd.
Er moet een hoofd-/noodschakelaar op een goed toe-
gankelijke en zichtbare plaats worden aangebracht. Deze
moet tegen onbevoegde bediening worden beveiligd.
De schakelaar moet het apparaat aan alle polen met een
minimale contactopening van 3 mm van het net scheiden.
De stroomkabel uit de buurt houden van
warmtebronnen, met een trekontlasting bevestigen en
niet aan de kabel trekken.
LET OP
De apparaten moeten met een meerpolige
scheidingsschakelaar met geschikte, elektrische
beveiliging worden voorgeschakeld. Deze moet
zichtbaar en goed toegankelijk zijn en minder dan
3 m van de besturingskast verwijderd zijn.
De kabeldoorsnede moet minimaal 1,5 mm²
bedragen.
De apparaten moeten non-polair op de netaansluiting
worden aangesloten. De elektrische installatie en
vooral de kabeldiameters moeten overeenkomstig het
opgenomen hoogste vermogen ontworpen zijn.
Stroomvoorziening 230V/50Hz,
Minimale dwarsdoorsnede van de netaansluiting 1,5 mm².
Legenda achterwand:
= apparaatstopcontact
= Apparaatstekker
= Kabelinvoeringen
= temperatuurvoeler apparaat
Wijzigingen in de afmetingen en de constructie, door de technische vooruitgang, voorbehouden.
26
Aansluiting van ruimtethermostaat en
afstandsbediening
De hete-luchtverwarmers van de serie GPS moeten
in elk geval op een thermostaat, een tijdklok of
een ruimte-temperatuur-regelaar zijn aangesloten,
zodat de gebruiker het apparaat in- en uit kan
schakelen. De exploitant resp. de installateur dient de
apparaatschakeling in de ruimte onder te brengen.
Indien er meerdere schakelaars voor het uitschakelen
van de brander zijn, moeten deze in serie worden
geschakeld.
B
NEE!
B = Buskabel
S = Stroomkabel
LET OP
De hoofd-/noodschakelaar mag alleen in noodsitua-
ties resp. bij langere stilstandtijden van het apparaat
worden gebruikt.
Als deze tijdens het bedrijf wordt gebruikt om het
apparaat uit te schakelen, kan de luchttoevoerventi-
lator voor de toevoerlucht de verbrandingskamer niet
afkoelen. Zo kan er schade aan het apparaat ontstaan.
AANWIJZING
De fase en nulleider mogen bij het aansluiten
in geen geval worden verwisseld, omdat het
apparaat voor vlambewaking het bedrijf van het
apparaat anders vanwege veiligheidsredenen
onderbreekt.
Storing F1X wordt weergegeven.
AANWIJZING
Het thermostaatcontact moet potentiaalvrij zijn.
Aansluiting van de ATR-Smart-regelaar
De ATR-Smart-regelaar wordt aangesloten met een
eigen connector. Let bij de stroomaansluiting op de
juiste verbinding van de polen.
Net RS485 op de overeenkomstige klemmen met de
juiste polariteit aansluiten.
S