r
,
~
I
I
I
Rt~Rttl
Bu2
~ ' l
rCt
i ~ o ~*~
i
,_ r
ti
1
Rit
II
!
~ '
_-
J
Skz
~lJj'ILr--► +
1
1
l ~~
TT~~
II
1
O
/
`
O
1
L
T ',~ S{tt
~es
d l ~
.~
~
Zo3d
4i
I I--~tnn-r--
~ BUt
J °
80130
Fig. 1
Vereenvoudigd schema
bied 25
50 1V1Hz de condensator C56 (zie fig. 4) in serie wordt
geschakeld — en één van de zes spoelenstellen, die het frequentie-
gebied bepalen. Een koppelspoel voert een klein gedeelte van de
opgewekte spanning toe aan het eerste rooster van de moduleerbuis.
De spoelen zijn gemonteerd in een draaibare trommel. Teneinde
een goede frequentiestabiliteit te verkrijgen is voor omschakelaar
Sk2 keramisch isolatiemateriaal toegepast.
L.F.-GEDEELTE
Doordat de schermroosterspanning van de L.F.-oscilleerbuis B3
(EF 41) gestabiliseerd wordt, is de amplitude van de modulatie-
spanning onafhankelijk van netspanningsvariaties. Daar deze
spanning —naast de modulatiekarakteristiek -- de modulatiediepte
bepaalt, is bereikt dat de modulatiediepte nauwkeurig constant
blijft.
Bij uitwendige modulatie kan tot 80 % gemoduleerd worden; B3
werkt dan als versterkbuis, zodat slechts een geringe modulatie-
spanning vereist is (ong. 0,4 V voor een modulatiediepte van 30
° Jo
).
5